Maak een afspraak

Een afspraak maken is mogelijk via het secretariaat van Abdominale Heelkunde:

Ma-Vr 09:00 - 16:30 u

Raadplegingen

  Ma Di Wo Do Vr Za Zo
VM    
NM    
AV            

Wat behandelen buikchirurgie en proctologie?

Buikchirurgie (abdominale heelkunde) en proctologie behandelen aandoeningen van maag, darm, lever en galblaas en proctologische problemen. We lichten enkele aandoeningen en hun behandelingen toe.


Wat is gal?

Gal is een lichaamssap dat wordt aangemaakt in de lever. Gal bestaat enerzijds uit afvalstoffen die door de lever uit het bloed worden gezuiverd, en anderzijds uit verteringssappen die de lever zelf aanmaakt. Die zijn vooral belangrijk voor de vertering van vetten, inclusief vetoplosbare vitaminen.

De gal wordt vanuit de lever afgevoerd naar de galblaas, waar het indikt en tijdelijk wordt opgeslagen. De galblaas is dus een tijdelijk reservoir vanwaar gal uiteindelijk wordt afgevoerd naar de dunne darm. Dit gebeurt doordat de galblaas zich reflexmatig samentrekt, wanneer er eten vanuit de maag in de dunne darm terechtkomt. De afvalstoffen in de gal worden uitgescheiden met de stoelgang, en geven de stoelgang zijn bruine kleur. De verteringssappen in de gal gaan zich mengen met het voedsel om zo de vertering van vetstoffen te bevorderen.

Wat is de oorzaak van galstenen?

Door een onevenwicht in de samenstelling van de gal kan er zich op de bodem van de galblaas een neerslag of bezinksel vormen. Het gaat dan bijvoorbeeld om neerslag van cholesterolkristallen of bilirubine. Dat bezinksel kan dan samenklonteren tot wat we uiteindelijk galsteentjes noemen.

Symptomen van galstenen

Zolang de galstenen vrij in de galblaas circuleren, veroorzaken zij geen klachten. Wanneer er bij het ledigen van de galblaas een steentje - al dan niet tijdelijk - klem komt te zitten aan de uitgang van de galblaas of in de afvoerende galweg, zal de galblaas samentrekken tegen een weerstand.

Klassieke symptomen en klachten

  • Pijn in de bovenbuik, soms vooral rechts en in het midden, vaak ook over de ganse bovenbuik.
  • Uitstralende pijn naar de rug en tussen de schouderbladen.
  • Variërende mate van pijn: van een opgeblazen gevoel na de maaltijd en vage pijn tot intense pijn. Intense pijn door galstenen wordt 'koliekpijn' of 'bewegingsdrang' (verwijzend naar het rusteloze gevoel) genoemd.
  • Wanneer de pijn onhoudbaar wordt, spreken we van een echte ‘galcrisis’.

Pijn door galstenen wordt veroorzaakt door een (vetrijke) maaltijd. Het is een signaal voor de galblaas om zich - zodra het voedsel in de dunne darm komt - te ledigen, door (krachtig) samen te trekken. Doorgaans trekt de pijn na enkele minuten of uren spontaan weer weg.

Andere symptomen van galstenen

  • Koorts
  • Geelzucht

Behandeling van galstenen

Galstenen verwijderen zonder operatie

Galstenen verwijderen zonder operatie is niet mogelijk. De enige behandeling is het operatief verwijderen van de galblaas, met de galstenen erin.

Voorafgaand aan de ingreep wordt er soms een steentje uit de hoofdgalweg geëvacueerd. Dit gebeurt dan d.m.v. een ‘ERCP’-procedure. Bij dit onderzoek wordt er langs de mond een slang ingebracht (gastroscoop) en zal men via de maag en de dunne darm uiteindelijk de monding van de hoofdgalweg zoeken. Zo kan het steentje bevrijd worden of kan er een 'stent' (een metalen of plastic buisje) geplaatst worden, zodat de gal weer kan afvloeien.

Een galsteen wordt geëvacueerd of er wordt een stent geplaatst

Galstenen verwijderen via een operatie

Het verwijderen van de galblaas (en de galstenen) gebeurt in meer dan 95% van de gevallen via een kijkoperatie. Hoe gaan we te werk bij een kijkoperatie?

  1. De buik wordt opgeblazen om werkruimte te creëren. Dit gebeurt met CO2-gas (dat is hetzelfde gas dat we uitademen). Indien er dus na de ingreep wat gas in de buikholte achterblijft, wordt dat snel opgenomen via de bloedbaan en gewoon weer uitgeademd.
  2. Is er voldoende ruimte, dan worden er vier tot vijf kleine sneetjes van 5mm tot 15mm in de bovenbuik gemaakt. Via deze sneetjes worden werkkanalen doorheen de buikwand geplaatst, waarlangs chirurgische instrumenten én de cameralens worden ingevoerd tot in de buikholte.
  3. Tijdens de ingreep wordt de galblaas losgemaakt van twee belangrijke structuren: de zijgalweg en het aanvoerende bloedvat.
  4. De galblaas wordt tot slot losgemaakt van de lever.

Complicaties tijdens het verwijderen van galstenen

Het verwijderen van de galblaas en galstenen kan bemoeilijkt worden door verklevingen van voorgaande ingrepen in de bovenbuik of door een ernstige ontsteking. Daardoor kunnen de afzonderlijke structuren minder duidelijk zichtbaar zijn. In dat geval is het risico op bepaalde complicaties iets groter (beschadiging van de hoofdgalweg, bloedvat, darm).

In zeer uitzonderlijke gevallen kan dit betekenen dat het veiliger is om de kijkoperatie te beëindigen en over te gaan naar een ‘klassieke’ insnede of operatie in de bovenbuik. Uiteraard zal het herstel hiervan wat langer in beslag nemen dan na een kijkoperatie.

Galstenen operatie

Herstel na het verwijderen van galstenen

In het ziekenhuis

Onmiddellijk na het verwijderen van de galblaas krijgt u vocht en pijnstilling via een infuus toegediend. De kans is reëel dat er een drainagebuisje werd geplaatst in de buik waarlangs het wondvocht wordt afgeleid. Afhankelijk van het uur van uw algemene toestand (misselijkheid) zal men u al dan niet nog dezelfde dag water laten drinken en eventueel zelfs een lichte maaltijd aanbieden.

Tijdens de eerste dag(en) is het uiteraard normaal dat u vage buikpijn ervaart. Typisch na een kijkoperatie kan daar uitstralende pijn naar de schouder bijkomen, doordat bij het opblazen van de buik een middenrifzenuw kan geprikkeld worden, die hogerop deels samenloopt met een schouderzenuw. U krijgt systematisch pijnstilling toegediend, waarmee u comfortabel bent. De nood aan pijnstillers neemt zeer sterk af binnen de 1 à 2 dagen na de ingreep.
Verder kan u zich nog wat misselijk voelen. De misselijkheid verdwijnt meestal de dag zelf nog, maar kan soms wat langer aanhouden; in dat geval verdwijnt deze bijna altijd binnen de 1 à 2 dagen.

De overgrote meerderheid van de patiënten kan de afdeling binnen de 1 à 2 dagen na de ingreep verlaten. Voor sommigen lukt dit zelfs de dag zelf nog (via daghospitalisatie - dat wordt vooraf afgesproken).

Na ontslag uit het ziekenhuis

De eerste dagen thuis kan u nog wat hinder ondervinden ter hoogte van de wondjes en de schouders. Een opgeblazen gevoel, vage misselijkheid en een episode van diarree behoren ook nog tot een normaal herstel.

Bij volgende problemen na de operatie aan de galblaas vragen we u om opnieuw contact op te nemen met uw huisarts of het ziekenhuis:

  • Pijnklachten die niet verdwijnen na het innemen van de voorgeschreven pijnstillende medicatie
  • Een temperatuursverhoging van 38,0°C of hoger
  • Een wonde die steeds roder wordt en opzwelt op de bovenbuik
  • Geelzucht

6 factoren waar u op let tijdens de revalidatie

Tijdens het revalideren na het verwijderen van de galblaas houdt u zich aan de voorschriften en aanbevelingen van de dokter op vlak van:

  1. Fysieke activiteit
  2. Voeding
  3. Wondzorg
  4. Medicatie
  5. Doktersafspraken
  6. Complicaties

Fysieke activiteit na een galblaasoperatie

U kan best ‘relatieve rust’ nemen gedurende twee weken. Dat betekent concreet:

  • Geen zware lasten tillen (>10kg of een emmer water)
  • Geen zware sportactiviteiten beoefenen
  • Geen fysiek belastende arbeid verrichten
  • Autorijden wordt afgeraden de eerste week na de ingreep. Na de 2e-3e week mag het autorijden hernemen.

Lichtere fysieke belasting zoals wandelen en gelijkmatig fietsen op een hometrainer mag u onmiddellijk hervatten. Na twee weken mag u ook de andere fysieke activiteiten geleidelijk weer opbouwen, op eigen aanvoelen. Met voor de buikspieren zeer belastende sportactiviteiten zoals voetbal, fitness en tennis adviseren we 4-6 weken te wachten.

Voeding: dieet na het verwijderen van galstenen

U houdt zich best aan een relatief vetarm dieet gedurende de eerste dagen, nadien geleidelijk aan uit te breiden naar normale voeding binnen 1-2 weken (zie ook aparte dieet-toelichting).

Wondzorg na de operatie

De wondjes worden nog verzorgd voor uw ontslag uit het ziekenhuis (droog aseptisch verband); de verbandjes mogen nadien dicht blijven zolang ze droog blijven. U mag hiermee onder de douche, maar liefst niet in bad.

Medicatie na het verlaten van het ziekenhuis

Uw thuismedicatie mag in principe opnieuw herstart worden na ontslag. I.v.m. bloedverdunners krijgt u apart advies. Als pijnstillers stellen we voor om paracetamol (zoals Dafalgan) 1g, tot 4/dag na het ontslag uit het ziekenhuis te nemen. Deze medicatie mag aangevuld worden met een ontstekingsremmers (diclofenac, ibuprofen…), op voorwaarde dat u nooit een maagzweer hebt gehad en niet lijdt aan een ernstige hart- of nieraandoening.

Doktersafspraken na de ingreep

Een tiental dagen na de ingreep wordt je op controle verwacht, om de wonden te controleren en de hechtpleisters te verwijderen. De hechtingen zelf worden onder de huid geplaatst en zijn oplosbaar. Een controle bij uw chirurg wordt voorzien een viertal weken na de ingreep.

Complicaties

In de overgrote meerderheid van de gevallen is het verwijderen van de galblaas een relatief beperkte ingreep die mogelijk is via een kijkoperatie, en met een vlot, comfortabel en ongecompliceerd herstel achteraf.

Geen enkele ingreep is evenwel volledig risicovrij uiteraard. Zo bestaat er ook na de galblaasoperatie een kleine risico op algemene chirurgische complicaties als infectie, wondcomplicaties en (na)bloeding, trombose en longontsteking. Zwaarlijvigheid, roken en voorgaande chirurgie zijn risicofactoren en verhogen de kans op complicaties. Specifieke en ernstige - maar gelukkig zeer zeldzame - complicaties bij deze ingreep zijn een beschadiging van de hoofdgalweg, bloedvat of darm. Hiervoor kan een heringreep nodig zijn.

Tenslotte is er een kleine kans dat er tijdens de ingreep een steentje indaalt vanuit de galblaas naar de hoofdgalweg. In dat geval dient dit steentje eenmalig achteraf verwijderd te worden d.m.v. een ‘ERCP’-onderzoek (niet-chirurgische methode via maag en dunne darm).


Wat is de oorzaak van een blinde darmontsteking?

Een blinde darmontsteking (acute appendicitis of appendicit in de volksmond) is een ontsteking aan de appendix. Het ontstaat meestal door een propje stoelgang dat de uitgang van de appendix blokkeert. Hierdoor kunnen de slijmen, die in de blinde darm geproduceerd worden, de appendix niet meer verlaten en gaat de druk binnenin stijgen. Er ontstaat een zwelling, waardoor de blinde darmwand geïrriteerd raakt (ontsteking).

In een volgend stadium kan ook de omgeving van de appendix geïrriteerd raken, zoals het vetweefsel en omgevende darmen. Uiteindelijk kunnen bacteriën doorheen de verzwakte appendixwand ontsnappen en etter vormen rond de blinde darm, al dan niet opgehoopt in een abces.

Wanneer er een echte opening in de wand van de blinde darm ontstaat, spreken we van een perforatie of een ‘gesprongen’ appendix. Daarbij zal zich een abces vormen op de plaats van de appendix. In een volgend stadium kan de etter verspreid raken over een groot deel van de buikholte of zelfs over de ganse buikholte. Deze evolutie voltrekt zich doorgaans over enkele dagen tot een week en het is uiteraard best om zo vroeg mogelijk in deze evolutie in te grijpen.

Symptomen van een ontstoken appendix of blinde darmontsteking

  • Pijn rond de navel
  • Misselijkheid en braken
  • Geen hongergevoel
  • Koorts

Een blinde darmontsteking wordt vastgesteld bij bloedafname, echo en een eventuele CT-scan.

Behandeling van een blinde darmontsteking

Een ontstoken appendix behandelen zonder operatie

Bij een acute appendicitis is het wegnemen van de appendix veruit de beste remedie voor een snelle en definitieve genezing. Met antibioticatherapie is er ook een behoorlijke kans om de ontstoken appendix onder controle te krijgen, maar er is dan ook een reëel risico dat we na enkele dagen merken dat de antibiotica toch niet werken en we alsnog moeten ingrijpen. De operatie zal dan in veel moeilijker omstandigheden moeten gebeuren door de uitgebreidere infectie. Bovendien is er dan natuurlijk ook kans op een nieuwe appendicitis later.

Omgekeerd geven we antibiotica toch soms een kans bij een blinde darmontsteking. Wanneer de omgevende darmen sterk aan de appendix zijn verkleefd, is er bij een ingreep een sterk verhoogd risico op beschadiging van die omgevende darmen. In zo’n geval proberen we om de ontsteking eerst af te koelen met antibiotica, en na 6 weken proberen we de appendix alsnog te verwijderen. Die laattijdige operatie wordt uitgevoerd omdat er een reële kans (15-25%) is op een nieuwe appendicitis later.

Het verwijderen van de ontstoken appendix via operatie

Hoe verloopt een blinde darmoperatie?

Het verwijderen van de appendix (appendectomie) gebeurt in 99% van de gevallen via een kijkoperatie.

  1. De buik wordt opgeblazen om werkruimte te creëren. Dit gebeurt met CO2-gas, hetzelfde gas dat we uitademen. Als er na de ingreep dus wat gas achterblijft in de buikholte, wordt dat zeer snel via de bloedbaan opgenomen en gewoon weer uitgeademd.
  2. Vervolgens maken we drie kleine sneetjes in de buik van 5 tot 12 mm. Via deze sneetjes plaatsen we werkkanalen doorheen de buikwand, waarlangs we chirurgische instrumenten en de camera kunnen invoeren.
  3. De blinde darm wordt dan losgemaakt van het aanvoerend bloedvat en vervolgens wordt hij doorgenomen aan de dikke darm. Dat gebeurt met draad of nietjes, afhankelijk van de ernst van de ontsteking. De appendix wordt uiteindelijk verwijderd via de navel.

Complicaties tijdens het verwijderen van de appendix

De ingreep aan de blinde darm kan bemoeilijkt worden door verklevingen van voorgaande operaties of door een ernstige ontsteking, waardoor de afzonderlijke structuren minder duidelijk zichtbaar zijn. In dat geval is het risico op bepaalde complicaties iets groter. In zeer uitzonderlijke gevallen kan dit betekenen dat het veiliger is om de kijkoperatie te beëindigen en over te gaan naar een open procedure, via een insnede in de onderbuik van 10-15cm.

Appendicities

Herstel na het verwijderen van de appendix

In het ziekenhuis

Onmiddellijk na de ingreep krijgt u in eerste instantie vocht en pijnstilling via een infuus toegediend. Afhankelijk van uw algemene toestand (misselijkheid) zal men u al dan niet nog dezelfde dag water laten drinken en eventueel zelfs een lichte maaltijd aanbieden.

Tijdens de eerste dag(en) is het uiteraard normaal dat u enige vage buikpijn ervaart. Typisch na een kijkoperatie kan daar uitstralende pijn naar de schouder bijkomen. Doordat bij het opblazen van de buik een middenrifzenuw kan geprikkeld worden en die hogerop deels samenloopt met een schouderzenuw. U krijgt systematisch pijnstilling toegediend, waarmee u comfortabel bent. Als het niet toereikend is, kan u dit uiteraard aangeven aan uw verpleegkundige. De nood aan pijnstillers neemt zeer sterk af binnen de 1 à 2 dagen na de ingreep.

Verder kan u zich nog wat misselijk voelen. Deze misselijkheid verdwijnt meestal de dag zelf nog, maar kan een enkele keer wat langer aanhouden. In dat geval verdwijnt deze bijna altijd binnen de 1 à 2 dagen.

De overgrote meerderheid van de patiënten kan de afdeling binnen de 1 à 2 dagen na de ingreep verlaten, maar in gecompliceerder situaties kan dit natuurlijk een stuk langer worden; 7-10 dagen is dan geen uitzondering.

Herstellen na het ziekenhuis

In de loop van de eerste dagen na de blindedarmoperatie kan u nog wat hinder ondervinden ter hoogte van wondjes én de schouders. Een opgeblazen gevoel, vage misselijkheid en een episode van diarree behoren ook nog tot het normale verloop.

Bij volgende problemen vragen we u om opnieuw contact op te nemen met uw huisarts of het ziekenhuis:

  • Pijnklachten die niet verdwijnen na het innemen van pijnstillende medicatie
  • Een temperatuursverhoging van 38,0°C of hoger
  • Een wonde die steeds roder wordt en gezwollen is

6 factoren waar u op let tijdens de revalidatie

Tijdens het revalideren na het verwijderen van de appendix houdt u zich aan de voorschriften en aanbevelingen van de dokter op vlak van:

  1. Fysieke activiteit
  2. Voeding
  3. Wondzorg
  4. Medicatie
  5. Doktersafspraken
  6. Complicaties

Fysieke activiteit na een appendixoperatie?

U kan best ‘relatieve rust’ nemen gedurende twee weken. Dat betekent concreet:

  • Geen zware lasten tillen (>10kg of een emmer water)
  • Geen zware sportactiviteiten beoefenen
  • Geen fysiek belastende arbeid verrichten
  • Autorijden is af te raden de eerste week na een kijkoperatie. Autorijden hernemen mag vanaf 2e of 3e week na de ingreep.

Lichtere fysieke belasting zoals wandelen en gelijkmatig fietsen op een hometrainer mag u onmiddellijk hervatten. Na twee weken mag u ook de andere fysieke activiteiten geleidelijk weer opbouwen, op eigen aanvoelen.

Met voor de buikspieren zeer belastende sportactiviteiten zoals voetbal, fitness en tennis adviseren we 4-6 weken te wachten.

Voeding: Is er een dieet na het verwijderen van de blinde darm?

Na een ongecompliceerde ingreep voor appendicitis hoeft u géén dieet te volgen.

Wondzorg na de opeartie

De wondjes worden nog verzorgd voor uw ontslag uit het ziekenhuis (droog aseptisch verband). Het verband mogen nadien dicht blijven zolang ze droog blijven. U mag hiermee onder de douche, maar liefst niet in bad.

Medicatie na het ziekenhuis

Uw thuismedicatie mag in principe opnieuw herstart worden na ontslag. I.v.m. eventuele bloedverdunners krijgt u apart advies.

Als pijnstillers stellen we paracetamol (Dafalgan, Paracetamol…) voor: 1g, tot 4x per dag. Dit kan aangevuld worden met een ontstekingsremmer (diclofenac, ibuprofen…), op voorwaarde dat u nooit een maagzweer hebt gehad en niet lijdt aan een ernstige hart- of nieraandoening.

Doktersafspraken

Er wordt een controle bij de huisarts gepland tien dagen na de ingreep, voor een wondcontrole en verwijderen van de hechtpleisters. De hechtingen werden onder de huid geplaatst en zijn oplosbaar.

Een controle bij uw chirurg wordt doorgaans niet meer voorzien. In dat geval wordt wel een afsluitende controle bij de huisarts een drietal weken na de ingreep aangeraden.

Complicaties na een blinde darmoperatie

In de overgrote meerderheid van de gevallen is het verwijderen van de appendix een relatief beperkte ingreep die mogelijk is via een kijkoperatie, en met een vlot, comfortabel en ongecompliceerd herstel achteraf.

Geen enkele ingreep is evenwel volledig risicovrij uiteraard. Zo bestaat er ook na deze ingreep een kleine risico op algemene postoperatieve complicaties als infectie, wondcomplicaties, nabloeding, trombose en longontsteking . Zwaarlijvigheid, roken en voorgaande chirurgie zijn risicofactoren en verhogen de kans op complicaties. Meer specifiek bestaat er binnen de eerste dagen/weken een kleine kans op het ontwikkelen van een abces in de buikholte, waarvoor een punctie of zelfs heringreep vereist kan zijn.


Wat is diverticulose?

De dikke darm (colon) is een orgaan met als voornaamste functie het onttrekken van water aan de stoelgang. Het heeft een lengte van 150 tot 180 cm en het wordt begrensd door de dunne darm aan de ene zijde en eindigt met de endeldarm ter hoogte van het anaal kanaal aan de andere zijde. Het S-bochtige geel (sigmoid) is het deel vóór de endeldarm.

Een divertikel is een uitstulping van de wand van de dikke darm. Diverticulose staat voor de aanwezigheid van verscheidene divertikels. Divertikels kunnen over de ganse dikke darm voorkomen, maar komen het vaakst voor ter hoogte van het sigmoid. Diverticulose komt heel vaak voor - de meeste mensen met diverticulose hebben geen klachten en zullen klachtenvrij blijven de rest van hun leven. Diverticulose op zich is dus géén reden tot wat voor behandeling dan ook.

Wat is (acute) diverticulitis?

Diverticulitis is de ontsteking van één of meerdere divertikels. Diverticulitis kan onderverdeeld worden in een eenvoudige en een gecompliceerde vorm.

Eenvoudige diverticulitis

Eenvoudige diverticulitis is de meest voorkomende vorm. Het probleem beperkt zich tot de ontsteking van de dikke darm. Het kan doorgaans goed behandeld worden met medicatie (antibiotica).

Gecompliceerde diverticulitis

Bij gecompliceerde diverticulitis is vaak een operatie of een vorm van chirurgie noodzakelijk. In één van de volgende situaties gaat het om een gecompliceerde diverticulitis:

  1. Abces: een gelokaliseerde ophoping van etter, die beperkt blijft (A) of uitgebreid is (B).
  2. Fistel: een abnormale verbinding tussen 2 organen, bijvoorbeeld de dikke darm en blaas.
  3. Obstructie: de dikke darm wordt geblokkeerd.
  4. Perforatie (peritonitis): een ‘gesprongen’ divertikel of abces kan zorgen voor de verspreiding van etter (C) of stoelgang (D) over de ganse buikholte, met een buikvliesontsteking tot gevolg.
  5. Bloedvergiftiging (sepsis): een uitgesproken buikvliesontsteking kan leiden tot het verspreiden van de infectie via de bloedbaan over het volledige lichaam, waardoor organen, zoals het hart, de longen en nieren, ernstig kunnen lijden.
    Bij ernstige gevallen van bloedvergiftiging kan er nood zijn aan medicatie om het hart te ondersteunen, dialyse om de nieren te ondersteunen of beademing om de longen te ondersteunen. In ernstige gevallen kan deze situatie levensbedreigend zijn.
Dicerticulitis

Wat zijn de symptomen van diverticulitis?

De voornaamste klacht bij een diverticulitis is pijn onderaan de buik, doorgaans voornamelijk links. Andere mogelijke symptomen zijn:

  • Misselijkheid en braken
  • Verstopping (obstipatie)
  • Diarree
  • Plasklachten
  • Koorts.

Bij gecompliceerde vormen kan de pijn zich over de ganse buik verspreiden.

Hoe wordt diverticulitis vastgesteld?

Om te kunnen vaststellen of het wel degelijk om diverticulitis gaat, wordt er een bloedafname gedaan en een echo of CT-scan genomen. Dit laat ook toe het verschil te maken tussen de simpele en de gecompliceerde vorm.

Behandeling van diverticulitis zonder operatie

Een eenvoudige diverticulitis kan behandeld worden met pijnstillers en antibiotica. Dit kan soms met een pil, maar vaak zijn antibiotica via een infuus nodig en dus een kort ziekenhuisopname. De antibioticabehandeling wordt bepaald door de algemene toestand, de resultaten van een bloedafname en de bevindingen op echo of CT-scan.

Bij de gecompliceerde diverticulitisvormen is een kleine abces de enige aandoening die behandeld kan worden met antibiotica. Als het gaat om een groter abces, dan wordt het aangeprikt en leeggezogen via drainage. Soms gebeurt de drainage tijdens een echo of CT-scan door een radioloog; in andere gevallen via een kijkoperatie. Voor andere vormen van gecompliceerde diverticulitis zal een grotere ingreep nodig zijn (zie hieronder).

Behandeling van diverticulitis met operatie

Er zijn twee situaties waarin een chirurgische ingreep nodig kan zijn:

  1. Acute of dringende operatie
  2. Niet dringende of gepland operatie

Acute ingreep bij diverticulitis

Abcesdrainage of drainwissel

Indien we bij een fors abces op de diverticulitis vaststellen, waarvan we vermoeden dat het te groot is om met antibiotica te behandelen, proberen we eerst te draineren via een kijkoperatie. Hoe doen we dat? Met een kijkoperatie proberen we het abces op te sporen, vrij te maken en er een buisje bij te leggen. Dit is echter géén standaardsituatie en het kan altijd dat we we over moeten gaan naar de volgende stap - een dikke darmoperatie.

Dikke darmoperatie (Hartmannprocedure)

Bij dringende chirurgie voor diverticulitis wordt er bijna altijd in ‘vijandige omstandigheden’ gewerkt. Dat wil zeggen dat we in een bevuilde omgeving met etter of zelfs stoelgang werken. In die omstandigheden beperken we ons tot het wegnemen van het zieke stuk dikke darm (sigmoid), zonder de dikke darm (colon) meteen weer aan elkaar te zetten. Wanneer de darm weer aan elkaar gezet wordt, moet er namelijk door het lichaam een waterdicht litteken worden gevormd ter hoogte van de hechtingen. Wanneer dat niet adequaat gebeurt zal er na enkele dagen (5 à 10 dagen na de operatie) lekkage van stoelgang uit de dikke darm optreden. Het is een klassiek risico bij het aan elkaar zetten van de dikke darm. In een rustige omgeving bedraagt het risico slechts 1-2%, maar in een bevuilde buik, zoals bij gecompliceerde diverticulitis, is er een verhoogd risico.

Daarom wordt er in vijandige omstandigheden vaak besloten om in eerste instantie het zieke stuk darm tijdelijk naar buiten te brengen doorheen de buikwand (stoma), en pas na een rustperiode van enkele maanden de darm weer aan elkaar te zetten (herstel transit). Het wegnemen van het zieke stuk darm met aanleg van een stoma is een Hartmann-procedure. Deze ingreep zal vaak via een klassieke open operatie (grote insnede in het midden van de buik) worden uitgevoerd.

Wanneer de ontsteking/bevuiling in de buik voldoende opgeruimd raakt tijdens de ingreep kan er uitzonderlijk toch worden besloten om de darm meteen weer aan elkaar te zetten. Dat heet dan een ‘sigmoidresectie’

Acute ingreep

Geplande ingreep bij diverticulitis

Sigmoidresectie of -verwijdering via een kijkoperatie

Wanneer een diverticulitis-opstoot onder controle is met medicatie en/of drainage, maar er een groot risico op een nieuwe opstoot blijft, dan kan men het zieke stuk darm in tweede instantie alsnog weg te nemen. Om de kans op complicaties zo klein mogelijk te maken, wordt de sigmoidresectie het liefst in rustige omstandigheden uitgevoerd. Dat wil zeggen na een ‘afkoelingsperiode’ van zes weken na de laatste opstoot.

Het verwijderen van het sigmoid gebeurt dan in meer dan 80% van de gevallen via een kijkoperatie (laparoscopie). De buik wordt eerst opgeblazen om werkruimte te creëren. Dat gebeurt met CO2-gas, hetzelfde gas dat we uitademen. Indien er na de ingreep dus wat gas achterblijft in de buikholte, wordt dat zeer snel via de bloedbaan opgenomen en gewoon weer uitgeademd. Vervolgens maken we 4 à 5 kleine sneetjes van 5 tot 12mm. Via deze sneetjes plaatsen we werkkanalen doorheen de buikwand, waarlangs we chirurgische instrumenten en de camera kunnen invoeren. Aan het einde van de ingreep zal dan nog één iets groter sneetje van 4 tot 5 cm worden gemaakt, waarlangs de darm uit het lichaam verwijderd wordt.

Het sigmoid stap-voor-stap verwijderen

  1. Het sigmoid wordt losgemaakt samen met zijn aanvoerend bloedvat.
  2. Ter hoogte van de overgang naar de endeldarm wordt de sigmoid doorgenomen. Dat gebeurt met een apparaat dat tegelijk de darm doorsnijdt én de beide uiteinden afdicht met nietjes.
  3. Het zieke stuk van de dikke darm wordt dan verwijderd langs de grotere snee links onder in de buik.
  4. De dikke darm wordt weer aan elkaar gezet met nietjes.
Kijkoperatie

Herstel na een dikke darmoperatie

In het ziekenhuis

Het herstel onmiddellijk na de ingreep kan verschillen naar gelang het gaat om een acute/dringende situatie ging, of een geplande ingreep in rustige omstandigheden.

In het ziekenhuis herstellen na een geplande ingreep aan de dikke darm

Na de diverticulitis-ingreep wordt u overgebracht naar de gewone verpleegafdeling. Soms is veiliger om even op intensieve zorgen te verblijven (na een operatie in acute omstandigheden is dit zelfs de standaardprocedure).

Vocht en pijnstillers krijgt u tijdens en onmiddellijk na de operatie via een infuus toegediend. Afhankelijk van uw algemene toestand, zoals misselijkheid, zal men u al dan niet nog dezelfde dag water laten drinken en eventueel zelfs een lichte maaltijd aanbieden.

Tijdens de eerste dag(en) is het normaal dat u vage buikpijn ervaart. Typisch na een kijkoperatie kan daar uitstralende pijn ter hoogte van de schouders bijkomen. Dat komt doordat bij het opblazen van de buik een middenrifzenuw (die via de schouder loopt) geprikkeld wordt. U krijgt hiervoor systematisch pijnstilling toegediend, waarmee u comfortabel bent, maar extra pijnstilling is mogelijk op aangeven aan uw verpleegkundige. De nood aan pijnstillers neemt haast altijd zeer sterk af binnen de 3 à 4 dagen na de dikke darm operatie. Als de kans op een klassieke 'open' operatie groot wordt ingeschat, dan zal er er langer nood zijn aan zwaardere pijnstillers. Daarom zal er in dat geval voorafgaand aan de operatie een pijnpomp geplaatst worden, die in principe een drietal dagen ter plaatse blijft.

Verder kan u zich nog wat misselijk voelen. Deze misselijkheid verdwijnt meestal de dag zelf nog, zo niet binnen de 1 à 2 dagen. Ook dit kan enkele dagen langer duren bij een open ingreep. Daarom wordt er bij een open operatie aan de dikke darm vaak een maagsonde achtergelaten, zodat de maag kan leeggemaakt kan worden zonder dat u moet overgeven.

De meerderheid van de patiënten kan de afdeling binnen 4 à 5 dagen verlaten na een kijkoperatie en binnen een 7-tal dagen na een open procedure.

In het ziekenhuis herstellen na een acute ingreep aan de dikke darm

Over het algemeen is herstel van een dringende diverticulitis-operatie iets intensiever.

Herstellen na het ziekenhuis

In de loop van de eerste dagen kan u nog wat hinder ondervinden ter hoogte van de wondjes én de schouders. Bij een open dikke darmoperatie kan die hinder ter hoogte van de wonde uiteraard wat meer uitgesproken zijn en enkele weken aanhouden. Een opgeblazen gevoel, vage misselijkheid en een episode van diarree behoren ook nog tot het normale verloop.

Het stoelgangspatroon kan gedurende de eerste weken nog wat onregelmatig zijn (harde en zachte stoelgang afwisselend tot diarree). Bij te harde stoelgang kan u best een laxeermiddel nemen (dat is vrij te verkrijgen bij de apotheek).

Bij volgende problemen vragen we u om opnieuw contact op te nemen met uw huisarts of het ziekenhuis:

  • Pijnklachten die niet verdwijnen na het innemen van pijnstillende medicatie
  • Een temperatuursverhoging van 37.8°C of hoger
  • Een wonde die steeds roder wordt en gezwollen is

6 factoren waar u op let tijdens de revalidatie

Tijdens het revalideren na het verwijderen van de diverticulitis in de dikke darm houdt u zich aan de voorschriften en aanbevelingen van de dokter op vlak van:

  1. Fysieke activiteit
  2. Voeding
  3. Wondzorg
  4. Medicatie
  5. Doktersafspraken
  6. Complicaties

Fysieke activiteit na een diverticulitis-ingreep?

U kan best ‘relatieve rust’ nemen gedurende drie weken na een geplande diverticulitis-operatie (vier weken bij ‘open’ operatie). Dat betekent concreet:

  • Geen zware lasten tillen (>10kg of een emmer water)
  • Geen zware sportactiviteiten beoefenen
  • Geen fysiek belastende arbeid verrichten
  • Autorijden raden we af na een kijkoperatie gedurende een twee weken, na een open procedure gedurende vier weken.

Lichtere fysieke belasting, zoals wandelen en gelijkmatig fietsen op een hometrainer, mag u onmiddellijk hervatten. Na drie a vier weken mag u ook de andere fysieke activiteiten geleidelijk weer opbouwen, op eigen aanvoelen. Met voor de buikspieren zeer belastende sportactiviteiten zoals voetbal, fitness en tennis adviseren we 4-6 weken te wachten (6-8 weken na een open ingreep)

Voeding: Is er een dieet na het verwijderen van de diverticulitis?

We raden aan om de eerste twee weken na de ingreep relatief restenarm te eten. U krijgt hiervoor dieetadvies mee. Bedoeling is dat u na 2 weken zelf geleidelijk het dieet uitbreidt. Als u op krampen ervaart, is dat teken om het dieet wat langer aan te houden.

Wondzorg na een dikke darmoperatie

De wondjes worden nog verzorgd voor uw ontslag uit het ziekenhuis met droog aseptisch verband. De verbandjes mogen nadien dicht blijven zolang ze droog blijven. U mag hiermee onder de douche, maar liefst niet in bad.

Medicatie na het verwijderen van een diverticulitis

Uw thuismedicatie mag in principe opnieuw herstart worden na ontslag. I.v.m. eventuele bloedverdunners krijgt u apart advies.

Als pijnstilling stellen we paracetamol voor: 1g, tot 4 maal per dag (Dafalgan, Paracetamol…). Dat kan aangevuld worden met een ontstekingsremmer (diclofenac, ibuprofen…), op voorwaarde dat u nooit een maagzweer hebt gehad en niet lijdt aan een ernstige hart- of nieraandoening.

Doktersafspraken

Er is een controle bij de huisarts 10 dagen na de ingreep, voor een wondcontrole en het verwijderen van de hechtpleisters. De hechtingen werden onder de huid geplaatst en zijn oplosbaar.
Een controle bij uw chirurg wordt voorzien vier weken na de ingreep.

Complicaties van een diverticulitis-ingreep

Het verwijderen van het sigmoid is op zich een relatief belastende ingreep die in de meerderheid van de gevallen gepaard gaat met een vlot, comfortabel en ongecompliceerd herstel achteraf.

Geen enkele operatie is volledig risicovrij uiteraard. Zo bestaat er ook na een dikke darmingreep een risico op algemene postoperatieve complicaties als infectie, wondcomplicaties, nabloeding, trombose, longontsteking.


Hoe ontstaat een tumor in de dikke darm?

Het ontdekken van een poliep bij darmonderzoek

De dikke darm (colon) is een orgaan, met als voornaamste functie het onttrekken van water aan de stoelgang. Het heeft een lengte van 150 tot 180 cm en het wordt begrensd door de dunne darm aan de ene zijde en eindigt met de endeldarm ter hoogte van het anaal kanaal aan de andere zijde.

Een tumor van de dikke darm ontstaat doorgaans als een goedaardige poliep. De (slijmvlies-)cellen die de wand van de dikke darm afboorden, beginnen zich abnormaal te vermenigvuldigen en ‘ophopen’, tot wat je kan omschrijven als een boompje (gesteelde poliep) of een kussentje (vlakke poliep).

Poliep

Zo'n darmpoliepen kunnen we al in een zeer vroegtijdig stadium vaststellen met een darmonderzoek (coloscopie). Hierbij wordt een slang met camera aan het uiteinde langs de anus opgevoerd.

Wanneer een poliep nog relatief klein is bij de ontdekking ervan, kan ze nog tijdens het darmonderzoek (coloscopie) worden verwijderd. Wanneer ze al wat groter is, kan een chirurgische ingreep of operatie aan de dikke darm noodzakelijk zijn (verwijderen van het stukje dikke darm waarin de poliep zich bevindt). De darmpoliep kan zich ontwikkelen tot een (kwaadaardige) kanker.

Een goedaardige darmpoliep kan ontaarden tot kanker

Hoe groter een poliep wordt, hoe groter het risico dat het zich ontaardt tot kanker. De ontwikkeling van een poliep in de dikke darm duurt gemiddeld 7 à 10 jaar. Ontaarden betekent dat de cellen van de poliep zich verder hebben omgevormd tot cellen die in staat zijn om:

  • in de darmwand in te groeien (van binnen naar buiten)
  • zich via de bloedvaten en lymfebanen te verspreiden over de rest van het lichaam om zich ook elders in te nestelen (uitzaaiingen).

Om dit te begrijpen, kan je de dikke darm voorstellen als een buis met een wand van meerdere lagen, waaraan een gordijn van vetweefsel hangt. In dat vetweefsel bevinden zich aanvoerende bloedvaten (arteries), afvoerende bloedvaten (venen) en lymfebanen.

Lymfeklier

De rol van lymfeklieren bij dikke darmkanker

Lymfebanen zijn een soort van rioleringssysteem waarlangs allerlei stoffen vanuit de darmwand worden afgevoerd. Op het verloop van de lymfebanen liggen de beruchte lymfeklieren. Bij dikke darmkanker kunnen zich hier ook kwaadaardige cellen ophopen en aangroeien tot (lokale) uitzaaiingen. Wanneer deze cellen zich nog verder gaan verspreiden via bloedvaten en lymfebanen, bijvoorbeeld naar de lever of longen, spreken we van uitzaaiingen op afstand.

De meeste darmtumoren beginnen als een goedaardige darmpoliep. Een dikke darmtumor kan beter behandeld worden wanneer deze in een vroegtijdig stadium ontdekt wordt, maar jammer genoeg zijn er vaak geen klachten of symptomen aanwezig in een vroeg stadium.

Sommige symptomen kunnen wijzen op dikke darmkanker:

  • De aanwezigheid van bloed of slijm in de stoelgang
  • Een veranderend stoelgangspatroon (afwisseling van constipatie en diarree, plattere stoelgang)
  • Bloedarmoede
  • Recente onverklaarbare buikpijn
  • Onverklaarbare vermagering

Hoe wordt dikke darmkanker vastgesteld?

FOB-test geeft een indicatie

Sinds oktober 2013 bestaat er een bevolkingsonderzoek in Vlaanderen, waarbij bepaalde leeftijdsgroepen worden aangeschreven om een stoelgangsstaal te laten onderzoeken. Men zoekt dan concreet naar de aanwezigheid van microscopische restjes bloed (FOB= faecaal occult bloedtest), die op hun beurt kunnen wijzen op de aanwezigheid van een poliep of tumor in de dikke darm. Er zijn aanwijzingen dat deze screening door de FOB-test bij mensen zonder symptomen tussen de 50 en 75 jaar, dikke darmkanker in een vroeger stadium kan opsporen.

Belangrijk om weten is dat een positieve FOB-test niet per definitie betekent dat er ook een tumor in het spel is. In 9/10 gevallen is dat zelfs niet het geval! Omgekeerd biedt een negatieve FOB-test (geen bloed in staal vastgesteld) ook géén 100% zekerheid dat er géén tumor aanwezig is in de dikke darm. Als de tumor net op het moment van de staalname niet bloedt, kan het leiden tot een ‘vals negatief’ staal. Belangrijk blijft dus om de FOB-test geregeld te herhalen (om de 1 à 2 jaar) én om in bepaalde gevallen sowieso een dikke darmonderzoek (coloscopie) uit te laten voeren. Dat geldt onder meer bij het optreden van uitgesproken symptomen of een verhoogd risico (bijvoorbeeld als je een broer, zus of ouders hebt met darmkanker in het verleden).

Dikke darmonderzoek na positieve FOB-test

Bij een verdacht stoelgangsstaal (positieve FOB-test), duidelijke klachten of een verhoogd risico wordt dus best een dikke darmonderzoek uitgevoerd. Daarmee kan men poliepen en tumoren met zeer grote waarschijnlijkheid opsporen (of uitsluiten). Bovendien kunnen kleine darmpoliepen ook meteen verwijderd worden en stalen voor verder onderzoek (biopsies) genomen worden.

Polypectomy

Wanneer er grotere darmpoliepen vastgesteld worden (die niet via coloscopie kunnen weggenomen worden) of tumoren die verdacht zijn voor kwaadaardigheid zal ook een CT-scan uitgevoerd worden om te onderzoeken of er uitzaaiingen in de lever of longen aanwezig zijn.

Wat is het risico op darmkanker?

Hoeveel mensen krijgen dikke darmkanker?

Dikke darmkanker is in Vlaanderen de tweede meest voorkomende kanker. bij mannen na prostaatkanker en bij vrouwen na borstkanker. Jaarlijks wordt bij 2500 tot 3000 Vlamingen de diagnose gesteld van darmkanker.

Wat veroorzaakt dikke darmkanker?

De oorzaak van dikke darmkanker is meestal onduidelijk. Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de mensen met een normaal risico op de ziekte en de mensen met een verhoogd risico.

  • 70 tot 80% van de patiënten met een dikke darmtumor heeft een normaal risico.
  • Bij ongeveer 20 tot 30% van de patiënten met dikke darmkanker is er een aantoonbare erfelijke of familiale belasting.

Wanneer is er een verhoogd risico op een dikke darmtumor?

  • Erfelijke of familiale belasting
  • Mensen met bepaalde darmziekten (inflammatoir darmlijden), zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa
  • Toenemend risico vanaf de leeftijd van 50 jaar.

De behandeling van dikke darmkanker

Het verwijderen van een goed- of kwaadaardige tumor

Tumoren van de dikke darm zijn in vele gevallen te genezen, ook als ze al tot kanker zijn geëvolueerd. Het stadium van de tumor is daarbij bepalend voor de aard van de behandeling en voor de kans op genezing. Het stadium wordt in eerste instantie bepaald door goed- of kwaadaardigheid:

  • Bij goedaardige darmpoliepen is de grootte en breedte van inplanting van belang.
  • Bij kwaadaardige darmtumoren is de mate van ingroei in de darmwand en eventueel in het omgevende vetweefsel belangrijk naast de aanwezigheid van lokale uitzaaiingen in de klieren in het omgevende vetweefsel en uiteindelijk uitzaaiingen op afstand (lever en longen).

De belangrijkste stap naar genezing is uiteraard het verwijderen van tumor. Aanvullend zal meestal nog nabehandeling of chemotherapie worden aangeraden. Of er aanvullend chemotherapie geadviseerd wordt zal afhangen van het stadium van de tumor, bepaald na het microscopisch onderzoek van het weggenomen deel.

Hoe wordt een dikke darmgezwel verwijderd?

Ongeveer bij 80% van de gevallen gebeurt het verwijderen van het dikke darmgezwel via een kijkoperatie (laparoscopie). Indien het gezwel te groot is ofeen kijkoperatie niet opportuun lijkt, kan het verwijderd worden via een klassieke snede (‘open procedure’).

Een dikke darmtumor verwijderen stap-voor-stap

  1. In geval van een kijkoperatie betekent dit concreet dat de buik eerst wordt opgeblazen om werkruimte te creëren. Dit gebeurt met CO2-gas, hetzelfde gas dat we uitademen. Als er na de ingreep dus wat gas achterblijft in de buikholte, wordt dat zeer snel via de bloedbaan opgenomen en gewoon weer uitgeademd.
  2. We maken 4 à 5 kleine sneetjes in de buik van 5 tot 12mm. Via deze sneetjes plaatsen we werkkanalen doorheen de buikwand, waarlangs we de camera en chirurgische instrumenten kunnen invoeren om de ingreep uit te voeren.
  3. Kankercellen kunnen ontsnappen via de lymfebanen en zich in de lymfeklieren ophopen tot lokale uitzaaiingen. Daarom nemen we niet alleen de darmkanker zelf, maar ook zoveel mogelijk aanliggende lymfeklieren mee weg.
  4. Aan het einde van de ingreep wordt nog één iets groter sneetje gemaakt van een 4 tot 5 cm, waarlangs de darm uit het lichaam verwijderd wordt.
Kijkoperatie

Tijdens de ingreep wordt de dikke darm dus eerst losgemaakt samen met het bijhorende ‘gordijn’ van vetweefsel (met daarin de klieren) en vervolgens doorgenomen met een speciaal apparaat dat gelijktijdig de darm doorsnijdt én de darm aan weerszijden afdicht met nietjes. Het bewuste stuk darm en vetweefsel wordt dan verwijderd langs de grotere snede. Tenslotte wordt de darm weer aan elkaar gezet, met naald en draad of opnieuw met nietjes. De darm zelf zal hier in de komende dagen een waterdicht litteken moeten vormen.

Anastomose gestapled

Complicaties tijdens een dikke darmoperatie

De ingreep kan bemoeilijkt worden door verklevingen van voorgaande ingrepen of door een ernstige ontsteking, waardoor de afzonderlijke structuren en organen minder duidelijk zichtbaar kunnen zijn. In dat geval is het risico op bepaalde complicaties iets groter. In bepaalde gevallen kan dit betekenen dat het veiliger is om de kijkoperatie te beëindigen en over te gaan naar een open procedure, via een klassieke snede. Zoals hierboven vermeld, wordt in sommige gevallen overigens al op voorhand besloten om de ingreep via een klassieke snede uit te voeren.

Herstel na het verwijderen van een tumor in de dikke darm

In het ziekenhuis

Hertellen van het verwijderen van een darmtumor via kijkoperatie

Na de ingreep wordt u overgebracht naar de gewone verpleegafdeling. Soms is het veiliger is om in eerste instantie even op intensieve zorgen te verblijven. Goed om weten voor uw familieleden is dat de operatie 2 à 3 uur duurt, er vooraf wat voorbereidingstijd nodig is en u nadien nog 1 à 2 uur op de uitslaapkamer verblijft. Het is dus normaal dat er 6 uur voorbijgaan tussen vertrek en terugkomst op de kamer.

Vocht en pijnstilling krijgt u tijdens en onmiddellijk na de ingreep via een infuus toegediend. Afhankelijk van uw algemene toestand (misselijkheid) zal men u al dan niet nog dezelfde dag water laten drinken en eventueel zelfs een lichte maaltijd aanbieden. Tijdens de eerste dag(en) is het uiteraard normaal dat u enige vage buikpijn ervaart. Typisch na een kijkoperatie kan daar uitstralende pijn ter hoogte van de schouders bijkomen. Dat komt doordat bij het opblazen van de buik een middenrifzenuw, die hogerop deels samenloopt met een schouderzenuw, kan geprikkeld worden. U krijgt systematisch pijnstilling toegediend, waarmee u comfortabel bent. Als de pijnstilling niet toereikend is, kan u dat aangeven aan uw verpleegkundige.

Verder kan u zich nog wat misselijk voelen. Deze misselijkheid verdwijnt meestal de dag zelf nog, zo niet binnen de 1 à 2 dagen.

De meerderheid van de patiënten kan de afdeling binnen 4 à 5 dagen verlaten na een kijkoperatie.

Hertellen van het verwijderen van een tumor via open darmoperatie

De nood aan pijnstillers neemt haast altijd sterk af binnen de 3 à 4 dagen na de ingreep. Als de ingreep via een klassieke ‘open’ operatie verloopt, zal er enkele dagen langer nood zijn aan - zwaardere - pijnstilling. Daarom zal men in dat geval doorgaans voorafgaand aan de ingreep een pijnpomp installeren, die via een katheder in de rug werkt en in principe een drietal dagen ter plaatse blijft.

Misselijkheid kan enkele dagen langer duren bij een open ingreep. Daarom wordt er bij een open procedure vaak een maagsonde achtergelaten, zodat de maag kan leeghevelen zonder dat u moet overgeven.

Je mag het ziekenhuis na ongeveer een week verlaten.

Herstellen na het ziekenhuis

In de loop van de eerste dagen kan u nog wat hinder ondervinden ter hoogte van de wondjes én de schouders. Bij een open operatie kan die hinder aan de wonde uiteraard wat meer uitgesproken zijn en enkele weken aanhouden. Een opgeblazen gevoel, vage misselijkheid en een episode van diarree behoren ook nog tot het normale verloop.

Het stoelgangspatroon kan gedurende de eerste weken nog wat onregelmatig zijn (harde en zachte stoelgang afwisselend tot diarree). Bij te harde stoelgang kan u best een laxeermiddel nemen (vrij te verkrijgen bij de apotheek).

Bij volgende problemen vragen we u om opnieuw contact op te nemen met uw huisarts of het ziekenhuis:

  • Pijnklachten die niet verdwijnen na het innemen van pijnstillende medicatie
  • Een temperatuursverhoging van 37.8°C of hoger
  • Een wonde die steeds roder wordt en gezwollen is

6 factoren waar u op let tijdens de revalidatie

Tijdens het revalideren na het verwijderen van een dikke darmtumor houdt u zich aan de voorschriften en aanbevelingen van de dokter op vlak van:

  1. Fysieke activiteit
  2. Voeding
  3. Wondzorg
  4. Medicatie
  5. Doktersafspraken
  6. Complicaties

Fysieke activiteit na het verwijderen van dikke darmkanker

U kan best ‘relatieve rust’ nemen gedurende drie weken (vier weken bij ‘open’ procedure). Dat betekent concreet:

  • Geen zware lasten tillen (>10kg of een emmer water)
  • Geen zware sportactiviteiten beoefenen
  • Geen fysiek belastende arbeid verrichten
  • Autorijden raden we af na een kijkoperatie gedurende een tweetal weken, na een open procedure gedurende vier weken.

Lichtere fysieke belasting, zoals wandelen en gelijkmatig fietsen op een hometrainer, mag u onmiddellijk hervatten. Na drie a vier weken mag u ook de andere fysieke activiteiten geleidelijk weer opbouwen, op eigen aanvoelen. Met voor de buikspieren zeer belastende sportactiviteiten zoals voetbal, fitness en tennis adviseren we 4-6 weken te wachten (6-8 weken na een open procedure)

Voeding: Moet ik een dieet volgen na een dikke darmoperatie?

We raden aan om de eerste twee weken na de ingreep relatief restenarm te eten. U krijgt hiervoor dieetadvies mee. Bedoeling is dat u na 2 weken zelf geleidelijk het dieet uitbreidt. Als u op een bepaald moment krampen ervaart, is dat teken om het dieet wat langer aan te houden.

Wondzorg na het verlaten van het ziekenhuis

De wondjes worden nog verzorgd voor uw ontslag uit het ziekenhuis (droog aseptisch verband). De verbandjes mogen nadien dicht blijven zolang ze droog blijven. U mag hiermee onder de douche, maar liefst niet in bad.

Medicatie bij het verwijderen van een dikke darmtumor

Uw thuismedicatie mag in principe opnieuw herstart worden na ontslag. I.v.m. eventuele bloedverdunners krijgt u apart advies.

Als pijnstillers stellen we paracetamol voor: 1g tot 4 per dag innemen (Dafalgan, Paracetamol…). Dit kan zo nodig aangevuld worden met een ontstekingsremmer (diclofenac, ibuprofen…), op voorwaarde dat u nooit een maagzweer hebt gehad en niet lijdt aan een ernstige hart- of nieraandoening.

In principe raden we ook aan om gedurende 20 dagen spuitjes (Clexane, Fraxiparine) te laten plaatsen door een thuisverpleegkundige, om bloedklontertjes te voorkomen.

Doktersafspraken

Er wordt een controle bij de huisarts ingepland tien dagen na de ingreep, voor een wondcontrole en verwijderen van de hechtpleisters. De hechtingen werden onder de huid geplaatst en zijn oplosbaar.

Een controle bij uw chirurg wordt voorzien een viertal weken na de ingreep.

Complicaties tijdens het herstel van dikke darmkanker

Het verwijderen van een deel van de dikke darm is op zich een relatief belastende ingreep, maar anderzijds ook een routine-ingreep voor ons team, die vaak (80%) mogelijk is via een kijkoperatie, en in de meerderheid van de gevallen gepaard gaat met een vlot, comfortabel en ongecompliceerd herstel achteraf.

Geen enkele ingreep is evenwel volledig risicovrij uiteraard. Zo bestaat er ook na deze ingreep een risico op algemene postoperatieve complicaties als infectie, wondcomplicaties, nabloeding, trombose, longontsteking.


Wat is de endeldarm?

Het rectum van de endeldarm is het laatste deel van de dikke darm (colon). De termen dikke darm en endeldarm worden vaak door elkaar gebruikt en dat kan voor verwarring zorgen. Toch zijn er belangrijke verschillen tussen tumoren van de endeldarm en tumoren van andere delen van de dikke darm, zowel wat betreft de aard van de behandeling als wat betreft de effecten na de behandeling.
De endeldarm is ongeveer 12 cm lang en gaat over in de anus (anaal kanaal met sluitspier).

Endeldarm Zoom

Hoe ontstaat een tumor in de endeldarm?

Een tumor van de endeldarm ontstaat doorgaans als een goedaardige poliep. De (slijmvlies-)cellen die de wand van de dikke darm afboorden, beginnen zich abnormaal te vermenigvuldigen en ‘ophopen’, tot wat je kan omschrijven als een boompje (gesteelde poliep) of een kussentje (vlakke poliep).

Poliep rectum vlak en gesteeld Genaamd

Zo'n darmpoliepen kunnen we al in een zeer vroegtijdig stadium vaststellen met een darmonderzoek (coloscopie). Hierbij wordt een slang met camera aan het uiteinde langs de anus toegediend.

Wanneer een poliep nog relatief klein is bij de ontdekking ervan, kan ze nog tijdens het darmonderzoek (coloscopie) worden verwijderd. Wanneer deze wat groter wordt, kan een chirurgische ingreep noodzakelijk zijn, via een kijkoperatie in de endeldarm zelf.

Een goedaardige poliep kan ontaarden tot endeldarmkanker

Hoe groter een poliep wordt, hoe groter het risico dat het zich ontaardt tot kanker. De ontwikkeling van een poliep in de endeldarm duurt gemiddeld 7 à 10 jaar. Ontaarden betekent dat de cellen van de poliep zich verder hebben omgevormd tot cellen die in staat zijn om:

  • in de darmwand in te groeien (van binnen naar buiten)
  • zich via de bloedvaten en lymfebanen te verspreiden over de rest van het lichaam om zich ook elders in te nestelen (uitzaaiingen).

De rol van lymfeklieren bij endeldarmkanker

Lymfebanen zijn een soort van rioleringssysteem waarlangs allerlei stoffen vanuit de darmwand worden afgevoerd. Op het verloop van de lymfebanen liggen de beruchte lymfeklieren. Bij dikke darmkanker kunnen zich hier ook kwaadaardige cellen ophopen en aangroeien tot (lokale) uitzaaiingen. Wanneer deze cellen zich nog verder gaan verspreiden via bloedvaten en lymfebanen, bijvoorbeeld naar de lever of longen, spreken we van uitzaaiingen op afstand.

De meeste darmtumoren beginnen als een goedaardige darmpoliep. Een dikke darmtumor kan beter behandeld worden wanneer deze in een vroegtijdig stadium ontdekt wordt, maar jammer genoeg zijn er vaak geen klachten of symptomen aanwezig in een vroeg stadium.

Sommige symptomen kunnen wijzen op dikke darmkanker:

  • De aanwezigheid van bloed of slijm in de stoelgang
  • Een veranderend stoelgangspatroon (afwisseling van constipatie en diarree, plattere stoelgang)
  • Bloedarmoede
  • Recente onverklaarbare buikpijn
  • Onverklaarbare vermagering

Hoe wordt endeldarmkanker vastgesteld?

FOB-test geeft een indicatie

Sinds oktober 2013 bestaat er een bevolkingsonderzoek in Vlaanderen, waarbij bepaalde leeftijdsgroepen worden aangeschreven om een stoelgangsstaal te laten onderzoeken. Men zoekt dan concreet naar de aanwezigheid van microscopische restjes bloed (FOB= faecaal occult bloedtest), die op hun beurt kunnen wijzen op de aanwezigheid van een poliep of tumor in de dikke darm. Er zijn aanwijzingen dat deze screening door de FOB-test bij mensen zonder symptomen tussen de 50 en 75 jaar, dikke darmkanker in een vroeger stadium kan opsporen.

Belangrijk om weten is dat een positieve FOB-test niet per definitie betekent dat er ook een tumor in het spel is. In 9/10 gevallen is dat zelfs niet het geval! Omgekeerd biedt een negatieve FOB-test (geen bloed in staal vastgesteld) ook géén 100% zekerheid dat er géén tumor aanwezig is in de dikke darm. Als de tumor net op het moment van de staalname niet bloedt, kan het leiden tot een ‘vals negatief’ staal. Belangrijk blijft dus om de FOB-test geregeld te herhalen (om de 1 à 2 jaar) én om in bepaalde gevallen sowieso een dikke darmonderzoek (coloscopie) uit te laten voeren. Dat geldt onder meer bij het optreden van uitgesproken symptomen of een verhoogd risico (bijvoorbeeld als je een broer, zus of ouders hebt met darmkanker in het verleden).

Dikke darmonderzoek na positieve FOB-test

Bij een verdacht stoelgangsstaal (positieve FOB-test), duidelijke klachten of een verhoogd risico wordt dus best een dikke darmonderzoek uitgevoerd. Daarmee kan men poliepen en tumoren met zeer grote waarschijnlijkheid opsporen (of uitsluiten). Bovendien kunnen kleine darmpoliepen ook meteen verwijderd worden en stalen voor verder onderzoek (biopsies) genomen worden.

Polypectomy

Wanneer er grotere darmpoliepen vastgesteld worden (die niet via coloscopie kunnen weggenomen worden) of tumoren die verdacht zijn voor kwaadaardigheid zal ook een CT-scan uitgevoerd worden om te onderzoeken of er uitzaaiingen in de lever of longen aanwezig zijn.

Darmonderzoeken (coloscopies) gaan na:

  • In welke mate een tumor ingroeit in de verschillende lagen van de darmwand en het omgevende vetweefsel.
  • Of er ‘verdachte’ lymfeklieren (met lokale uitzaaiingen) in het omgevende vetweefsel zitten.

Op die manier proberen we goedaardige, beginnend kwaadaardige en gevorderd kwaadaardige tumoren vooraf van elkaar te onderscheiden, omdat de behandeling sterk kan verschillen. Er zal dan ook vaak een CT-scan worden uitgevoerd om te onderzoeken of er uitzaaiingen in de lever of longen aanwezig zijn.

Risico op darmkanker

Hoeveel mensen krijgen dikke darmkanker?

Dikke darmkanker (dikke darm inclusief endeldarm) is in Vlaanderen de tweede meest voorkomende kanker. bij mannen na prostaatkanker en bij vrouwen na borstkanker. Jaarlijks wordt bij 2500 tot 3000 Vlamingen de diagnose gesteld van darmkanker.

Wat veroorzaakt endeldarmkanker?

De oorzaak van endeldarmkanker is meestal onduidelijk. Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de mensen met een normaal risico op de ziekte en de mensen met een verhoogd risico.

  • 70 tot 80% van de patiënten met een endeldarmtumor heeft een normaal risico.
  • Bij ongeveer 20 tot 30% van de patiënten met endeldarmkanker is er een aantoonbare erfelijke of familiale belasting.

Wanneer is er een verhoogd risico op een endeldarmtumor?

  • Erfelijke of familiale belasting
  • Mensen met bepaalde darmziekten (inflammatoir darmlijden), zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa
  • Toenemend risico vanaf de leeftijd van 50 jaar.

De behandeling van endeldarmkanker

Het verwijderen van een goed- of kwaadaardige tumor

Tumoren van de endeldarm zijn in vele gevallen te genezen, ook als ze al tot kanker zijn geëvolueerd. Het stadium van de tumor is daarbij bepalend voor de aard van de behandeling en voor de kans op genezing. Het stadium wordt in eerste instantie bepaald door goed- of kwaadaardigheid:

  • Bij goedaardige darmpoliepen is de grootte en breedte van inplanting van belang.
  • Bij kwaadaardige darmtumoren is de mate van ingroei in de darmwand en eventueel in het omgevende vetweefsel belangrijk naast de aanwezigheid van lokale uitzaaiingen in de klieren in het omgevende vetweefsel en uiteindelijk uitzaaiingen op afstand (lever en longen).

Voorbehandeling van endeldarmkanker

Bij omvangrijke kwaadaardige tumoren of de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren weten we dat de kans op definitieve genezing groter is wanneer we een voorbehandeling toepassen. Daarmee hopen we onder meer de omvang van het letsel te doen afnemen en zo de kans dat het volledig kan worden weggenomen te vergroten.

De voorbehandeling kan bestaan uit:

  • Bestraling alleen (gedurende 1 week) of
  • Een combinatie van bestraling en chemotherapie (gedurende 5 weken).

Nadien wordt er afhankelijk van de situatie kort (enkele dagen) of lang (6, 8 of 12 weken) gewacht om de ingreep zelf uit te voeren.

Als de tumor de darm volledig dreigt op te stoppen, kan het nodig zijn om de stoelgang af te leiden d.m.v. een stoma, vooraleer de voorbehandeling van start gaat.

Nabehandeling van endeldarmkanker

Aanvullend op de ingreep zal vaak nog een nabehandeling of chemotherapie worden aangeraden, om de kansen op definitieve genezing nog te verhogen. Afhankelijk van het stadium van de tumor zal er chemotherapie volgen, zoals bepaald bij het microscopisch onderzoek van het weggenomen deel. Belangrijk om hierbij te onthouden is dat chemotherapie in dit stadium in principe nog steeds wordt aangeraden met het oog op definitieve genezing!

Indien er uitzaaiingen op afstand (vb. lever of longen) worden vastgesteld, kan het zijn dat deze eerst worden behandeld vooraleer de endeldarmtumor zelf aan te pakken.

Verwijderen van een poliep via een kijkoperatie in de endeldarm

Het verloop van de kijkoperatie

Kleine darmpoliepen met een smalle basis kunnen probleemloos via darmonderzoek of coloscopie worden weggenomen. Door technische beperkingen is het evenwel lastig om grotere poliepen correct weg te nemen via deze weg. Zo'n poliepen kunnen doorgaans wel nog lokaal worden weggenomen via een kijkoperatie in de endeldarm. Daarbij wordt een buisje in de anus geschoven waarin 3 à 4 werkkanalen geplaatst kunnen worden. Op die manier kunnen we met grotere precisie werken waardoor we ook grotere poliepen radicaal kunnen wegnemen. Bovendien kunnen we via deze weg het defect in de endeldarmwand na het wegnemen van de poliep ook weer sluiten.

Dat betekent dat we de darmpoliep, inclusief de volledige achterliggende darmwand (verschillende lagen), kunnen wegnemen waardoor het bij microscopisch onderzoek nadien mogelijk wordt om exact te bepalen hoe diep de darmpoliep al dan niet ingegroeid is. Het sluiten van zo’n defect van de volledige darmwand is belangrijk wanneer het defect na het wegnemen van het letsel een rechtstreekse verbinding (‘gat’) naar de buikholte vormt - dat is enkel zo boven de ‘omslagplooi’. Onder de ‘omslagplooi’ vormt het vetweefsel een koker rond de endeldarm en wordt het defect dus volledig omgeven door omliggend vetweefsel.

Een kijkoperatie is beperkt tot de laatste 15 cm van de endeldarm ongeveer. Op deze hoogte ligt er een scherpe bocht in de darm, waar we doorgaans niet voorbij kunnen werken. In sommige gevallen zal er aanvullend ook even via een andere, aparte kijkoperatie de buikholte worden gekeken, om te controleren of de hechting van de darmwand waterdicht is.

Deze techniek is in principe bedoeld voor goedaardige darmpoliepen. Er worden géén omgevende klieren meegenomen en daarom is deze techniek niet geschikt voor kwaadaardige letsels. Daarom proberen we vooraf zo goed mogelijk in te schatten of een darmpoliep effectief goedaardig is. Het inschatten van een poliep in de endeldarm gebeurt op basis van:

  • Het uitzicht van het oppervlak van de poliep, mede onder speciale belichting vanuit de coloscoop.
  • Een endo-echografie en/of een MR-onderzoek van de endeldarm worden uitgevoerd.

Microscopisch onderzoek van de endeldarmtumor

Zoals eerder aangehaald zal na het wegnemen van de poliep uit de endeldarm, deze in elk geval grondig worden geanalyseerd onder de microscoop. Tijdens het microscopisch onderzoek wordt bekeken of:

  • De poliep effectief volledig is weggenomen. Als de poliep onvolledig is weggenomen, kan een bijkomende lokale operatie nodig zijn (breder wegnemen).
  • Ze inderdaad volledig goedaardig is. Als de poliep toch kwaadaardig zou zijn, kan het nodig zijn om in tweede instantie alsnog de volledige endeldarm, inclusief het omgevende vetweefsel met de klieren, te verwijderen.

Herstel na het verwijderen van endeldarmkanker

In het ziekenhuis

Na de ingreep wordt u overgebracht naar de gewone verpleegafdeling. Aangezien de kijkoperatie enkele uren duurt, u ruim op voorhand wordt opgeroepen naar het operatiekwartier en u na de ingreep nog een uurtje op de uitslaapruimte verblijft, bent u algauw 4 à 5 uur weg (goed om weten voor ongeruste familieleden).

Vocht en pijnstilling krijgt u tijdens en onmiddellijk na de ingreep via een infuus toegediend. Afhankelijk van uw algemene toestand (misselijkheid) zal men u al dan niet nog dezelfde dag water laten drinken en eventueel zelfs een lichte maaltijd aanbieden. Tijdens de eerste dag(en) is het uiteraard normaal dat u vage hinder ter hoogte van de anus ervaart. U krijgt systematisch pijnstilling toegediend, waarmee u comfortabel bent. Als de pijnstillers niet toereikend zijn, kan u dat aangeven aan uw verpleegkundige. De nood aan pijnstillers neemt haast altijd sterk af binnen de 1 à 2 dagen na de ingreep.

Verder kan u zich nog wat misselijk voelen. Deze misselijkheid verdwijnt meestal de dag zelf nog, maar kan een enkele keer wat langer aanhouden. In dat geval verdwijnt deze bijna altijd binnen de 1 à 2 dagen.

De meerderheid van de patiënten kan de afdeling 1 tot 3 dagen na de ingreep verlaten.

Herstellen na het ziekenhuis

Na een darmvoorbereiding kan het enkele dagen duren vooraleer er opnieuw stoelgangsdrang komt. Indien er na 5 dagen nog géén stoelgang gekomen is, adviseren we om een laxeermiddel op te starten. Als u dit voor de operatie systematisch nam, kan u hiermee best al eerder starten.

De eerste dagen en weken kan het stoelgangspatroon wat onregelmatig zijn (harde en zachte stoelgang afwisselend tot diarree). De eerste dagen en weken kan het zijn dat u wat moeilijker stoelgang kan ophouden en zelfs een enkele keer te laat komt op het toilet en stoelgang verliest. Dat komt doordat de anus tijdens de operatie aan de endeldarm is opgerokken door het buisje met werkkanalen. Het recupereert in principe spontaan. Uitzonderlijk zal na de controle afspraak hulp van een bekkenbodemkinesist worden ingeroepen.

Bij volgende problemen vragen we u om opnieuw contact op te nemen met uw huisarts of het ziekenhuis:

  • Pijnklachten die niet verdwijnen na het innemen van pijnstillende medicatie
  • Een temperatuursverhoging van 37.8°C of hoger

6 factoren waar u op let tijdens de revalidatie

Tijdens het revalideren na het verwijderen van een dikke darmtumor houdt u zich aan de voorschriften en aanbevelingen van de dokter op vlak van:

  1. Fysieke activiteit
  2. Voeding
  3. Medicatie
  4. Doktersafspraken
  5. Complicaties

Fysieke activiteit na een endeldarmoperatie

U kan alle activiteiten geleidelijk hernemen.

Voeding: Moet ik een dieet volgen na een kuur tegen endeldarmkanker?

Er is geen reden om een dieet aan te houden na een endeldarmingreep. Normale voeding mag hernomen worden, liefst eerder vezelrijk om stoelgang zacht te houden.

Medicatie na het verlaten van het ziekenhuis

Uw thuismedicatie mag in principe opnieuw herstart worden na ontslag. I.v.m. eventuele bloedverdunners krijgt u apart advies.

Als pijnstilling stellen we paracetamol voor: 1g tot 4 keer per dag voor ((Dafalgan, Paracetamol…). Dit kan zo nodig aangevuld worden met een ontstekingsremmer (diclofenac, ibuprofen…), op voorwaarde dat u nooit een maagzweer hebt gehad en niet lijdt aan een ernstige hart- of nieraandoening. Vaak wordt er enkele dagen antibiotica voorgesteld om het risico op abcesvorming in de darmwand tegen te gaan.

Doktersafspraken

Vier weken na de operatie wordt er een controle bij uw chirurg gepland. Dan zal ook het defintief resultaat van het microscopisch onderzoek bekend zijn en besproken worden.

Complicaties van endeldarmkanker

Het verwijderen van een poliep in de endeldarm is in het algemeen een relatief weinig belastende ingreep, hoewel ze enkele uren narcose kan inhouden. Geen enkele ingreep is evenwel volledig risicovrij uiteraard. Zo bestaat er ook na deze ingreep een risico op algemene postoperatieve complicaties als infectie, wondcomplicaties, nabloeding, trombose, longontsteking. Risicofactoren als zwaarlijvigheid, roken en voorgaande chirurgie verhogen de kans op van complicaties.

Het verwijderen van een poliep in de endeldarm betekent dat we werken in een bevuilde omgeving, ook al is de darm gespoeld voor de ingreep en wordt er tijdens de ingreep overvloedig gespoeld met ontsmettingsmiddel. Dat betekent dat er waarschijnlijk bacteriën terechtkomen in de wonde:

  • Wanneer we de wonde weer sluiten door de darmwand te hechten kan achter deze hechting een abces ontstaan. Dat kan zich uiten door koorts en evacuatie van vuilig, etterig vocht via de anus. Doorgaans komt dit spontaan tot rust, maar in deze omstandigheden is het uiteraard wel aangewezen uw arts te contacteren.
  • Waar we zeker op moeten letten is lekkage. Dat is een heel zeldzame complicatie die enkel kan optreden wanneer er een darmpoliep is weggenomen ‘boven de omslagplooi’ (zoals hogerop beschreven). Als er ter hoogte van de hechting van de darmwand dan géén volledig waterdicht littekenweefsel aanmaakt, kan er stoelgang naar de buikholte ontsnappen. Dan is het doorgaans nodig om opnieuw in te grijpen en om een tijdelijke stoma aan te leggen.

Verwijderen van endeldarmkanker met aanleg van een stoma (rectumresectie of -amputatie)

Enkel bij kwaadaardige endeldarmkanker

Bij kwaadaardige letsels van de endeldarm moeten we meer doen dan alleen de tumor zelf wegnemen.
Zoals eerder vermeld, hangt aan de dikke darm een soort van gordijn van vetweefsel dat naar beneden toe uitwaaiert tot een koker van vetweefsel. Daarin liggen:

  • aanvoerende bloedvaten (arteries)
  • afvoerende bloedvaten (venen)
  • lymfebanen met lymfeklieren

Aangezien kankercellen kunnen ontsnappen via de lymfebanen en in de lymfeklieren kunnen aangroeien tot lokale uitzaaiingen, is het zeer belangrijk om tijdens de ingreep niet alleen de darmkanker zelf, maar ook de omgevende lymfeklieren mee weg te nemen. Dat betekent concreet dat doorgaans de volledige endeldarm én omgevende vetweefsel weggenomen worden (rectumresectie).

Daarnaast is het belangrijk om vooraf de relatie van de tumor tot de sluitspier goed in te schatten. Als de tumor tot vlak tegen of in de sluitspier groeit, moet deze mee weggenomen worden (rectumamputatie). Dat betekent dat de dikke darm achteraf niet meer op de anus kan aangekoppeld worden en dus vooraan op de buik zal worden aangehecht als een definitief stoma.

Voordelen van een stoma door rectumsectie en -amputatie

De sluitspier wegnemen komt met voordelen:

  • De operatie is korter van duur
  • Een aantal belangrijke complicaties worden vermeden
  • Achteraf géén problemen kunnen krijgen met een slechte functie van de sluitspier

Daarom wordt deze ingreep ook voorgesteld in bepaalde hoog risico situaties - zoals gevorderde leeftijd, belangrijke andere gezondheidsproblemen - én wanneer de sluitspierfunctie reeds voor de ingreep/radiotherapie niet goed is. Het vereist uiteraard wat tijd om te wennen aan het idee dat de stoelgang in een zakje terechtkomt op de buik, maar er is op termijn doorgaans prima mee te leven en een stoma is voor patiënten met een slechte sluitspierfunctie op termijn dan ook meer een zegen dan een probleem!

Tijdens de ingreep wordt de darm samen met het bijhorende vetweefsel (en daarin de klieren) eerst losgemaakt van de omgeving en vervolgens doorgenomen. De endeldarm wordt aansluitend verwijderd, al dan niet samen met de anus/sluitspier.

Als de sluitspier gespaard kan worden kan de dikke darm nadien weer op de anus worden gehecht. Dat gebeurt concreet met nietjes.

Anastomose gestapled 1

Waarom wordt er een tijdelijke stoma geplaatst na een operatie van een kwaadaardige endeldarmtumor?

In de komende dagen moet hier een waterdicht litteken gevormd worden. Helaas weten we dat dit in 10-15% van de gevallen niet meteen gebeurt. Bij passage van stoelgang zou dat een lekkage van stoelgang tot gevolg hebben. Dit zou een dringende heringreep vereisen én zou een intense ontstekingsreactie in de omgeving veroorzaken waardoor de functie van de sluitspier achteraf mogelijks sterk verminderd zou zijn. Daarom wordt er tijdens de oorspronkelijke ingreep steeds een tijdelijk stoma aangelegd op de dunne darm (ileostoma) om de stoelgang af te leiden. Je kan dat vergelijken met het herstellen van een waterkraan en het daarbij tijdelijk aftakken van de waterleiding erboven. Met andere woorden, de dikke darm wordt wel degelijk meteen aangesloten op de anus, maar de stoelgang wordt via een tijdelijk stoma op de dunne darm -tijdelijk - afgeleid zodat er géén stoelgang over de aansluiting passeert. Daardoor krijgt het lichaam meer tijd om een stevig litteken te vormen en zijn de gevolgen veel minder problematisch als er toch een lek zou optreden. Het stoma op de dunne darm kan later met een relatief kleine ingreep weer worden gesloten.


Hoe krijg je aambeien?

Inwendige en uitwendige aambeien zijn altijd aanwezig in de anus. Het zijn twee zones die bestaan uit een kluwen van bloedvaten (venen) en zo zwellichamen vormen. Deze zwellichamen zorgen ervoor dat er geen vocht kan lekken uit de anus.

Opgezette inwendige aambeien

Hoe kunnen inwendige aambeien voor problemen zorgen?

Aambeien kunnen voor problemen zorgen door overmatig opzwellen van de kluwen van bloedvaten (enigszins te vergelijken met spataders op de benen). Opgezwollen aambeien wordt in de hand gewerkt door langdurige of herhaalde overdruk.

Er is een hogere kans op inwendige aambeien bij enkele uitlokkende risicofactoren, zoals:

  • Zwangerschap
  • Zwaarlijvigheid
  • Lang ophouden van de stoelgang
  • Harde stoelgang (en daardoor het hard persen op het toilet)

Welke symptomen veroorzaken inwendige aambeien?

Algemene symptomen van inwendige aambeien

  • Bloedverlies - Opgezette inwendige aambeien kunnen in eerste instantie leiden tot bloedverlies. Het gaat dan om enkele druppels helderrood bloedverlies, op het toiletpapier en eventueel in het toilet vlak na de stoelgang.
  • Gevoel van druk: inwendige aambeien zorgen voor een vervelend drukkend/kloppend gevoel na de stoelgang dat tot enkele uren kan aanhouden.
  • Vochtverlies
  • Jeuk

Ernstige symptomen van inwendige aambeien

Bij ernstige gevallen van inwendige aambeien ontstaat er een voelbare zwelling. De initieel inwendige aambeien wordt dus uitwendig zichtbaar en voelbaar. De evolutie van de aambeien kan stap-voor-stap gevolgd worden:

  1. In eerste instantie zal die zwelling spontaan weer naar binnen trekken.
  2. In een volgende fase zal u die zelf naar binnen moeten duwen.
  3. In een laatste fase is de zwelling zo fors dat ze niet meer naar binnen te duwen is. Een enkele keer gaat dit gepaard met een plots opkomend zeer pijnlijk gespannen gevoel. De aambeien zijn dat niet meer zacht, maar staan strak gespannen. Een arts raadplegen is dan sterk aangeraden.

Wanneer worden opgezette inwendige aambeien vastgesteld?

Typische symptomen en klachten, zoals helderrood bloedverlies, al dan niet gepaard met zwelling en drukkend gevoel na de stoelgang, wijzen al in de richting van opgezette inwendige aambeien. Een anaal onderzoek (proctoscopie) door de arts met een kort kijkbuisje kan zo nodig uitsluitsel brengen.

Behandeling van aambeien

Aambeien behandelen zonder operatie

Zelf aambeien behandelen

Het belangrijkste advies om inwendig opgezwollen aambeien te beperken of te voorkomen is zorgen voor een vlotte stoelgang. Dit kan door een aantal simpele maatregelen:

  • Niet te lang uw stoelgang ophouden.
  • Niet langer dan nodig op het toilet blijven zitten. Magazines lezen of op je smartphone scrollen is dus sterk af te raden!
  • De stoelgang zacht houden door voldoende te drinken en vezelrijke voeding te eten (fruit, groenten, donker brood). Indien het niet lukt om de stoelgang zacht te houden met vezelrijke voeding, kan best een laxeermiddel worden gebruikt. Daarbij is het soms zoeken naar de juiste onderhoudsdosis (van eenmaal om de 2 à 3 dagen tot driemaal per dag). Systematisch een laxeermiddel gebruiken is beter dan te wachten tot de stoelgang (weer) hard wordt en dan pas in actie te schieten(jojo-effect).
  • Een aangepaste toilethouding (bankje onder voeten) kan voor sommige mensen een belangrijk verschil maken.

Als het erg moeilijk blijft om stoelgang te maken ondanks zachte stoelgang, kan je best een arts raadplegen.

Aambeien behandelen op doktersadvies

De huisarts kan een aantal maatregelen opstarten bij een vermoeden van opgezwollen inwendige aambeien:

  • Medicatie - Pijnstillende of ontzwellende zalf en suppo’s, ontzwellende medicatie en eventueel sluitspier-ontspannende zalf. Vaak zijn deze voldoende om een hinderlijke episode te overbruggen. Let wel op met cortisone-houdende preparaten. Die mogen slechts beperkt worden gebruikt (maximum een week) en niet te vaak op korte tijd herhaald worden.
  • Darmonderzoek (coloscopie) - In sommige gevallen van bloedverlies gepaard met andere symptomen zal wel een volledig darmonderzoek worden aanbevolen om poliepen (mogelijke tumoren) uit te sluiten.

Aambeien behandelen met een operatie

Een bezoek aan een specialist (gastro-enteroloog of chirurg-proctoloog) is meestal niet nodig wanneer de problemen vlot onder controle komen met de maatregelen die door de huisarts zijn ingesteld. Het is slechts bij herhaalde en/of gevorderde problemen dat een (kleine) ingreep overwogen kan worden. Daarbij zijn er verscheidene opties om aambeien te behandelen naargelang de ernst van de situatie, gebaseerd op de graad van indaling van de aambeien:

  1. Graad I: er is géén zwelling uitwendig te voelen bij de stoelgang.
  2. Graad II: de zwelling is uitwendig bij de stoelgang, maar vermindert of ontzwelt spontaan.
  3. Graad III: de zwelling moet teruggeduwd worden.
  4. Graad IV: de zwelling kan niet meer teruggeduwd worden.

Aambeien behandelen zonder verdoving

Voor beginnende aambeien zijn er 2 opties die we zonder verdoving kunnen uitvoeren.

  • Droogspuiten (Sclerotherapie) van de aambeien
  • Afbinden van de opgezwollen zone met een rubberen bandje.

In beide gevallen kan er enkele dagen een vervelend drukkend gevoel optreden.

Aamb K2
Aamb K1

Aambeien behandelen onder verdoving

Voor gevorderde aambeien zijn er 2 opties:

  • Het ophangen van de aambeien (Longo-procedure)
  • De aambeien verwijderen via een ‘open’ operatie (Milligan & Morgan-procedure).

Aambeien ophangen (Longo-procedure)

Bij een het ophangen van de aambeien wordt een speciaal ontwikkeld apparaat gebruikt. De bovenste zone van de aambeien wordt met een hechtingsdraad volledig samengebonden en als een donut in het apparaat getrokken. Deze ‘donut’ wordt dan weggesneden. Tegelijkertijd met het wegsnijden wordt rondomrond een dubbele nietjesrij gezet, waardoor de rest van de inwendige aambeien wordt ‘opgehangen’ en de aanvoerende bloedvaten worden drooggelegd.

Aambeien wegsnijden via ‘open’ operatie (Milligan & Morgan procedure)

De Milligan & Morgan-procedure is een klassieke opeartie waarbij de aambeien eenvoudigweg worden weggesneden. Dit wordt in principe in 3 zones uitgevoerd, met behoud van enkele intacte ‘huidbrugjes’, om het risico op een te nauwe uitwendige opening door verlittekening te beperken. Het herstel na het wegsnijden van aambeien is behoorlijk pijnlijk gedurende de eerste dagen en weken. Daarom geven we de voorkeur aan het ophangen van de aambeien (Longo-procedure). Bij de meest uitgesproken vormen van aambeien moeten ze toch vaak weggesneden worden.

Herstel na het behandelen van aambeien

Herstel in het ziekenhuis

De meeste operaties voor aambeien worden in het daghospitaal uitgevoerd. Dat betekent dat u dezelfde dag nog naar huis kan, op voorwaarde dat de pijn onder controle is en u niet misselijk bent. Bij voorkeur hebt u ook kunnen plassen vóór het verlaten van het ziekenhuis. Onmiddellijk na de ingreep krijgt u in eerste instantie nog vocht en pijnstilling via een infuus toegediend. Doorgaans kan u nog op de dag van de ingreep iets drinken en later op de dag iets licht eten.

Het is normaal dat u op de dag van de operatie nog pijn ervaart. U krijgt systematisch pijnstilling toegediend, waarmee u comfortabel bent. Als dat niet toereikend is, kan u dat aangeven aan uw verpleegkundige.

Herstel na het ziekenhuis

Herstel van het ophangen van de aambeien (Longo-procedure)

Bij het ophangen van de aambeien wordt er in de anus gewerkt en nadien blijft er een dubbele rij nietjes achter. Het is normaal dat het weefsel hierdoor in de anus een tijdje opzwelt, wat een onaangenaam drukkend gevoel geeft. Dat kan ook het gevoel geven om constant naar het toilet te moeten gaan en ertoe leiden dat u frequent kleine beetjes stoelgang moet maken en stoelgang minder lang kan ophouden. Dit houdt een tiental dagen aan (soms ook enkele weken). Stoelgang maken op zich kan extra lastig zijn in die periodes en vaak is de hinder het meest uitgesproken in de eerste minuten/uren na de stoelgang.

Herstel van het wegsnijden van de aambeien

Bij het wegsnijden van de aambeien blijven één of meerdere ‘open’ wondjes achter, die zijn niet met hechtingen gesloten omwille van het risico op infectie en abcesvorming in deze regio. Dat betekent dat u de eerste dagen tot weken nog flink wat hinder/pijn kan ondervinden, voornamelijk bij het stoelgang maken en de eerste uren nadien. Stoelgang ophouden is uiteraard ook moeilijker en het is niet uitzonderlijk dat u af en toe zelfs wat dunne stoelgang verliest. Daarvoor kan een inlegkruisje nodig zijn.

Deze klachten nemen typisch wat toe over verloop van de eerste 3 dagen, om daarna heel geleidelijk af te nemen. Na een tiental dagen is het ergste leed doorgaans geleden. Volledig genezing wordt doorgaans na een zestal weken bereikt.

Algemeen herstel na een operatie aan de aambeien

Bij beide ingrepen wordt er geregeld een bloedstelpend sponsje aangebracht in de anus, dat bij de eerste stoelgang meekomt. Het kan daardoor bij de eerste stoelgang lijken alsof u plots een flinke klonter bloed verliest.

De eerstvolgende dagen tot weken kan er nog geregeld enig bloedverlies (druppels) optreden. Het is op zich dus niet abnormaal. Wanneer het bloedverlies echter overvloedig zou zijn (bijvoorbeeld naar het toilet gaan met enkel een flinke hoeveelheid bloedklonters - géén stoelgang - als resultaat), kan u best uw huisarts of het ziekenhuis raadplegen, of even langskomen via de spoedgevallendienst.

Bij beide ingrepen is het ook normaal dat u minder goed kan ophouden de eerste dagen en soms weken.

Plassen kan soms wat lastiger verlopen, zeker bij mannen die voor de ingreep al wat tekens vertoonden van een vergrote prostaat, en daardoor vernauwde plasbuis (zoals minder krachtige straal, frequenter plassen, s’nachts plassen). In zo’ geval kan de pijn van de ingreep een bijkomende verkramping geven van de bekkenbodem waardoor het plassen net niet vlot meer lukt. Een enkele keer wordt daarvoor al bij ontslag uit het ziekenhuis een blaassonde geplaatst.

Indien u thuis merkt dat plassen zeer frequent en enkel in hele kleine beetjes verloopt, met toenemende pijn in de onderbuik, kan u best de spoedgevallendienst consulteren. Indien er een blaassonde geplaatst wordt, zal de blaas op die manier een tijdje rust worden gegund en zal u 7-10 dagen nadien op de raadpleging worden teruggezien door een uroloog om te bekijken of de blaassonde dan kan worden verwijderd.

Voeding: Wat kan je eten na een operatie aan de aambeien?

U voorkomt best dat de stoelgang hard wordt. Daarom adviseren we vezelrijke voeding te nemen (donkerbruin brood, veel fruit, geperst fruitsap) en veel water te drinken. Als dat niet volstaat kan u laxeermiddelen nemen. Deze zijn zonder voorschrift verkrijgbaar bij de apotheek.

Wondzorg na het opereren van aambeien

Bij het ophangen van de aambeien zijn er geen wondjes uitwendig en is er dus ook geen wondzorg toe te passen.

Bij het wegsnijden van de aambeien, adviseren we om na de stoelgang na te spoelen met de douchekop of te wassen met een washandje, al dan niet in combinatie met een zitbadje. Grondige hygiëne met toiletpapier alleen zal omwille van pijn niet mogelijk zijn. Een zitbadje in lauw water kan bovendien erg relaxerend werken. Na afloop van spoelen/zitbad en na grondig droogdeppen, kan u de voorgeschreven verzachtende zalf aanbrengen. U kan een zitbadje krijgen bij de bandagist om op de toiletbril te plaatsen.

Medicatie bij ontslag

Uw thuismedicatie mag in principe opnieuw herstart worden na ontslag. I.v.m. eventuele bloedverdunners krijgt u apart advies.

Als pijnstilling mag u 1g paracetamol tot 4 keer per dag nemen (Dafalgan, Paracetamol…), aan te vullen met een ontstekingsremmer (diclofenac, ibuprofen…) op voorwaarde dat u nooit een maagzweer hebt gehad en niet lijdt aan een ernstige hart- of nieraandoening. Tenslotte voorzien we ook nog een krachtige pijnstiller uit de categorie ‘opiaten’ (Tradonal, Contramal…) . Deze drie pijnstillers werken op verschillende wijze en mogen dus in combinatie worden gebruikt.

Zoals eerder aangehaald kan in aanvulling op de pijnstillers, een (zit)bad een erg relaxerend effect hebben op de ganse bekkenbodem en daardoor ook pijnstillend werken.

Doktersafspraken

Na het verwijderen van de aambeien adviseren we om enkele dagen na de ingreep een wondcontrole door de huisarts te laten uitvoeren. Na een Longo-procedure zijn er géén wonden te controleren.

Een controle bij de behandelend chirurg wordt voorzien binnen twee weken.

Complicaties van de behandeling tegen aambeien

In de overgrote meerderheid van de gevallen is een ingreep voor aambeien een relatief beperkte ingreep met een ongecompliceerd, zij het soms behoorlijk pijnlijk herstel achteraf.

Geen enkele ingreep is volledig risicovrij uiteraard. Zo bestaat er ook bij deze ingreep een klein risico op algemene chirurgische complicaties als infectie, wondcomplicaties, nabloeding en trombose . Zwaarlijvigheid en roken verhogen de kans op complicaties. Specifieke complicaties bij deze ingreep zijn onder meer tijdelijke plasproblemen. Plasproblemen komen geregeld voor door combinatie van een reeds vergrote prostaat en pijn, en zijn doorgaans opgelost met tijdelijk een blaassonde te plaatsen gedurende maximaal enkele dagen. Voor een nabloeding kan een heringreepje noodzakelijk zijn met overhechten van een bloedvat.

Na de open procedure (wegsnijden) zien we ondanks voorzorgen af en toe een vernauwing van de anus optreden bij het uithelen van de littekens. Daarvoor kan een heringreep nodig zijn met oprekken (dilateren) van de zone. Een abces komt ondanks de overvloedig aanwezige bacteriën in deze regio gelukkig slechts uiterst zelden voor, maar vereist uiteraard ook een heringreep én nazorg .

Tenslotte zien we zelden ook blijvende moeite om vloeibare stoelgang op te houden. Dat is vooral zo bij mensen die vooraf al enige moeite hebben om stoelgang uit te stellen. Bij die categorie van patiënten moeten we dan ook extra voorzichtig zijn.

Na Longo-procedure zijn gevallen van chronische pijn bekend, maar ook dit is gelukkig uiterst zeldzaam.