Maak een afspraak

Voor een afspraak bij een van onze artsen, kan u contact opnemen met het secretariaat.

Raadplegingen

  Ma Di Wo Do Vr Za Zo
VM            
NM            
AV              


Verwijderen van grote ellips huid- en vetweefsel van de buikwand om esthetische of functionele reden.

Vooraf

Vóór de ingreep moet u op controle gaan bij de anesthesist. U krijgt hiervoor een afspraak op de pre-operatieve consultatie anesthesiologie.

Voorbereiding

  • U moet nuchter zijn voor de ingreep.
  • Stop 10 dagen vóór de ingreep met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • U stopt best met roken.

Verloop

Een buikwandcorrectie gebeurt onder algemene verdoving.

  • Vóór de ingreep wordt in staande positie de te verwijderen ellips afgetekend. ,De onderste grens van deze ellips ligt laag op de onderbuik en de bovengrens net boven de navel..
  • De navel wordt rondom rond vrijgemaakt.
  • Grote ellips huid- en vetweefsel van de buikwand wordt verwijderd.
  • Om de buikwand goed te kunnen sluiten, moet het overgebleven gedeelte van de buikwand boven de navel losgemaakt te worden.
  • Als uw buikspieren uitgerokken zijn, worden deze aangespannen (reefing).
  • De navel wordt bij het sluiten van de buik terug op zijn originele hoogte in de buikwand ingehecht.
  • Na de ingreep worden er redons geplaatst.

Nazorg

  • U moet 6 weken dag en nacht een elastische buikband dragen.
  • U mag geen zware lasten tillen en ook niet sporten.
  • Op moet regelmatig op controle: 2 weken, 6 weken, 3 maanden en 1 jaar na operatie.

Mogelijke complicaties

  • Het huidgebied onder de navel kan tijdelijk en soms blijvend gevoelloos worden. Na verloop van jaren kan dat gebied dat gevoelloos is wel kleiner worden.
  • Na een buikwandcorrectie kan het zijn dat er wat overtollige huid aanwezig blijft ter hoogte van de heupen. Soms is het nodig deze ‘dog-ears’ te verwijderen.
  • Kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling, zoals bij elke ingreep.

Uw arts bespreekt voor de ingreep de risico's en mogelijke complicaties met u.


Verwijderen van overtollige weefsel aan de binnenzijde van de armen.

Voorbereiding

  • Stop 10 dagen vóór de ingreep met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • U stopt best met roken.

Verloop

Een armlift gebeurt onder algemene verdoving in het chirurgisch dagcentrum.

  • Vóór de ingreep wordt in staande positie de te verwijderen zones afgetekend.
  • In goot tussen de biceps- en tricepsspier aan de binnenzijde van de arm wordt een insnede gemaakt.
  • Overtollig huid- en vetweefsel worden verwijderd.
  • Na de ingreep wordt een redon geplaatst.

Nazorg

  • U moet 6 weken een drukverband dragen.
  • U mag geen zware lasten tillen en ook niet sporten.
  • U moet regelmatig op controle: 2 weken, 6 weken, 3 maanden en 1 jaar na operatie.


Injectie met preparaat voor de behandeling van rimpels op het voorhoofd, rond de ogen, fronsrimpels, sommige neusrimpels en verticale halsplooien, of tegen overmatig zweten.

Verloop

De behandeling gebeurt op de consultatie. Er is geen verdoving nodig.

Resultaat

  • Het effect wordt pas zichtbaar enkele dagen na injectie en is maximaal na 2 weken.
  • Na 3 tot 6 maanden is het effect verdwenen en kan de behandeling desgewenst herhaald worden.
  • Soms wordt bij het prikken een bloedvaatje geraakt waardoor een kleine bloeduitstorting kan ontstaan.


Correctie waarbij overtollige huid van de bovenste oogleden of wallen en overtollige huid ter hoogte van de onderste oogleden wordt verwijderd.

Voorbereiding

  • U moet niet nuchter zijn als de correctie van de bovenste/onderste oogleden gebeurt onder lokale verdoving. Bij volledige verdoving moet u nuchter zijn.
  • Stop 10 dagen vóór de ingreep met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • U stopt best met roken.

Verloop

Bovenste/onderste ooglidcorrecties gebeuren onder algemene of lokale verdoving uitgevoerd in het chirurgisch dagcentrum.

Onderste ooglidcorrectie

  • De chirurg maakt een opening in de huid net onder de wimpers en uitlopend aan de zijkant in een lachplooitjeVia deze opening wordt een strook van de brede spier rond het oog verwijderd. Dit voorkomt plooivorming bij het sluiten.
  • Uitpuilend vet in de kamertjes onder het ooglid wordt verwijderd.
  • Het huidteveel wordt gemeten en verwijderd.
  • De wonde wordt gesloten met een hechting die na 5 tot 7 dagen moet worden verwijderd.

Bovenste ooglidcorrectie

  • Vlak voor de operatie tekent de chirurg het huiddeel af dat weggenomen moet worden.
  • De wonde wordt met een onderhuidse hechting gesloten. Deze hechting wordt na 5 tot 7 dagen verwijderd.
  • Het grootste deel van het litteken komt te liggen in de natuurlijke plooi van het bovenooglid.

Nazorg

  • Gebruik koude compressen met Hamameliswater en ijs om zwelling te voorkomen of te verminderen.
    • Slaap de eerste week best met uw hoofd in hoogstand.
    • De eerste week na de ingreep is er grote kans op zwelling en blauwverkeuring van de huid. Deze verdwijnt meestal na 2 weken.
  • De eerste weken kan het onderste ooglid met de wimpers wat naar buiten kantelen door de zwelling en het zich vormende litteken. Meestal verdwijnt dit vanzelf.
  • U komt na de ingreep nog 2 keer op controle na ongeveer 5 tot 7 dagen en een tweede keer na 6 weken.

Mogelijke complicaties

Doorgaans is er weinig kans op complicaties en zijn deze ook goed te behandelen. Zoals bij elke operatie bestaat er een kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling. Uw arts bespreekt voor de ingreep de risico's en mogelijke complicaties met u.


Er worden drie soorten borstingrepen uitgevoerd in AZ Diest: borstlift, borstverkleining en borstvergroting.

Voor elk van deze ingrepen dient u op voorhand op controle te gaan bij:

  • Anesthesist: u krijgt hiervoor een afspraak op de pre-operatieve consultatie anesthesiologie.
  • Gynaecoloog, zo nodig wordt een echografie of mammografie uitgevoerd.

Verder dient u er rekening mee te houden dat u:

  • nuchter moet zijn.
  • 10 dagen vóór de ingreep moet stoppen met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • best stopt met roken.

Alle borstingrepen gebeuren onder algemene verdoving in het chirurgisch dagcentrum.

Borstlift

Voor een borstlift (mastopexie) worden verschillende technieken gebruikt. De keuze van techniek is afhankelijk van:

  • Grootte van de borst.
  • Fysionomie van de patiënt.
  • Elasticiteit van de huid.
  • Een aantal parameters zoals roken, leeftijd, medicatiegebruik of ziektegeschiedenis.

Vormen

  • Kleine borstlifting: enkel een ring huid rond het tepelhof wordt weggenomen, wat een cirkelvormig litteken geeft rond het tepelhof.
  • Grote borstlifting: er komt rond het litteken rond het tepelhof nog een verticaal en horizontaal litteken bij.

Een borstlift wordt soms gecombineerd met een borstvergroting als er te weinig volume is in combinatie met overtollige huid.

Nazorg

De eerste 6 weken na de ingreep:

  • Draag een steunbeha 's nachts en overdag.
  • Til geen zware lasten.
  • Sport niet.

Mogelijke complicaties

  • Kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling, zoals bij elke ingreep.
  • Gevoelsstoornis van de tepels.
  • In zeldzame gevallen kan het weefsel van de tepel afsterven.

Uw arts bespreekt voor de ingreep de risico’s en mogelijke complicaties met u.

Controle

U komt na de ingreep nog 4 keer op controle, na ongeveer 2 weken, 6 weken, 3 maanden en 1 jaar.

Borstverkleining

Voor een borstverkleining zijn verschillende technieken beschikbaar. De keuze van techniek is afhankelijk van:

  • Grootte van de borst.
  • Fysionomie van de patiênt.
  • Elasticiteit van de huid.
  • Eantal andere parameters zoals roken, leeftijd, medicatiegebruik of ziektegeschiedenis.

Rond de beide tepelhoven zal een cirkelvormig litteken ontstaan. Verder komt er een vertikaal litteken tussen de tepel en de plooi onder de borst en bij de meeste technieken een litteken in de huidplooi onder de borst.

Na de ingreep worden er drains geplaatst.

Nazorg

  • Na de borstverkleinende ingreep kunnen de borsten gezwollen en gevoelig zijn.
  • U moet dag en nacht een steunbeha dragen gedurende 6 weken.
  • U mag geen zware lasten heffen en ook niet sporten.
  • U moet regelmatig op controle: na 2 weken, 6 weken, 3 maanden en 1 jaar na de ingreep.
  • Onderzoek naar knobbeltjes of andere afwijkingen blijft uitvoerbaar. U gaat best ook nog controle bij uw gynaecoloog.

Mogelijke complicaties

  • Kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling, zoals bij elke ingreep.
  • Gevoelsstoornis van de tepels.
  • In zeldzame gevallen kan het weefsel van de tepel afsterven.

Uw arts bespreekt voor de ingreep de risico's en mogelijke complicaties met u. De chirurg kan u geen bepaalde cup-maat van beha garanderen, noch absolute symmetrie.

Borstvergroting

De borstvergrotende operatie duurt gemiddeld 1 uur.

  • De prothesen worden meestal via een snede in de huidplooi onder de borst ingebracht. Het is ook mogelijk om ze via een snede in de oksel of langs de rand van het tepelhof in te brengen..
  • Afhankelijk van de vulling van de prothese kiest de plastisch chirurg een andere methode om de implantaten in te brengen.
  • Aan het eind van de operatie wordt een steunbeha aangelegd.

Nazorg

  • Na een borstvergrotende operatie kunnen de borsten pijnlijk en gespannen aanvoelen. Dit wordt binnen een paar dagen minder.
  • U moet dag en nacht een steunbeha dragen gedurende 6 weken.
  • U mag geen zware lasten heffen en ook niet sporten.
  • U moet regelmatig op controle: na 2 weken, 6 weken, 3 maanden en 1 jaar na de ingreep.
  • Onderzoek naar knobbeltjes of andere afwijkingen blijft uitvoerbaar. U gaat best ook nog op controle bij uw gynaecoloog.

Mogelijke complicaties

  • Kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling, zoals bij elke ingreep.
  • Het lichaam vormt om de ingebrachte prothese een bindweefsellaagje, ook wel kapsel genoemd. Soms trekt dit samen waardoor de borsten hard en pijnlijk kunnen worden..
  • In zeldzame gevallen gaat een prothese kapot. Deze moet dan vervangen worden.

Doorgaans is er weinig kans op complicaties en zijn deze ook goed te behandelen. Uw arts bespreekt voor de ingreep de risico's en mogelijke complicaties met u.


Voorbereiding

  • U moet niet nuchter zijn als de halslift onder lokale verdoving gebeurt. Bij volledige verdoving moet u nuchter zijn.
  • Stop 10 dagen vóór de ingreep met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • U moet stoppen met roken.

Verloop

De ingreep gebeurt in het chirurgisch dagcentrum onder algemene of lokale verdoving.

  • Huid wordt ter hoogte van de hals losgemaakt van onderliggende weefsels via een insnede in de haargrens achter het oor.
  • Het onderliggende steunweefsel en spier worden aangetrokken.
  • De huid wordt strak getrokken en overtollige huid wordt verwijderd.
  • Overtollig vet ter hoogte van de kin wordt verwijderd met liposuctie.

Vaak wordt een halslift gecombineerd met een (mini-)facelift.

Nazorg

  • Na de halslift is er veel kans op zwelling en blauwverkleuring van de huid. De hals kan pijnlijk aanvoelen en gezwollen zijn. Dit duurt gemiddeld 2 weken en verdwijnt spontaan.
  • Eten en slikken kan de eerste dagen gevoelig zijn.
  • Richtlijnen tijdens de eerste week om zwelling tegen te gaan:
    • Gebruik koude compressen Hamameliswater en ijs.
    • Draag een steunverband.
    • Slaap half rechtop.
  • Vermijd zware inspanningen tijdens de eerste 2 weken na de ingreep.
  • U komt na de ingreep nog 4 keer op controle, na ongeveer 1 week, 6 weken, 3 maanden en 1 jaar.

Mogelijke complicaties

Doorgaans is er weinig kans op complicaties en zijn deze ook goed te behandelen. Zoals bij elke operatie bestaat er een kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling. Uw arts bespreekt voor de ingreep de risico's en mogelijke complicaties met u.


Voorbereiding

  • U moet niet nuchter zijn.
  • Stop 10 dagen vóór de ingreep met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • U stopt best met roken.

Verloop

De ingreep gebeurt in het chirurgisch dagcentrum onder lokale verdoving.

Het huidoverschot wordt verwijderd en de resterende huid wordt gehecht met oplosbaar hechtmateriaal dat niet verwijderd hoeft te worden.

Nazorg

  • Na de ingreep is zwelling en pijn mogelijk.
  • Vermijd sporten tijdens de eerste 2 weken na de ingreep.
  • Draag de eerste weken losse kleding.
  • U komt na de ingreep nog 3 keer op controle, na ongeveer 2 weken, 6 weken en 3 maanden.

Mogelijke complicaties

  • Kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling, zoals bij elke ingreep.

Doorgaans is er weinig kans op complicaties en zijn deze ook goed te behandelen. Uw arts bespreekt voor de ingreep de risico's en mogelijke complicaties met u.


Voorbereiding

  • U moet niet nuchter zijn voor een lipofilling als de ingreep wordt uitgevoerd onder lokale verdoving. Bij een volledige verdoving moet u nuchter zijn.
  • Stop 10 dagen voor de ingreep met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • U moet stoppen met roken.

Verloop

De ingreep gebeurt in het chirurgisch dagcentrum onder lokale of algemene verdoving, afhankelijk van de hoeveelheid vetweefsel dat moet verplaatst worden.

  • Met beperkte liposuctie wordt eigen vetweefselop een plaats weggenomen.
  • Vetweefsel wordt bewerkt.
  • Het onttrokken vetweefsel wordt vervolgens opnieuw ingebracht op een plaats waar er vulling nodig is.

Nazorg

  • Ter hoogte van de zone van liposuctie kan pijn en blauwverkleuring van de huid optreden. Dit duurt een tweetal weken.
  • De eerste 6 weken moet u overdag en ’s nachts een lipo-panty dragen.

Mogelijke complicaties

Zoals bij elke operatie is er kans op bloeding, infectie, gestoorde wondheling… Doorgaans is er weinig kans op complicaties en zijn deze goed te behandelen.

Resultaat

  • Het definitieve resultaat van uw lipofilling is zichtbaar na 3 tot 6 maanden.
  • Het eindresultaat is niet voorspelbaar en de procedure moet soms herhaald worden.


Wegzuigen van overtollig vet volgens de nieuwste technieken. Liposuctie is uitermate geschikt om plaatselijke vetophopingen te behandelen.

Overtollig vet

Voor sommige mensen is het moeilijk om vet op bepaalde plaatsen te verliezen.

  • Vrouwen hebben vaak last van abnormale vetophoping ter hoogte van de heupen en billen.
  • Mannen hebben vaak vetophoping ter hoogte van de buik.

Op de rest van het lichaam is de vetlaag normaal. Liposuctie is zeer geschikt om deze gelokaliseerde vetophopingen te behandelen, maar is geen middel om te vermageren.

Voorbereiding

  • U moet nuchter zijn voor een liposuctie onder algemene verdoving. Als de liposuctie onder lokale verdoving gebeurt, moet u niet nuchter zijn.
  • Stop 10 dagen vóór de ingreep met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • U stopt best met roken.

Verloop

Een liposuctie gebeurt meestal onder volledige verdoving. Alleen kleinere contourafwijkingen worden behandeld onder plaatselijke verdoving.

  • De chirurg maakt een kleine insnijding.
  • Er wordt vocht ingespoten om het wegzuigen van de cellen vlot te laten verlopen en bloedverlies te verminderen.
  • Via de incisie worden de overtollige vetcellen nauwkeurig opgezogen.

Nazorg

  • Na de liposuctie is er veel kans op pijn en blauwverkleuring van de huid. Dit duurt een 2-tal weken.
  • De eerste 6 weken moet u overdag en 's nachts een lipo-panty dragen. Deze helpt om de huid goed op de onderlaag te laten verkleven.
  • U komt na de ingreep nog 3 keer op controle, na ongeveer 2 weken, 6 weken en 3 maanden.

Resultaat

  • Het definitieve resultaat van uw liposuctie is zichtbaar na 3 tot 6 maanden en is afhankelijk van de elasticiteit van uw huid.
  • Hebt u striemen, of is uw huid te weinig elastisch, dan komt u niet in aanmerking voor een liposuctie.

Mogelijke complicaties

Doorgaans is er weinig kans op complicaties en zijn deze ook goed te behandelen. Zoals bij elke operatie bestaat er een kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling. Uw arts bespreekt voor de ingreep de risico's en mogelijke complicaties met u.


Ingreep omwille van neusademhalingsproblemen of esthetische neusklachten.

Voorwaarden

Wanneer wordt een neuscorrectie (rhinoplastie) uitgevoerd?

  • Neusobstructieklachten die niet met medicatie kunnen verholpen worden.
  • Bij esthetische bezwaren.
  • Snurk- en of slaapproblemen waarbij een CPAP-toestel (druktoestel) niet gedragen kan worden.

Soorten neuscorrecties

Een correctie kan zowel inwendig (ter hoogte van het neustussenschot en de neusschelpen) als uitwendig uitgevoerd worden. Littekens zijn niet zichtbaar.

In sommige gevallen wordt een beroep gedaan op kraakbeen uit andere lichaamsdelen.

Voor het esthetische en reconstructieve deel worden vooraf, aan de hand van multidimensioneel fotomateriaal, de verwachtingen samen met u overlopen.

Na de ingreep

  • Afhankelijk van de neuscorrectie worden al dan niet kleine plaatjes, splints en wieken gebruikt ter ondersteuning van een goede heling.
  • U wordt gevraagd medicatie nemen om uw neusslijmvlies ontzwellen, pijnstillende medicatie, neusspray om de neus spoelen, neuszalf en soms ook antibiotica.
  • Controle-afspraken worden voorzien om de wieken en de splint te verwijderen.
  • Het eindresultaat bij correcties vraagt ongeveer drie maanden tijd.


Correctieve operatie aan het oor bij afstaande oren (flaporen) waarbij de oorschelpen dichter tegen het hoofd worden gebracht.

Voorwaarden

Een oorcorrectie (otoplastie) kan worden uitgevoerd vanaf de leeftijd van 4 à 5 jaar, best voor de start van lagere school.

Op de raadpleging wordt de positie en vorm van het oor bekeken en de gebruikte techniek en de revalidatie in detail uitgelegd.

Anesthesie

Voor de ingreep moet u op controle gaan bij de anesthesist. U krijgt hiervoor een afspraak op de pre-operatieve consultatie anesthesiologie.

Voorbereiding

  • U moet nuchter zijn voor deze ingreep.
  • Stop 10 dagen voor de ingreep met het nemen van bloedverdunners, tenzij anders besproken op de raadpleging.
  • U stopt best met roken.

Verloop

Meestal onder algemene verdoving (zeker bij kinderen) in het chirurgisch dagcentrum: u mag na de ingreep weer naar huis.

  • De chirurg maakt een kleine insnijding achteraan het oor.
  • Daar wordt een plooi in het kraakbeen gemaakt zodat het oor dichter bij het hoofd komt. Er bestaan verschillende technieken afhankelijk van de vorm en de positie van het oor. De chirurg legt u uit welke techniek het best bij u gebruikt wordt.
  • De incisie wordt gehecht.

Nazorg

  • Na een oorcorrectie krijgt u een strak verband dat meestal 1 week moet blijven zitten.
  • Als het verband verwijderd is, moet u nog 2 weken een steunband dragen (tennis- of haarband).
  • Verwijderen hechtingen na 1 week.
  • 6 weken niet zwemmen, geen contactsport gedurende 6 weken.
  • Zwelling, roodheid en gevoeligheid ter hoogte van de oorschelp zijn te verwachten na de operatie. Dit trekt geleidelijk aan weg.

Mogelijke complicaties

  • Kans op bloeding, infectie en gestoorde wondheling, zoals bij elke ingreep.
  • Kraakbeen heeft soms de neiging om terug te keren in zijn oorspronkelijke vorm waardoor een bijkomende correctieve ingreep nodig kan zijn.

Neem contact op met een arts bij koorts, hevige pijn of etterige oorloop.

Controle

U komt na de ingreep nog 3 keer op controle, na ongeveer 7 tot 10 dagen, na 6 weken en na 3 maanden.

Soms is een controle 1 jaar na de ingreep aangewezen.