Buikwand ter hoogte van de liesregio

De buikwand is opgebouwd uit huid, onderhuids vetweefsel, spierlaag en buikvlies. Ter hoogte van de lies is er bij de man van nature een opening in de spierlaag (lieskanaal). Deze opening of kanaal laat de zaadstreng (met daarin bloedvaten en zaadleider) toe om van in de buik naar de teelbal te lopen. Bij vrouwen is hier géén opening, maar wel een zwakkere zone in de buikwand ter hoogte van de aanhechting van een ligament naar de eierstok toe. Zowel bij mannen als bij vrouwen is er overigens een tweede opening in de spierwand, vlak onder de lies. Doorheen deze opening (dijkanaal) lopen de grote bloedvaten van in de buik naar het been.

Liesregio


De term ‘liesbreuk’ wordt eigenlijk gebruikt voor twee verschillende problemen, de eigenlijke liesbreuk en de dijbreuk. Beiden liggen vlak in elkaars buurt, geven gelijkaardige klachten en ook de behandeling is grotendeels gelijkaardig. In deze tekst gebruiken we gemakshalve ook de verzamelnaam ‘liesbreuk’ voor beiden, tenzij het verschil er echt toe doet. In beide gevallen gaat het om een verzwakking van de spierige buikwand, zodat er méér doorheen de buikwand kan komen dan alleen maar de zaadstreng (liesbreuk) of bloedvaten (dijbreuk). Dat ‘méér’ is in eerste instantie het buikvlies, dat zal uitstulpen doorheen het defect in de buikwand en zo een zakje vormt (breukzak) waarin buikinhoud (vetweefsel, darm) kan uitpuilen.

Liesbreuk dijbreuk

Liesbreuken komen zeer frequent voor, vooral bij mannen. Naar schatting 25% van de mannen zal ooit een breuk in de lies ontwikkelen tegenover 5% van de vrouwen. Liesbreuken komen meer voor bij rokers, bij mensen met een chronische hoest en in geval van chronische constipatie. Het risico op een breuk stijgt ook met de leeftijd. Het is niet duidelijk of het risico op een liesbreuk toeneemt door zwaar fysiek werk. Een liesbreuk wordt dan ook in principe niet als een arbeids- of sportongeval aanzien, ook al kan het dat de liesbreuk voor het eerst wordt opgemerkt tijdens een bepaalde beweging op het werk of tijdens sporten.

Risicofactoren voor een liesbreuk zijn:

  • Roken
  • Chronische hoest
  • Chronische constipatie (moeilijk stoelgang maken)
  • Leeftijd: het risico neemt toe met de leeftijd


Een liesbreuk veroorzaakt niet altijd klachten.

Mogelijke symptomen van een liesbreuk zijn:

  • Knobbel of zwelling in de liesstreek die weggedrukt kan worden.
  • Zwaartegevoel na lang staan of stappen.
  • Pijnklachten bij bewegingen waarbij de buikspieren worden aangespannen en de druk in de buik en de breukzak toeneemt.
    • Hoesten
    • Niezen
    • Persen op het toilet
    • Bukken of tillen

In zeldzame gevallen kan een liesbreuk ook plotse zeer hevige pijn in de lies veroorzaken, die niet voorbij gaat bij rusten. Daarbij kan is er meestal een duidelijke zwelling in de lies, die niet verdwijnt bij rusten of masseren erover. We spreken dan van een ingeklemde breuk. De aanhoudende pijn in rust (ruglig) wijst er op dat de inhoud van de breukzak (vetweefsel, darm) slecht of niet meer doorbloed wordt en geleidelijk aan dreigt af te sterven. Hiervoor moet een dringend advies van een dokter moet worden gevraagd. Als ook de arts de breuk niet kan terugduwen, zal een dringende ingreep moeten uitgevoerd worden.


U vindt hier een aantal mogelijke behandelingen voor deze aandoening. Na de diagnose kiest uw arts, samen met u en de andere artsen van het team, de beste oplossing voor u. Uw behandeling kan dus afwijken van de hieronder voorgestelde therapie(ën).

  • Afwachten en voorlopig niet behandelen. Bij mannen is dit een optie als er geen of maar beperkte klachten zijn. Omdat een liesbreuk nooit spontaan verdwijnt, is uiteindelijk altijd een ingreep nodig.
  • Breukgordel om de liesbreuk tijdelijk terug te duwen. Nadeel is dat de gordel vrij moeilijk aan te brengen is. De gordel geeft doorgaans op termijn ook ongemakken.
  • Liesbreukoperatie: ingreep waarbij de buikwand wordt verstevigd met weefsel uit de buikwand zelf of met een kunststoffen matje.

De operaties vallen uiteen in twee groepen: kijkoperaties (niet-invasieve behandeling) en klassieke operaties.

Bij de kijkoperaties is er de gewone kijkoperatie enerzijds en de Kügeloperatie anderzijds.
Bij de klassieke operaties onderscheiden we twee procedures: Lichtenstein-procedure en Stoppa-procedure.

Minimaal invasieve techniek: Kijkoperatie of liesbreukherstel volgens Kügel

Een kijkoperatie is een niet-invasieve ingreep, wat betekent dat er niet gesneden wordt. Het voordeel van een kijkoperatie is dat u in principe sneller herstelt dan bij een klassieke operatie. Daarom zal de chirurg de voorkeur geven aan deze techniek.

Bij deze technieken wordt er een prothese (‘stukje muggengaas’) geplaatst achter de lies- en dijopening zodat beide openingen afgedekt zijn en het buikvlies niet meer kan uitstulpen. De openingen zelf worden niet gesloten of kleiner gemaakt en zowel zaadstreng als bloedvaten naar het been kunnen achter de prothese op hun normale positie doorlopen. Bij de kijkoperatie worden 3 sneetjes gemaakt: 1 van 12 naast de navel en 2 van 5mm in de onderbuik. Bij de Kügeloperatie wordt één sneetje van 4cm gemaakt. Beide ingrepen zijn zeer gelijkwaardig en hangen grotendeels af van persoonlijke voorkeur van patiënt en ervaring van chirurg. De kijkoperatie zal altijd onder algemene verdoving worden uitgevoerd, terwijl de Kügeltechniek ook onder een ruggenprik kan worden uitgevoerd zo de patiënt dit wenst. Bij de kijkoperatie kan men beide zijden zo nodig samen behandelen door dezelfde drie sneetjes, terwijl bij een Kügelprocedure elke zijde via een apart sneetje wordt behandeld.

Kijkoperatie

‘Klassieke’ methodes: herstel volgens Lichtenstein of Stoppa

Bij een klassieke operatie wordt de opening of zwakke plek in de buikwand hersteld via een snee. De buikwand wordt hersteld met eigen lichaamsweefsel of door een stukje kunststof.

Lichtenstein-procedure

Bij de Lichtenstein-procedure wordt er gesneden in de liesregio. De chirurg opent de buitenste spierlaag, herstelt het lieskanaal en plaatst ter versteviging een prothese (kunststoffen matje) tussen de spierlagen.

Beperkingen bij deze procedure:
In principe wordt alleen de natuurlijke liesopening en niet de dijopening verstevigd.
De prothese ligt meer in contact met de lieszenuwen. Het risico op blijvende liespijn na de operatie is groter.

Stoppa-procedure

Bij de Stoppa-procedure wordt er gesneden in het midden van de onderbuik. Van daaruit maakt de chirurg de spieren vrij, en plaatst vervolgens een prothese (kunststoffen matje).

Deze procedure wordt maar zelden toegepast.

Stoppa2


Voorbereiding

  • Bespreek vooraf met uw arts de medicatie die u neemt.
  • 1 week vóór uw operatie mag u zich niet meer ontharen met een tondeuse, scheermesje of ontharingscrème.
  • U stopt het best met roken.
  • De avond voor de operatie moet u nuchter blijven vanaf middernacht.
  • Was navel, liesstreek en genitaliën grondig om het risico op infecties te voorkomen.

Dag van de ingreep

Een liesbreukoperatie gebeurt via opname in het dagziekenhuis.

  • Kunstgebit, bril, contactlenzen of sieraden moet u uitdoen.
  • U krijgt een operatiehemdje aan en een identificatiebandje rond de pols.
  • De te opereren streek wordt geschoren.
  • Vlak voor de ingreep moet u de blaas volledig ledigen.

Verloop ingreep

Een kijkoperatie gebeurt altijd onder algemene verdoving. Een klassieke operatie gebeurt onder lokale verdoving.

Duur: 3 uur

In de operatiezaal stelt men u enkele vragen over uzelf en de ingreep. Die vragen maken deel uit van de zogenoemde safe surgery checklist, die de patiëntveiligheid waarborgt.

U wordt gekoppeld aan bewakingsapparatuur die ademhaling en hartfunctie zullen controleren tijdens de operatie:

  • Klemmetje op een vinger om het zuurstofgehalte in het bloed te bepalen
  • Klevers op de borstkas om uw hartslag te volgen
  • Drukband om de arm om de bloeddruk te meten.
  • U krijgt een infuus (een fijn soepel buisje) in uw arm om slaapmedicatie en pijnstilling en eventuele andere medicatie toe te dienen.

Alles is nu klaar voor de operatie.


De meeste liesbreukoperaties worden in daghospitaal uitgevoerd. Dit betekent dat u dezelfde dag nog naar huis kan, op voorwaarde dat de pijn onder controle is en u niet misselijk bent. Bij voorkeur hebt u ook kunnen plassen vóór het verlaten van het ziekenhuis.

Onmiddellijk na de ingreep krijgt u in eerste instantie nog vocht en pijnstilling via een infuus toegediend. Soms wordt er een drainagebuisje geplaatst in de wonde waarlangs het wondvocht wordt afgeleid. Afhankelijk van de situatie kan dat dezelfde dag nog verwijderd worden of moet dit enkele dagen blijven zitten. Doorgaans kan u nog op de dag van de ingreep iets drinken en later op de dag iets licht eten. Tijdens de eerste dag(en) is het uiteraard normaal dat u enige vage buikpijn ervaart ter hoogte van de wonde(s). Typisch na een kijkoperatie kan daar uitstralende pijn naar de schouder bijkomen; dit komt doordat bij het opblazen van de buik een middenrifzenuw kan geprikkeld worden, die hogerop deels samenloopt met een schouderzenuw. U krijgt systematisch pijnstilling toegediend, waarmee u normaalgezien comfortabel bent maar indien dit niet toereikend is, kan u dit uiteraard aangeven aan uw verpleegkundige.

Enige hinder thv de liesstreek/wonde(s) bij bewegen gedurende de eerste weken na de ingreep is vanzelfsprekend ook nog normaal. Tijdens de ingreep wordt in principe lokale verdoving toegediend thv de operatiezone en de wondjes. Deze werkt uit 6-8 uur na de ingreep. Het is dus normaal dat u in de loop van de avond van de ingreep wat meer pijn ervaart dan vlak na de ingreep. De nood aan pijnstillers neemt haast altijd zeer sterk af binnen de 1 à 2 dagen na de ingreep. Vooral bepaalde plotse bewegingen zoals uit auto stappen, been over fiets zwaaien… kunnen wel nog verscheidene weken voor een occasionele pijnscheut zorgen, zonder erg verder. Specifiek na een kijkoperatie kan uitstralende pijn naar de schouder 1-2 dagen aanhouden.

Indien u bij een daghospitalisatie niet hebt kunnen plassen in het ziekenhuis en dit ook in de loop van de avond thuis niet lukt, dient u bij uitgesproken toenemende onderbuikspijn best langs te komen op de spoedgevallendienst. Een enkele keer moet dan tijdelijk een blaassonde worden geplaatst om de blaas te ontspannen.

Enkele dagen na de ingreep kan u een bloeduitstorting ontwikkelen in de liesregio, afdalend naar de geslachtsdelen; dit kan zich uiten door een zwelling in de zone waar u voorheen de liesbreuk kon voelen en/of een blauwverkleuring van de geslachtsdelen. Dit is nog normaal en zal geleidelijk aan verdwijnen over 2-4 weken

Fysieke activiteit

Na een kijkoperatie of Kügelprocedure kan u best ‘relatieve rust’ in acht nemen gedurende twee weken; dit betekent dat u geen zware lasten mag tillen (>10kg of een emmer water), geen zware sportactiviteiten mag beoefenen en geen fysiek belastende arbeid mag verrichten. Lichtere fysieke belasting zoals wandelen en gelijkmatig fietsen op een hometrainer mag u onmiddellijk hervatten. Na twee weken mag u ook de andere fysieke activiteiten (incl. sexueel contact) geleidelijk weer opbouwen, op eigen aanvoelen. Met voor de buikspieren zeer belastende sportactiviteiten zoals voetbal, fitness en tennis adviseren we 4-6 weken te wachten. Autorijden raden we gedurende de eerste week na de ingreep af. Na 1-2 weken kan u dit hervatten, op eigen aanvoelen

Na een Lichtenstein- of Stoppaprocedure raden we 4 weken ‘relatieve rust’ aan en 6-8 weken voor belastende sportactiviteiten.

Wondzorg

De wondjes worden nog verzorgd voor uw ontslag uit het ziekenhuis (?droog aseptisch verband?); deze verbandjes mogen nadien dicht blijven zolang ze droog blijven. U mag hiermee onder de douche, maar liefst niet in bad.

Medicatie bij ontslag

Uw thuismedicatie mag in principe opnieuw herstart worden na ontslag. Ivm eventuele bloedverdunners krijgt u apart advies.
Als pijnstilling stellen we paracetamol 1g, tot 4/dag voor (Dafalgan, Paracetamol…). Dit kan zo nodig aangevuld worden met een ontstekingsremmer (diclofenac, ibuprofen…), op voorwaarde dat u nooit een maagzweer hebt gehad en niet lijdt aan een ernstige hart- of nieraandoening.

Afspraken

Controle bij de huisarts te voorzien een tiental dagen na de ingreep, voor een wondcontrole en verwijderen van de hechtpleisters (in geval dat de hechtingen onder de huid werden geplaatst) of verwijderen hechtingen
Een controle bij uw chirurg wordt voorzien een viertal weken na de ingreep.

U neemt het best contact op met een arts als u 1 van de volgende situaties vaststelt:

  • Koorts vanaf 38 graden, koude rillingen of klam zweet
  • Sterke zwelling of pijn in het scrotum of de liesregio
  • Toenemende zwelling van de buik of toenemende pijn
  • Aanhoudende misselijkheid of aanhoudend braken
  • Aanhoudende hoest of ademhalingsmoeilijkheden
  • Doorsijpelen van vocht of bloed uit de wonden


Een liesbreukoperatie is een veilige operatie met meestal een vlot, comfortabel en ongecompliceerd herstel. Ernstige complicaties zijn zeldzaam.

Het risico op complicaties is groter bij mensen met zwaarlijvigheid. Ook roken en diabetes vergroten de kans op wondproblemen gevoelig.

Bloeduitstorting

Soms ontstaat er een bloeduitstorting met blauwe verkleuring van lies en scrotum. Die is pijnloos en trekt vanzelf weg. Soms is een zwaartegevoel of ongemak in een teelbal mogelijk.
Ondersteunend ondergoed kan helpen om de hinder tegen te gaan.
De hinder verdwijnt na enkele weken.

Vochtopstapeling (seroom)

Na herstel van een grote breuk kan er gedurende enkele weken tot maanden een zwelling voelbaar blijven door een vochtopstapeling.
Dit is pijnloos en verdwijnt meestal langzaam vanzelf.

Problemen bij het plassen

Mensen die vooraf problemen hadden bij het plassen, bijvoorbeeld door prostaatvergroting, kunnen soms na de ingreep zo moeilijk plassen dat ze daarvoor gedurende één of meer dagen een blaaskatheter nodig hebben.

Wondinfectie

De wondjes kunnen rood, pijnlijk of gezwollen worden, wat wijst op een ontsteking of infectie.
Voor de behandeling is soms een antibioticum nodig.
Soms gaan de wondranden open en moet de wonde verder thuis verzorgd worden door een thuisverpleegkundige.

Bacteriën die zich nestelen op een kunststoffen matje, zijn moeilijk te bestrijden. Soms kan het daarom zelfs nodig zijn om het besmette matje terug te verwijderen. Dat is gelukkig slechts zeer zeldzaam het geval.

Chronische liespijn

Een op tien patiënten blijft langere tijd pijn voelen in de operatiezone; meestal is de pijn niet storend en verbetert ze in de loop van de volgende maanden en jaren.

Bij een kleine minderheid (ongeveer 3%) blijft de pijn bestaan en is die storend en heeft ze een belangrijke impact op het dagelijks leven.
De behandeling van pijn bij deze groep mensen vraagt de aanpak van meerdere ervaren artsen van verschillende disciplines, waaronder ook de artsen van de pijnkliniek.
Na een kijkoperatie is de kans op ernstige chronische pijn iets lager dan na de Lichtenstein-operatie.

U wordt uitgenodigd om deel te nemen aan het FLIPR-liesbreukregister. Zo willen we het risico op chronische pijn beter kunnen inschatten

Nieuwe lies- of dijbreuk

Aan dezelfde kant

Door het gebruik van een kunststoffen matje is een recidief (het terugkomen van de lies- of dijbreuk) aan dezelfde kant van het breukherstel erg zeldzaam.
In ongeveer 3 à 5% treedt er in de tien jaar volgend op de operatie een recidief op. Dat wordt veroorzaakt door krimpen of verschuiven van het matje.

Aan de andere kant

Als bij de operatie maar 1 kant behandeld wordt, bestaat 10 tot 20% kans om aan de andere kant een liesbreuk te ontwikkelen in de daaropvolgende jaren.

Andere complicaties

Enkele ernstige complicaties, die gelukkig maar heel zelden voorkomen, zijn: een zware nabloeding in de buikwand waarvoor een heroperatie noodzakelijk is, of een letsel van de darm of van de blaas.

Verder zijn er zoals bij elke operatie de klassieke risico’s zoals trombose, longontsteking, urineweginfectie en hartproblemen.

De opsomming van mogelijke complicaties is onvolledig en vermeldt alleen de meest frequente verwikkelingen.