Algemeen     Ziekenhuis     Diest
Statiestraat   65   -   3290  Diest
T 013 35 40 11 - F 013 31 34 53

Fertiliteit


Wie zijn we?


   . Inleiding

   . Teamleden Dienst Fertiliteit AZ Diest


Hoe gaan we te werk?


   1. De eerste raadpleging

   2. De onderzoeksfase

   3. De besprekingsraadpleging

   4. De behandelfase


 

Wie zijn we?

 

Inleiding

Ongeveer 85% van de koppels is na één jaar onbeschermde betrekkingen spontaan zwanger. De overige 15% is dat niet. Bij deze mensen groeit een zekere ongerustheid: waarom? Vaak kunnen we hen gerust stellen: de helft van deze koppels wordt spontaan zwanger in het volgende jaar. Toch zijn er koppels bij wie een spontane zwangerschap ook na twee jaar uitblijft. In deze groep vinden we vaak belangrijke vruchtbaarheidsstoornissen.

In de meeste gevallen is het niet nuttig om onderzoeken te doen vooraleer één jaar kinderwens achter de rug is. Toch zijn er uitzonderingen. Vrouwen met een erg onregelmatige of afwezige cyclus, vrouwen die verschillende ingrepen ondergingen in het bekken, vrouwen met afgesloten eileiders, vrouwen ouder dan 35 jaar,… kunnen beter vroeger onderzoeken laten doen. Ook bij mannen is het soms aangewezen om sneller onderzoek te doen. Bijvoorbeeld bij vroegere ingrepen aan de geslachtsorganen of bij problemen met erectie of zaadlozing.  

Koppels met vruchtbaarheidsproblemen kunnen terecht op de dienst Fertiliteit AZ Diest. Wij zijn een multidisciplinair team dat bestaat uit gynaecologen, vroedvrouwen, klinisch laboranten, psychologen en endocrinologen. Wij proberen een persoonlijke en kwaliteitsvolle aanpak te bieden van het fertiliteitsprobleem in al zijn facetten.

De Dienst Fertiliteit van AZ Diest is een satellietcentrum van het Leuvens Universitair Fertiliteitscentrum (LUFC) in UZ Gasthuisberg. Het satellietcentrum staat onder leiding van Dr. Karen Peeraer, staflid van het LUFC.

De onderzoeksfase en indicatiestelling voor behandeling vinden plaats in AZ Diest, in nauw overleg met het LUFC. Ook een deel van de behandelingen  zoals stimulatie van de eierstokken en inseminatie kunnen plaatsvinden in AZ Diest. Bepaalde onderzoeken en behandelingen gebeuren in het LUFC (bv eicelaspiratie en embryotransfer in kader van IVF of een andrologisch consult bij de man).

Teamleden dienst Fertiliteit AZ Diest


Gynaecologen  
Prof. Karen Peeraer 016 34 36 50
Dr. Anne-Sophie Boes 013 31 39 40

Vroedvrouwen  
Erika Vandersmissen 016 34 36 24
Sarah Verschueren  

Endocrinoloog  
Dr. Marijke Annaert 013 35 47 81

Psycholoog  
Anneleen Rasquin
013 35 43 96


Diëtiek  
Jana Bollen 0486 92 47 04
013 35 40 44

Klinische studies  
Myriam Welkenhuysen 016 34 35 44

Dr. Anne-Sophie Boes

Vroedvrouw Sarah Verschueren

Vroedvrouw Erika Vandersmissen

Prof. Karen Peeraer

 
Dr. Marijke Annaert Psychologe Anneleen Rasquin   Diëtiste Jana Bollen  

 

 

Hoe gaan we te werk?

 

1. De eerste raadpleging

De eerste consultatie biedt ruimte voor een uitgebreid gesprek. De arts stelt gerichte vragen aan de hand van een vragenlijst om zich een duidelijk beeld te vormen van het probleem. Deze vragenlijst dient u op voorhand in te vullen en mee te nemen naar de eerste raadpleging (downloaden via website http://www.azdiest.be/Fertiliteit).

Om alles vlotter te laten verlopen, wordt dit gesprek soms voorbereid door vroedvrouw Sarah of Erika. Als er voordien reeds onderzoeken en/of behandelingen gebeurd zijn, wordt aangeraden dat u zelf een kopie van alle bestaande informatie (verslagen, bloedonderzoeken, kopie van dossier,…) meebrengt naar deze eerste raadpleging. Meestal wordt er tijdens de eerste consultatie ook een gynaecologisch onderzoek uitgevoerd met een uitstrijkje van de baarmoederhals (indien langer dan 3 jaar geleden) en een inwendig onderzoek van baarmoeder en eierstokken. We plannen het verdere verloop van de onderzoeken en leggen een besprekingsraadpleging vast nadat alle onderzoeken gebeurd zijn en alle resultaten gekend zijn. 

2. De onderzoeksfase

De fase waarin de onderzoeken gebeuren bij de man en de vrouw kan twee tot drie maanden in beslag nemen. Verschillende onderzoeken bij de vrouw moeten immers gebeuren op een specifiek tijdstip in de cyclus.

3. De besprekingsraadpleging

De resultaten van de onderzoeken worden besproken en de diagnose wordt gesteld. De arts zal in overleg met het koppel beslissen om een eventuele behandeling op te starten.

 

4. De behandelfase

Als de kans op een spontane zwangerschap erg groot is, wordt soms gedurende zes maanden tot een jaar een afwachtende houding aangenomen. Dit gebeurt vooral als de vrouw erg jong is en als er geen afwijkingen worden gevonden. Ook na een heelkundige behandeling waarbij een belangrijke oorzaak van onvruchtbaarheid wordt weggenomen, bijvoorbeeld een ingreep om endometriose en/of bekkenvergroeiingen te verwijderen, of na een hersteloperatie na sterilisatie bij man of vrouw, kan beslist worden af te wachten. In andere gevallen wordt een stimulatie van de eisprong, inseminatie, IVF of ICSI-behandeling voorgesteld.

 
 

Verminderde vrouwelijke vruchtbaarheid


Verminderde mannelijke vruchtbaarheid


Omgevingsfactoren en levensstijl



 

Verminderde vrouwelijke vruchtbaarheid

Bij vrouwen kunnen uiteenlopende problemen aan de basis liggen van vruchtbaarheidsproblemen. De menstruele cyclus is een complex gebeuren en op verschillende plaatsen kan er iets verkeerd gaan.

De menstruele cyclus begint met de groei en rijping van een nieuwe eicel. Dat proces speelt zich af in een eiblaasje (follikel). Naarmate de follikel groeit (= folliculaire fase), produceert hij meer en meer hormonen (oestrogenen). De hoge concentratie oestrogenen beïnvloedt het baarmoederslijmvlies en de baarmoederhals.

Onder invloed van het luteïniserend hormoon volgt de eisprong of ovulatie. De rijpe follikel barst en de eicel komt vrij. Dat gebeurt ongeveer 14 dagen voor het einde van de menstruele cyclus. Wanneer de eicel loskomt, wordt ze opgevangen door de ampulla van de eileider. Door ritmische samentrekkingen van de baarmoeder en eileider beweegt de eicel zich verder in de eileider.

De resten van de follikel ondergaan na de eisprong een verandering. Ze vormen zich om tot een geel lichaam (corpus luteum) onder invloed van het luteïniserend hormoon. Het geel lichaam maakt op zijn beurt progesteron aan, een hormoon dat het baarmoederslijmvlies in stand houdt. De baarmoeder maakt zich zo klaar voor een eventuele innesteling van de bevruchte eicel = luteale fase. 

Als de eicel na de eisprong niet wordt bevrucht, kan het geel lichaam niet overleven. De progesteronproductie daalt, het baarmoederslijmvlies breekt af en de menstruatie begint.

We geven een overzicht van de belangrijkste problemen die zich kunnen voordoen:

  • Defecte eierstok- en eisprongfunctie
    • Anovulatie: uitblijven van de eisprong
    • Dysovulatie: het niet vrijkomen van rijpe eicellen uit de eierstok
    • Luteale insufficiëntie: de fase waarin het baarmoederslijmvlies zich voorbereidt op de innesteling van het embryo loopt fout
  • Een verstoord transport
    • Obstructie of een gestoorde trilhaarfunctie in de eileider
    • Vergroeiingen in de buikholte
  •  Problemen door een verstoorde innesteling van een embryo
    • Een vleesboom (fibroom) of poliep in de baarmoederholte
    • Ontsteking van het baarmoederslijmvlies (= endometritis)
  • Problemen ter hoogte van de baarmoederhals
  • Endometriose: endometriose is een chronische maar goedaardige ziekte bij vrouwen waarbij het baarmoederslijmvlies dat normaal de binnenkant van de baarmoeder bekleedt (endometrium), ook buiten de baarmoeder voorkomt. Vrouwen met endometriose kunnen tijdens de menstruatie buikpijn hebben, maar ook pijn tijdens het vrijen en bij het plassen en/of stoelgang maken. De aanwezigheid van endometriose verlaagt de zwangerschapskans tot minder dan 10% per maand. Door het operatief verwijderen van endometriose zullen de kansen op een zwangerschap vergroot worden. Naar schatting heeft 30 tot 40% van de vrouwen die met onvruchtbaarheid kampt, een bepaald stadium van endometriose.
  • Geneesmiddelen: bijvoorbeeld chemotherapie en bestraling (radiotherapie) in de behandeling van kanker.

 

 

 

Verminderde mannelijke vruchtbaarheid

Welke factoren de productie van mannelijke zaadcellen allemaal kunnen verstoren is niet volledig bekend. Voor een aantal mannen met vruchtbaarheidsproblemen kan dan ook geen duidelijke oorzaak gegeven worden. De bekende oorzaken van onvruchtbaarheid bij de man kunnen we in twee groepen indelen, namelijk een verstoorde zaadproductie en een verstoord zaadtransport.

Factoren die invloed hebben op de zaadproductie:

  • Hormonale stoornissen
  • Infectie of ontsteking van de teelballen
  • Spatader op de teelbal
  • Littekenweefsel na een verwonding
  • Een verdraaiing (torsie) van de teelballen
  • Niet-ingedaalde teelballen of andere afwijkende posities
  • Erfelijke afwijkingen
  • Een beschadiging van de afscheiding tussen de zaadkanaaltjes en het bloed
  • Geneesmiddelen (bv spierversterkende middelen)
  • Chemotherapie en bestralingen bij de behandeling van kanker
  • Pesticiden en chemische stoffen


Factoren die invloed hebben op het zaadtransport:

  • Erectiestoornissen
  • Vroegtijdige zaaduitstorting (premature ejaculatie)
  • Retrogade zaaduitstorting (zaad wordt niet naar buiten geloosd, maar komt in de blaas van de man terecht)
  • Obstructie van de zaadafvoerwegen (aangeboren zoals bij mucoviscidose of verworven zoals na sterilisatie)

 

 

Omgevingsfactoren en levensstijl

Behalve een aantal specifieke factoren die de vruchtbaarheid van de man of de vrouw in het gedrang kunnen brengen, zijn er ook meer algemene omgevings- en levensfactoren die invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid van een persoon.

  • Roken (ook passief)
  • Alcohol
  • Obesitas
  • Cannabis
  • Cocaïne en andere harddrugs
  • Anabole steroïden (spierversterkende middelen)
  • Verhoogde leeftijd
  • Pesticiden en chemicaliën (bijvoorbeeld beroepsmatig)
 
 

Onderzoeken bij de vrouw


   1. Bloedonderzoek

   2. Gynaecologische echografie 

   3. Controle van de eileiders via Hysterosalpingo-Foam-Sonography (HyFoSy)

   4. Controle van de buikholte via laparoscopie of kijkbuisoperatie

   5. Controle van de baarmoeder of hysteroscopie

   6. Controle van het baarmoederslijmvlies


Onderzoeken bij de man


   1. Bloedonderzoek

   2. Sperma onderzoek

   3. Consultatie bij de androloog



 

Onderzoeken bij de vrouw

 

1. Bloedonderzoek

  • Hormonaal bilan: de concentraties van sommige hormonen schommelen sterk in de loop van de cyclus. Daarom is een meting op verschillende momenten in de cyclus belangrijk om de goede werking van de verschillende organen na te gaan. Tijdens de menstruatie, het begin van een nieuwe cyclus, wordt oestradiol, LH, FSH, androgenen, prolactine, schildklierhormoon en AMH bepaald. Ongeveer een week voor de verwachte maandstonden, rond dag 21 van de cyclus, bepalen we het progesteron, om na te gaan of er wel degelijk een eisprong is geweest.
  • Screening voor infectieziekten: de bloedanalyse is nuttig voor het opsporen van eventuele antistoffen tegen een aantal infectieziekten: HIV, Hepatitis B, Hepatitis C, Syfilis, Chlamydia Trachomatis, Rubella, Toxoplasmose, Cytomegalovirus. Als u een behandeling krijgt, is het fertiliteitscentrum wettelijk verplicht om HIV, hepatitis en syfilis na te kijken.
  • Bloedgroep en Rhesusfactor: als u uw bloedgroep niet kent of u geen bloedgroepkaartje heeft, kan er een bloedname worden uitgevoerd om dit vast te stellen.
  • Genetisch onderzoek: via bloedonderzoek worden de chromosomen nagekeken op verschillende afwijkingen die invloed kunnen hebben op uw vruchtbaarheid. Daarnaast is het mogelijk dat er een bepaalde afwijking is, waar u zelf geen last van heeft, maar die wel gevolgen kan hebben voor uw kind(eren).

Deze bloedonderzoeken kunnen gebeuren in het laboratorium van het AZ Diest campus Statiestraat 65 of gewoon bij uw huisarts die ons de resultaten kan doorfaxen: 016/34.36.07 (LUFC) of 013/67.72.22 (Diest).

 

2. Gynaecologische echografie

Met een vaginale inwendige echografie worden de eierstokken, de eileiders, de baarmoeder en het bekken geëvalueerd. In geval van pijnlijke menstruaties of bij pijn tijdens het vrijen, wordt soms een gespecialiseerde echografie aangevraagd om endometrioseletsels uit te sluiten.  

Deze gespecialiseerde echografie kan gebeuren bij Dr Anne-Sophie Boes (raadpleging fertiliteit, AZ Diest, campus Hasseltsestraat 29) of onder supervisie van of bij Dr Dominique Van Schoubroeck (UZ Leuven, Campus Gasthuisberg). 

 

3. Controle van de eileiders via Hysterosalpingo-Foam-Sonography (HyFoSy)

Het doel van dit onderzoek is de doorgankelijkheid van de eileiders (salpinx) na te gaan. De eileiders zijn doorgankelijk indien men op echografie “foam” = “schuim”, een mengsel van lucht en vocht, vanuit de baarmoederholte via de eileiders tot in de buikholte kan zien bewegen.

Het onderzoek kan enkel worden uitgevoerd indien er geen bloedverlies is EN indien er geen ontsteking is in de onderbuik EN indien u niet zwanger bent. Het onderzoek zal ook niet doorgaan indien op echografie blijkt dat één of beide eileiders uitgezet zijn (hydrosalpinx).

Ongeveer één uur voor de geplande afspraak neemt u één tablet Ibuprofen 400 mg in om buikkrampen te voorkomen of te verminderen. U hoeft niet nuchter te zijn. Vóór het onderzoek kan u best plassen. Om het eventueel optreden van een infectie te voorkomen neemt u éénmalig 2 tabletten Azithromycine 500 mg in. Hiervoor zal u een voorschrift krijgen van uw arts.

Er wordt een transvaginale echografie uitgevoerd. Nadien wordt een speculum in de schede geplaatst (zoals voor een uitstrijkje), de baarmoederhals wordt ontsmet en er wordt een fijne ballon-katheter doorheen de baarmoederhals geschoven. Het speculum wordt verwijderd en er wordt opnieuw een transvaginale echografie uitgevoerd terwijl enkele milliliters van het mengsel van water en lucht (foam) doorheen de katheter gespoten wordt. Dit vult de baarmoederholte en indien het doorheen de eileiders de buikholte bereikt, zijn de eileiders doorgankelijk. U kunt wat krampen voelen in de onderbuik, te vergelijken met de last bij menstruatie.

Dit onderzoek gaat door bij Dr Anne-Sophie Boes op de raadpleging fertiliteit, AZ Diest, campus Hasseltsestraat 29, op dinsdagnamiddag, na afspraak.

Het onderzoek kan ook plaatsvinden in UZ Leuven, Campus Gasthuisberg, bij dr Dominique Van Schoubroeck (voor UZ Leuven maakt u een afspraak via nummer 016/34.36.42bij het begin van de menstruatie).

HyFoSy.jpg  Spuit_Foam.jpg
HyFoSy-procedure Spuit met gel-"foam" of "schuim" 

 

4. Controle van de buikholte via laparoscopie of kijkbuisoperatie

Een laparoscopie is een kijkingreep waarbij de verschillende organen in de buikholte kunnen nagekeken worden (baarmoeder, eierstokken, eileiders, blaas, darmlussen, ...). Het onderzoek kan mogelijke tekens opsporen van infecties, vergroeiingen, endometriose, en eventuele andere abnormale zaken. Tijdens een laparoscopie kan de arts ook een ingreep uitvoeren (vergroeiingen losmaken en weghalen, cysten uit de eierstokken verwijderen, endometriosehaarden vernietigen, ...).

Voor een laparoscopie worden kleine sneetjes in de buik gemaakt: ééntje net onder of naast de navel om de kijkbuis in te brengen. Daarnaast worden er één, twee of drie kleine sneetjes geplaatst laag op de buik om hulpinstrumenten in de buikholte te brengen. De ingreep gebeurt onder algemene verdoving.

De ingreep vindt plaats op maandag in het daghospitaal van AZ Diest (Campus Hasseltsestraat). De ingreep kan eventueel ook op vrijdag gedaan worden in UZ Leuven (Campus Gasthuisberg).

Voor de ingreep dient u nuchter te zijn.

5 dagen voor de geplande datum volgt u een restenarm dieet. De dag voor de ingreep wordt Picoprep ingenomen (darmvoorbereiding). Enkele uren na de ingreep mag u naar huis (niet zelf rijden!). Er wordt één week werkonbekwaamheid voorzien.

 

Laparoscopie

 

5. Controle van de baarmoeder of hysteroscopie

De baarmoeder kan gecontroleerd worden aan de hand van een hysteroscopie (kijkbuis). Hierbij wordt de baarmoeder gevuld met fysiologisch water en nagekeken op aangeboren vormafwijkingen, vergroeiingen, poliepen, vleesbomen (fibromen), ...

De hysteroscopie vindt plaats op dinsdagnamiddag bij Dr. Anne-Sophie Boes of Prof. Karen Peeraer op de raadpleging fertiliteit, AZ Diest (Campus Hasseltsestraat), na afspraak.

Het onderzoek kan enkel worden uitgevoerd indien er geen bloedverlies is EN indien er geen ontsteking is in de onderbuik EN indien u niet zwanger bent.

Voor de hysteroscopie hoeft u niet nuchter te zijn. Een half uur voordien neemt u best een pijnstiller (bv ibuprofen 400mg) in om buikkrampen tegen te gaan.

Hysteroscopische beelden van de baarmoederholte

 

6. Controle van het baarmoederslijmvlies

Het baarmoederslijmvlies wordt gecontroleerd via een echografie (voor de dikte van het slijmvlies) of via endometriumbiopsie. Bij een endometriumbiopsie wordt een klein stukje baarmoederslijmvlies via een dun, soepel buisje opgezogen en voor verder microscopisch onderzoek opgestuurd.

De endometriumbiopsie wordt afgenomen tijdens de raadpleging of kan gecombineerd worden met een hysteroscopie.

Dit kan wat buikkrampen geven. Daarom neemt u best een pijnstiller een half uur voor het onderzoek (bv ibuprofen 400mg).

 

 

Onderzoeken bij de man

 

1. Bloedonderzoek

  • Screening voor infectieziekten: op de eerste consultatie wordt er een bloedname uitgevoerd ter controle van HIV, hepatitis B, hepatitis C en Syfilis. Als u een behandeling krijgt, is het fertiliteitscentrum wettelijk verplicht om HIV, hepatitis en syfilis na te kijken.
  • Soms kan het ook nodig zijn om een hormoonbepaling uit te voeren of via bloedname afwijkingen van chromosomen en gendefecten (Y-deletie, mucoviscidose) op te sporen.

 Deze bloedonderzoeken kunnen gebeuren in het laboratorium van het AZ Diest campus Statiestraat 65 of gewoon bij uw huisarts die ons de resultaten kan doorfaxen: 016/34.36.07 (LUFC) of 013/67.72.22 (Diest). 

 

2. Sperma onderzoek

Een spermaonderzoek wordt uitgevoerd om na te gaan hoe het gesteld is met de zaadproductie en de kwaliteit. Het is een relatief eenvoudig onderzoek met vooral aandacht voor het volume van het spermastaal, de beweeglijkheid van de zaadcellen, hun aantal en hun vorm.

Voor een goede beoordeling dient u minimum 2 dagen en maximum 5 dagen seksuele onthouding te respecteren.

Voor de sperma analyse kan u terecht in het Labo capacitatie zaadcellen van AZ Diest, campus Statiestraat 65

Zie informatie brochure “Labo voor capacitatie zaadcellen”

Bij een afwijkend resultaat is het noodzakelijk om een tweede sperma-analyse uit te voeren. Deze tweede controle van het spermastaaltje kan eventueel gecombineerd worden met het andrologisch onderzoek in UZ Leuven, Campus Gasthuisberg.

                                          

3. Consultatie bij de androloog

 

In een uitgebreid vraaggesprek bij de androloog wordt de algemene en medische voorgeschiedenis bevraagd, die van belang kunnen zijn voor de vruchtbaarheid: vroegere ziektes, ingrepen aan de geslachtsorganen, infecties, problemen met erectie of ejaculatie,...

Tijdens de consultatie voert de androloog een klinisch onderzoek uit van de geslachtsorganen. De teelballen, de bijbal, de zaadleiders, de prostaat en de penis worden gecontroleerd op eventuele afwijkingen. Nadien kan een echografische controle van de teelballen volgen.

Voor dit onderzoek zal u een afspraak krijgen bij de uroloog in AZ Diest of bij de androloog in UZ Leuven, Campus Gasthuisberg.

 

Andrologie betekent letterlijk “studie van de man”. Het is eigenlijk de mannelijke tegenhanger van gynaecologie. Een androloog houdt zich bezig met de diagnose en behandeling van afwijkingen van het mannelijk voortplantingsstelsel zoals verminderde mannelijke vruchtbaarheid of stoornissen van de productie van mannelijke hormonen of seksuele functie. 

 
 

Behandelingen


   1. Fertiliteitschirurgie

   2. Hormonale stimulatie van de eierstok

   3. Intra-uteriene inseminatie

   4. In-vitrofertilisatie (IVF)

   5. Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI)

   6. Donorinseminatie, eicelreceptie, embryoreceptie

   7. Pre-implantatie genetische diagnostiek op het embryo (PGD)


Wetgeving en fertiliteit


Psychosociale begeleiding


   . Inleiding

   . Kennismakingsgesprek

   . Opgelegd gesprek

   . Ondersteuningsgesprek

   . Meer informatie



 

Behandelingen

 

De dienst Fertiliteit AZ Diest biedt verschillende vruchtbaasheidsbehandelingen aan.

1. Fertiliteitschirurgie

De arts kan een heelkundige ingreep overwegen bij vrouwen met een vruchtbaarheidsprobleem bij wie een grondige controle van de inwendige geslachtsorganen noodzakelijk is (diagnostische ingreep) en bij vrouwen met een vruchtbaarheidsprobleem door een anatomische afwijking die heelkundig kan worden hersteld (curatieve ingreep).

  • Operatieve hysteroscopie: poliepen, vleesbomen (fibromen), vergroeiingen of bindweefseltussenschotten in de baarmoederholte kunnen zo worden verwijderd.

  • Operatieve ingrepen in de buikholte via laparoscopie of via openbuikoperatie (laparotomie): voor bijvoorbeeld het verwijderen van vergroeiingen in de buikholte met of zonder afsluiting van de eileiders, het verwijderen van vleesbomen buiten de baarmoederholte, het verwijderen van eierstokcysten, de elektrocoagulatie (drilling) van eierstokken in kader van het polycystisch ovarieel syndroom (PCOS), het herstel van de eileiders na sterilisatie of voor behandeling van endometriose.

Deze ingrepen gebeuren in het daghospitaal van AZ Dies (Campus Hasseltsestraat) onder algemene verdoving. Ze kunnen ook in het UZ Leuven (Campus Gasthuisberg) gepland worden.

 

2. Hormonale stimulatie van de eierstok

Een aantal van de vruchtbaarheidsproblemen kan geheel of gedeeltelijk worden verholpen door een hormonale stimulatie van de cyclus van de vrouw. Deze hormonale stimulatie kan aangewezen zijn bij vrouwen met cyclusstoornissen (bijvoorbeeld het uitblijven van de eisprong, een onregelmatige cyclus) of bij vruchtbaarheidsstoornissen zonder duidelijke oorzaak.

Met een hormonale behandeling proberen we verschillende doelstellingen na te streven:

  • Eén tot twee eicellen tot rijping brengen en de eisprong uitlokken, wel of niet in combinatie met intra-uteriene inseminatie (IUI) van zaadcellen.
  • Meerdere eicellen tegelijk laten uitrijpen, in het kader van IVF en ICSI-behandelingen.

Een belangrijk risico van deze hormonale stimulatie is de reële kans op een meerlingzwangerschap. Mits een zorgvuldige controle tijdens de hormonale stimulatie kan het aantal rijpende eicellen nagenoeg beperkt blijven tot één of twee. Eventueel worden overtollige follikels onder echografische begeleiding weggeprikt om het risico op meerlingzwangerschap te beperken. Deze follikelaspiratie vindt plaats in het LUFC onder lokale verdoving.

Eierstok met 1 follikel Eierstok met meerdere follikels 

Een tweede risico van hormonale stimulatie is het ovarieel hyperstimulatiesyndroom. Het kan optreden na een stimulatie met té hoge doses hormonen, maar ook na toediening van lagere doses bij gevoelige personen.

Verschillende hormonen kunnen gebruikt worden voor deze behandeling:

  • Clomifeencitraat (Clomid, Pergotime)

Clomifeencitraat is een anti-oestrogeen dat de vrijstelling van het follikelstimulerend hormoon stimuleert en essentieel is voor de groei van de follikels. Het wordt vooral gebruikt om een eisprong tot stand te brengen bij patiënten met een onregelmatige cyclus zonder eisprong. Het effect verdwijnt na het stoppen van de behandeling.

De behandeling bestaat uit het innemen van tabletten gedurende 5 dagen op een specifiek tijdstip van de cyclus. Meestal loopt de behandeling gedurende twee opeenvolgende cycli en wordt nadien een rustcyclus ingebouwd. De totale behandelingsduur bedraagt gewoonlijk vier tot zes cycli. Na zes maanden is 60 tot 75% van de behandelde vrouwen zwanger.

Nevenwerkingen van Clomifeencitraat zijn:

  • verhoogde kans op meerlingzwangerschap
  • verminderde kwaliteit van het baarmoederhalsslijmvlies en dun baarmoederslijmvlies
  • cystevorming in de eierstokken.
  • Sommige vrouwen klagen over warmteopwellingen, een opgeblazen gevoel, misselijkheid, hoofdpijn, gezichtstoornissen of slapeloosheid. 

 

  • Gonadotrofines (Menopur, Puregon, Gonal F, Elonva, Ovaleap, Rekovelle, Bemfola)Gonadotrofines (Menopur, Puregon, Gonal F, Elonva, Ovaleap, Rekovelle, Bemfola)

Deze producten bevatten follikel stimulerend hormoon (FSH), met of zonder luteïnisered hormoon (LH). FSH stimuleert het uitgroeien van de follikels in de eierstokken.

De toediening gebeurt via dagelijkse onderhuidse injecties door uzelf, de huisarts of de thuisverpleegkundige. Er worden meerdere bloednames en echografische follikelmetingen uitgevoerd ter opvolging van de follikelgroei.

Er worden maximum vier tot zes cycli gonadotrofines toegediend. Na één of twee cycli volgt meestal een rustcyclus zonder therapie. Na zes maanden is 40 tot 60% van de vrouwen zwanger.

Nevenwerkingen van Gonadotrofines zijn:

  • Eén op vijf zwangerschappen is een meerlingzwangerschap. Het risico op een spontaan miskraam bedraagt 15 tot 20%. Het risico op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap bedraagt 3%.
  • De stimulatie van de eierstokken kan gepaard gaan met een opgeblazen gevoel of pijn in de onderbuik. In sommige gevallen ontstaat er een ernstige overstimulatie van de eierstokken. Zorgvuldige opvolging en het tijdig afbouwen van de therapie kan dit risico beperken. 

 

Het Ministerieel Besluit (MB) van 14 september 2006 regelt de terugbetaling van de gonadotrofines in het kader van gecontroleerde ovariële stimulatie met of zonder inseminatie. Het MB betaalt gonadotrofines in bepaalde indicaties terug. De arts zal u hier verder over informeren en zo nodig de documenten hiervoor bezorgen.

  • Humaan chorionisch gonadotrofine of HCG (Pregnyl, Ovitrelle, Choragon)

Dit hormoon zorgt voor een piek van het luteïniserend hormoon (LH) en bevordert het opstarten van de eisprong. Het wordt via een inspuiting toegediend. De eisprong vindt ongeveer 38 tot 40 uur plaats na de toediening van HCG. In die periode wordt aangeraden om seksuele betrekkingen te hebben of wordt een inseminatie met zaadcellen gepland.

 

3. Intra-uteriene inseminatie (IUI)

Bij een inseminatie wordt het sperma vooraf in het laboratorium voorbereid (gecapaciteerd) om het nadien op het juiste ogenblik hoog in de baarmoeder in te brengen met behulp van een fijn buisje (katheter).

Een inseminatiebehandeling kan opgevolgd worden in een natuurlijke cyclus. De menstruele cyclus wordt dan opgevolgd door middel van echografische follikelmetingen en bloedafnames tot op het moment van de eisprong. De eierstokken kunnen ook gestimuleerd worden met behulp van hormonale medicatie (zie hormonale stimulatie).

De eisprong wordt uitgelokt door een onderhuidse inspuiting van humaan choriongonadotrofine (Pregnyl). Eén of twee dagen na de Pregnyl inspuiting wordt de inseminatie gepland.

De dag van de inseminatie dient uw partner een spermastaal af te leveren in het Labo van AZ Diest, campus Statiestraat 65, waar het spermastaal verwerkt wordt. De inseminatie kan ook plaats vinden in het LUFC, Campus Gasthuisberg. Na de inseminatie kunnen de dagelijkse activiteiten hervat worden. Als er gebruikgemaakt wordt van een ingevroren of donorstaal, wordt het spermastaal de dag van de inseminatie ontdooid in het LUFC.

Soms volgt er nog een nabehandeling met progesterone (Utrogestan vaginaal 3x/dag, Crinone gel vaginaal 1x/d, Inprosub subcutane injectie 1x/d of Duphaston oraal 3x/dag).

De zwangerschapskans per inseminatie bedraagt ongeveer 15 à 20%.

 

4. In-vitrofertilisatie (IVF)

In-vitrofertilisatie (IVF) is een vruchtbaarheidsbehandeling waarbij hormonen worden toegediend om meerdere eicellen tegelijkertijd te laten ontwikkelen. De eicellen worden buiten het lichaam bevrucht in het fertiliteitslaboratorium. Een bevruchte eicel noemen we een embryo. Een goed ontwikkeld embryo wordt enkele dagen na de eicelaspiratie teruggeplaatst in de baarmoeder. De IVF-behandeling verloopt in vijf opeenvolgende stappen:

Stap 1: de hormonale stimulatie

Tijdens een IVF-behandeling worden meerdere follikels uitgerijpt. Voor het stimuleren van follikels krijgt u dagelijks hormonale injecties toegediend gedurende ongeveer 14 dagen. Via bloedafnames en echografische follikelmetingen wordt de groei van de follikels opgevolgd. Als er voldoende follikels zijn uitgerijpt, wordt de eicelaspiratie gepland.

Er bestaan verschillende soorten hormonen (gonadotrofines, zie hoger) die gebruikt worden voor de stimulatie. De arts bepaalt welke hormonen u zal krijgen tijdens uw fertiliteitsbehandeling.

Tijdens een IVF-behandeling is het ook nodig om dagelijkse hormonen te krijgen onder de vorm van een neusspray (Suprefact) of injecties (Gonapeptyl, Decapeptyl, Orgalutran of Cetrotide) om de eisprong tegen te houden. 

Stap 2: de eicelaspiratie en de spermaverwerking

Wanneer er voldoende follikels zijn uitgerijpt, wordt de eicelaspiratie gepland. Hiervoor moet eerst de eisprong uitgelokt worden door een onderhuidse injectie met Pregnyl. Die zorgt voor het uitrijpen van de eicellen en de start van de eisprong. Het tijdstip van de Pregnyl injectie is afhankelijk van het uur van de eicelaspiratie. Wanneer u te vroeg of te laat spuit, kan het zijn dat we geen eicellen vinden bij de eicelaspiratie. Het is dus erg belangrijk dat u de Pregnyl stipt injecteert op het doorgegeven uur.

De eicelaspiratie zal gemiddeld 36 uur na de Pregnyl-injectie plaatsvinden. Tijdens de eicelaspiratie worden alle uitgerijpte follikels aangeprikt en leeggezogen. Dat gebeurt met een fijne naald op de vaginale echosonde. Deze procedure wordt onder lichte narcose (sedatie) uitgevoerd. Het follikelvocht wordt in het laboratorium nagekeken op de aanwezigheid van een eicel. De dag van de eicelaspiratie deelt de fertiliteitsarts u het aantal eicellen mee.

Op de dag van de eicelaspiratie wordt uw partner verwacht op het laboratorium van het LUFC voor de aanmaak of het inleveren van het spermastaal, tenzij er ingevroren of donorstalen worden gebruikt. Het spermastaal wordt bewerkt (capacitatie) om het voor te bereiden op de bevruchting.

Voor deze procedure wordt u samen met uw partner verwacht in het LUFC, Campus Gasthuisberg, Herestraat 49, te Leuven. U moet hiervoor nuchter zijn.

 

Stap 3: bevruchting en ontwikkeling van het embryo

Enkele uren na de eicelaspiratie worden de eicellen en de zaadcellen samengebracht. Er bestaan verschillende bevruchtingstechnieken:

  • Bij IVF-behandeling wordt het gecapaciteerde spermastaal toegevoegd aan een petrischaal met de eicellen. De petrischaal wordt in de incubator geplaatst. De volgende ochtend worden de eicellen gecontroleerd op bevruchting.
  • Als het aantal beweeglijke zaadcellen te laag is voor een goede kans op bevruchting van de eicellen, wordt ICSI gebruikt. Eén zaadcel wordt met een ultrafijne naald in een eicel geïnjecteerd. Net als bij een IVF-behandeling wordt de volgende dag de bevruchting in het laboratorium nagekeken.

Wanneer er een bevruchting heeft plaatsgevonden, zal de vroedvrouw u telefonisch contacteren voor de planning van de embryoterugplaatsing.  

Verwacht wordt dat bij een goede stimulatie ongeveer 80% van de eicellen rijp zijn. Gemiddeld wordt 60% van de rijpe eicellen bevrucht.

Het kan soms gebeuren dat er geen bevruchting tussen eicellen en zaadcellen optreedt en er dus geen embryo kan teruggeplaatst worden. Men spreekt dan van gefaalde fertilisatie.

Een bevruchte eicel wordt embryo genoemd. Embryo’s ondergaan verschillende delingen. Dagelijks wordt de evolutie en ontwikkeling van het embryo opgevolgd in het fertiliteitslaboratorium. Drie dagen na de bevruchting zal een goed ontwikkeld embryo een zes- tot achtcellig stadium bereikt hebben. 

 


Stap 4: embryoterugplaatsing

De terugplaatsing is een niet-pijnlijke procedure waarbij één of meerdere embryo’s via een katheter rechtstreeks in de baarmoederholte worden teruggeplaatst. Om de embryoterugplaatsing vlot te laten verlopen, is het belangrijk dat uw blaas gevuld is. Na de terugplaatsing van het embryo mag u de dagelijkse activiteiten hervatten.

 Een embryoterugplaatsing zal plaatsvinden 3 tot 5 dagen na het oppikken van de eicellen. De arts van het LUFC informeert u over het aantal bevruchte eicellen, de kwaliteit van de embryo’s en over de mogelijkheid tot invriezen van een embryo. Het aantal embryo’s dat wordt teruggeplaatst is wettelijk vastgelegd en zal met u besproken worden voor het opstarten van een fertiliteitsbehandeling (zie “wetgeving en fertiliteit”). 

 


Soms is het ook mogelijk om “assisted hatching” uit te voeren voor embryoterugplaatsing. Bij “assisted hatching” wordt het beschermkapsel rond het embryo met een laserstraal dunner gemaakt. De bedoeling is dat het embryo zo makkelijker vrijkomt, om het innestelen te bevorderen. Deze techniek wordt aangeboden vanaf de derde IVF/ICSI-behandeling.

Stap 5: de nabehandeling

Na de procedure mag u de gewone activiteiten hervatten. Zware sport of lichamelijke inspanning worden de eerste dagen afgeraden. Warme zit- of stoombaden en hete sauna’s zijn eveneens afgeraden omdat die een nadelige invloed hebben op een mogelijke zwangerschap.

 Op de dag van de eicelaspiratie wordt er gestart met een progesterone-behandeling (Utrogestan vaginaal 3x/dag, Crinone gel vaginaal 1x/d, Inprosub subcutane injectie 1x/d of Duphaston oraal 3x/dag) om het baarmoederslijmvlies in optimale conditie te houden tijdens de tweede helft van de cyclus.

 Vijftien dagen na de eicelaspiratie kan een zwangerschapstest via bloedname aantonen of de embryo’s zich genesteld hebben. Als de zwangerschapstest positief is, wordt een week later een tweede bloedname ter controle gepland. De vroedvrouw zal met u bespreken welke medicatie u verder moet gebruiken.

 Indien de zwangerschapstest negatief is mag u stoppen met de nabehandeling en kan een nieuwe behandeling opgestart worden. Als er ingevroren embryo’s zijn, zullen die eerst gebruikt worden in een ontdooicyclus. Als er geen ingevroren embryo’s zijn, moet een nieuwe fertiliteitsbehandeling gestart worden.  

                                               

 

Stap 6: invriezen van overtollige embryo's

Als er meerdere embryo’s een goede evolutie en ontwikkeling hebben op de dag van de embryoterugplaatsing, worden de overgebleven embryo’s ingevroren en bewaard. Enkel embryo’s van goede kwaliteit komen in aanmerking om in te vriezen. Als er een nieuwe fertiliteitsbehandeling nodig is, wordt een ingevroren embryo gebruikt bij een volgende embryoterugplaatsing. Een ingevroren embryo wordt teruggeplaatst in een natuurlijke cyclus of na inname van hormonale tabletten. 

                                                       


Resultaten IVF

  • De zwangerschapskans per verse embryotransfer bedraagt in het LUFC sinds 1999 ongeveer 33% per cyclus (36% bij vrouwen jonger dan 36 jaar).
  • De kans op levendgeboorte per cyclus is gemiddeld iets lager omdat er na het begin van de zwangerschap nog in 10 tot 15% van de gevallen een miskraam of buitenbaarmoederlijke zwangerschap optreedt.
  • De slaagkansen van deze behandelingen dalen met de leeftijd van de vrouw, in het bijzonder vanaf 38 jaar en in sterke mate vanaf 40 jaar. Zeer weinig mensen worden nog succesvol zwanger na 42 jaar, mede door de zeer hoge kans op miskraam. 

Mogelijke risico’s tijdens uw behandeling

  • Overstimulatie  van de eierstokken

Een IVF/ICSI-behandeling heeft als doel meerdere cellen tegelijkertijd te laten uitrijpen.

In sommige gevallen kan de hormonale medicatie (gonadotrofines) te veel hormonen produceren, met als gevolg dat er heel veel follikels worden gestimuleerd. De eierstokken gaan overreageren: de eierstokken vergroten en er zal vocht ontstaan in de onderbuik. In zeldzame gevallen kan er een verschuiving optreden in de waterhuishouding van het lichaam. We spreken dan van het ovarieel hyperstimulatiesyndroom. Vaak voorkomende symptomen zijn een pijnlijke onderbuik, gewichtstoename, kortademigheid, maaglast, duizeligheid of misselijkheid.

In dat geval moet u contact opnemen met het fertiliteitscentrum. Via een bloedanalyse en een echografie evalueren we de ernst van de situatie. In de meeste gevallen schrijven we u rust voor. In ernstigere gevallen is een opname in het ziekenhuis noodzakelijk.

  • Complicaties na een eicelaspiratie

Na de eicelaspiratie is er een kleine kans (kleiner dan 1%) op een bloeding of een infectie. Als u kort na de eicelaspiratie hevig bloedverlies hebt of koorts begint te maken, moet u contact opnemen met het fertiliteitscentrum.

 

5. Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI)

Bij de injectiebevruchting wordt één spermacel via een ultrafijne naald in een eicel binnen gebracht. Deze techniek is aanbevolen bij gefaalde fertilisatie na IVF of bij zeer slechte spermakwaliteit. Zelfs mannen die zo goed als geen zaadcellen hebben in hun ejaculaat, kunnen langs deze technische omweg toch nog papa worden. Wanneer er geen zaadcellen in het ejaculatievocht te vinden zijn, is er nog een mogelijkheid om ze rechtstreeks uit de teelballen te halen via een teelbalbiopsie (TESE).

De opmerkelijke mogelijkheden van ICSI zijn tegelijk echter ook een bron van bezorgdheid over de veiligheid van deze techniek. In het labo kiest de embryoloog min of meer per toeval één zaadcel uit de beschikbare zaadcellen. Dat kan zowel een goede als een slechte zaadcel zijn, bijvoorbeeld één die erfelijke afwijkingen draagt. Afwijkingen aan het erfelijk materiaal zijn immers niet met het blote oog te zien.

Er zijn vermoedens dat slechte of onvolmaakte zaadcellen bij een normale bevruchting niet de kans krijgen om de eicel te bevruchten. Hoe dit gebeurt, is nog niet bekend, maar bij ICSI worden dergelijke selectiemechanismen hoe dan ook gedeeltelijk uitgeschakeld. Er is momenteel immers nog geen enkele methode om ‘slechte’ zaadcellen op te sporen en uit te sluiten.

Het is voorlopig niet aangetoond dat ICSI inderdaad extra risico’s voor aangeboren afwijkingen inhoudt. Het risico op kinderen met chromosomale afwijkingen is na ICSI wel licht gestegen (1.8 %) in vergelijking met kinderen geboren na spontane zwangerschap of na IVF (1%).

 

6. Donorinseminatie, eicelreceptie, embryoreceptie

Bij vruchtbaarheidsbepalingen als IVF en ICSI worden in de eerste plaats eicellen en zaadcellen van het koppel zelf gebruikt. Maar er zijn uitzonderingen. Soms zijn er medische indicaties om eicellen of zaadcellen van een donor te gebruiken:

Zaadcellen van een donor (= spermareceptie)

Wanneer de man geen zaadcellen heeft, wanneer hij drager is van een erfelijke ziekte of wanneer andere behandelingen met zijn zaadcellen faalden, kunnen zaadcellen van een donor een uitweg bieden. Zaadcellen van een donor kunnen gebruikt worden voor een inseminatie of een IVF-behandeling. Ook lesbische paren kunnen hiervoor bij ons terecht.

Eicellen van een donor (= eicelreceptie)

De belangrijkste medische indicaties zijn afwezigheid van eierstokken (aangeboren of na heelkunde), eierstokken die niet toegankelijk zijn voor eicel pick-up, vroegtijdige menopauze, een genetisch defect in de eigen eicellen, geen of miniem antwoord op hormonale stimulatie bij IVF.

Embryo's van een donor (= embryoreceptie)

Deze behandeling kan een uitweg bieden voor koppels waarvan de vrouwelijke partner één van de medische indicaties heeft voor eicelreceptie en waarvan de mannelijke partner één van de indicaties heeft voor het gebruik van donorsperma. Ze kan ook aangewezen zijn wanneer er geen eiceldonor wordt gevonden.

 

7. Pre-implantatie genetische diagnostiek op het embryo (PGD)

Pre-implantatie genetische diagnose (PGD) is een heel vroege vorm van prenatale diagnostiek die gebeurt tijdens een IVF-behandeling. De embryo's, die ontstaan zijn tijdens de IVF-behandeling, worden na de bevruchting gecontroleerd in het laboratorium op mogelijke genetische afwijkingen voor ze in de baarmoeder worden teruggeplaatst.

PGD wodt gebruikt om zwanger te worden van een kindje dat uw erfelijke aandoening niet zal ervern:

  • Bij afwijkingen op de chromosomen (structurele en numerieke chromosomale fouten)
  • Bij genetische aandoeningen (bv. ziekte van Huntington, ...)
  • Bij risico op gelsachtsgebonden aandoeningen (bv. ziekte van Duchenne, borstkanker, ...)

De techniek die gebruikt wordt bij PGD bestaat uit 2 delen: biopsie waarbij 1 cel of enkele cellen worden weggenomen uit elke embryo, en genetisch onderzoek van deze cel(len).

De weggenomen cel(len) worden in het genetisch labo van UZ Leuven onderzocht.  Afhankelijk van de aandoening wordt er in het genetisch labo een verschillende test gebruikt.

Enkel embryo’s die na het genetische onderzoek normaal worden bevonden, komen in aanmerking voor terugplaatsing in de baarmoeder (embryo transfer) of voor cryopreservatie (invriezen) voor verder gebruik.

 

 

Wetgeving en fertiliteit

Sinds het Koninklijk Besluit van juli 2003 is er een tussenkomst van het ziekenfonds voor IVF/ICSI-behandelingen, met een maximum van 6 cycli tot en met de leeftijd van 42 jaar. Een financiële tussenkomst van de Belgische mutualiteit kan enkel na goedkeuring van de adviserende geneesheer van uw ziekenfonds. Deze terugbetaling is gekoppeld aan een beperking van het aantal terug te plaatsen embryo’s in functie van de leeftijd en rangorde van de behandeling.

De volgende regelgeving geldt bij een terugplaatsing van embryo’s bij een IVF-behandeling:

  1ste poging 2de poging 3de-6de poging
< 36 jaar Max. 1 embryo 1 embryo, evt. 2 Max. 2 embryo's
36 - 39 jaar Max. 2 embryo's Max. 2 embryo's Max. 3 embryo's
40 - 42 jaar Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt
       

Geen eisprong na behandeling met Clomid tot een dagdosis van 150mgHet Koninklijk Besluit van oktober 2008 regelt de terugbetaling van gonadotrofines (Menopur, Puregon, Gonal F, ...) bij hormonale stimulatie van de eierstok al dan niet in combinatie met een intra-uteriene inseminatie. De terugbetaling geldt voor een maximum van 6 behandelingscycli en onder volgende voorwaarden:

  • Uitblijven van zwangerschap na 4 behandelingen met Clomid
  • Dikte van baarmoederslijmvlies < 6mm in twee opeenvolgende cycli met clomifeencitraat
  • Te veel nevenwerkingen onder Clomid

Door de Wet van 6 juli 2007 is men ook verplicht om eerst alle ingevroren embryo's te gebruiken vooraleer men kan overgaan tot een nieuwe verse IVF/ICSI-behandeling.

 

 

Psychosociale begeleiding

 

Inleiding

Een relatie, goed werk, een huis en dan maar wachten op de komst van een baby. Het lijkt zo vanzelfsprekend, dus als de zwangerschap uitblijft, kan de ontgoocheling groot zijn. Na een tijd neemt ook de onrust toe. De emotionele reacties op het uitblijven van de zo gewenste zwangerschap zijn erg verschillend per persoon. En elk paar reageert op een eigen manier.

De psychosociale aspecten bij vruchtbaarheidsbehandelingen zijn alomtegenwoordig. Daarom is psychologische counseling op de dienst Fertiliteit van het AZ Diest een integraal onderdeel van het medisch proces. Al tijdens de eerste consultatie bij de gynaecoloog kan een gesprek bij de fertiliteitsconsulent worden aangeraden en in specifieke situaties zal dit worden opgelegd.

 

Kennismakingsgesprek

Hoewel u misschien geen expliciete psychologische hulpvraagt hebt, raden we alle patiënten een kennismakingsgesprek met de fertiliteitsconsulent aan. Dit gesprek heeft als doel om stil te staan bij alle facetten van de vruchtbaarheidsproblematiek. We willen tijd en ruimte maken om van gedachten te wisselen, aandacht te geven aan het individuele en relationele beslissingsproces en een open communicatie bevorderen tussen man en vrouw. Informatie krijgen rond de 'normaliteit' van gevoelens en emoties en hoe ermee om te gaan kan een hele opluchting betekenen.

We bespreken een aantal thema's om zo het psychosociaal, relationeel en seksueel functioneren in kaart te brengen en mogelijke risicofactoren en/of contra-indicaties op te sporen naar verdere fertiliteitsbehandelingen toe.

Al uw bedenkingen, aarzelingen, ideeën, wensen, ... die tot uiting kwamen tijdens dit eerste kennismakingsgesprek (en eventueel gesprekken nadien) worden gedeeld op de multidisciplinaire stafvergadering waar alle onderzoeksresultaten worden besproken. Dit is belangrijk in de zoektocht naar een medisch en psychologisch optimaal behandelingsvoorstel.

 

Opgelegd gesprek

In een aantal specifieke situaties die betrekking hebben op het behandeltraject is het gesprek bij de fertiliteitsconsulent verplicht:

  • Vragen bij de partnerrelatie
  • Huidig psychiatrisch of psychologisch probleem in de voorgeschiedenis bij een van beide partners
  • Twijfel omtrent opvoedingsbekwaamheid van het paar
  • Vraag naar hersteloperatie na sterilisatie van de vrouw of van de man
  • Stresssituatie of moeilijkheden in het omgaan met de fertiliteitsproblematiek
  • Donatie of receptie van eicellen, zaadcellen en embryo’s

Dit opgelegd gesprek is voor een groot deel vergelijkbaar met een kennismakingsgesprek, behalve dat er een specifieke situatie is die extra aandacht verdient. Omdat er meer complexe factoren meespelen, wordt de psychologische impact van vruchtbaarheidsproblemen bekeken tegen de specifieke achtergrond van het paar. De nadruk ligt bij deze gesprekken op het exploreren van de complexe situatie en niet op het evalueren ervan. 

 

Ondersteuningsgesprek

Tijdens het fertiliteitstraject (zowel voor het opstarten, tijdens de behandeling, als na de behandeling of het afsluiten van de behandeling) kan er nood ontstaan aan psychologische ondersteuning. Deze nood kan door uzelf of door een hulpverlener van de dienst Fertiliteit erkend worden.

Een vruchtbaarheidsprobleem is een ervaring die voortdurend wisselt in intensiteit en richting, zodat u op verschillende tijdstippen verschillende behoeftes en emoties ervaart. Veel mensen vergelijken het met een achtbaan, waar je op het ene ogenblik heel hoog zit en een fractie later heel diep. Deze ervaring is bovendien voor iedereen uniek.

De spanningen en verwerkingsproblemen die dit mogelijk met zich meebrengt kunnen zo intens zijn dat ze je hele leven gaan bepalen. Ook de behandelfase kan behoorlijk belastend zijn en heel wat vragen oproepen.

Fertiliteitscounseling kan paren de nodige steun geven en u helpen op een gezonde manier uw fertiliteitstraject door te maken. Het kan een aantal negatieve emotionele gevolgen zoals angst en depressie helpen voorkomen. Het kan u bovendien helpen om met de emotionele druk en mislukking om te gaan. Tenslotte kan het u geruststellen en bekrachtingen in uw capaciteiten als ouders.

De fertiliteitsconsulent is een psychologe, werkzaam binnen AZ Diest. U kunt als koppel of individueel een beroep doen op de fertiliteitsconsulent.

 

Meer informatie

Voor meer informatie of voor het maken van een afspraak kunt u terecht bij:

Anneleen Rasquin
Tel. 013 35 43 96
anneleen.rasquin@azdiest.be

Consultaties gebeuren in Campus Statiestraat.
Tel. onthaal: 013 35 40 11