Aandoening

Een springvinger, triggerfinger of knipmesvinger is een ontsteking van de buigpezen in de handpalm. Door deze ontsteking ontstaat er een verdikking van de pees waardoor deze moeilijker kan glijden in zijn peesschede.

Hierdoor kan de vinger blokkeren in zijn geplooide stand bij het maken van een vuist. De blokkade gaat meestal gepaard met pijn in de handpalm aan de basis van de vinger. Soms is er ook bewegingsbeperking van de getroffen vinger.

Het is een vaak voorkomend probleem bij mensen met suikerziekte.

De diagnose wordt op basis van een klinisch onderzoek gesteld. Soms is een echografie nuttig om een cyste op de peesschede op te sporen.

Springvinger

Behandeling

In veel gevallen kan een springvinger genezen na een cortisone inspuiting rondom de buigpezen. Het effect van deze inspuiting kan langdurig zijn, maar in de meeste gevallen komt het binnen het jaar terug. In deze gevallen is een operatie noodzakelijk.

Deze ingreep gebeurt onder lokale of algemene verdoving in de dagkliniek.

Via een kleine insnede in de handpalm wordt het tunneltje waarin de buigpees loopt ter hoogte van de handpalmovergang naar de vinger doorgenomen zodat de buigpees meer ruimte heeft om te bewegen, en dus niet meer ‘klikt’.

Nabehandeling

Onmiddellijk bewegen na de operatie is toegestaan en wordt zelfs aangeraden. Een controle voor het verwijderen van de hechtingen wordt voorzien bij de chirurg of via de huisarts.

Kinesitherapie is slechts zelden noodzakelijk.

Lokale zwelling, gevoeligheid en stramheid van de vinger duren mogelijk tot enkele maanden na de ingreep.


Aandoening

De ziekte van Dupuytren ofwel ‘klauwhand’ of ‘vikingsziekte’ genoemd wordt veroorzaakt door littekenvorming en krimpen van de aponeurose van de handpalm, dit is een netwerk van vezels dat net onder de huid ligt en de handpalm van stevigheid voorziet.

De oorzaak van de deze ziekte is onbekend, wel weten we dat er een genetische factor aanwezig is. De ziekte is progressief, wat betekent dat het strektekort van de vingers verergert over verloop van tijd totdat normaal gebruik van de hand niet meer mogelijk is.

Dupuytren ontwikkelt zich meestal bij mannen vanaf middelbare leeftijd en komt zeer frequent voor in de Scandinavische landen, vandaar de naam ‘vikingsziekte’.

Wat zijn de symptomen van Dupuytren:

  • Harde knobbels in de handpalm groeien uit tot strengen die de vingers gebogen houden. Meestal zijn de ringvinger of de pink aangetast.
  • Dezelfde aantasting wordt soms ook gezien ter hoogte van de voetzolen (ziekte van Ledderhosen) en ter hoogte van de penis (ziekte van Peyronie).

Diagnose van Dupuytren wordt gesteld bij klinisch onderzoek.

Dupuytren

Behandeling

Door het erfelijke karakter van Dupuytren is de ziekte niet geneesbaar. De behandeling richt zich voornamelijk op het verbeteren van het strektekort in de vingers. Ook na een succesvolle behandeling is er vaak een risico op herval.

Met het moment van behandelen wordt best niet te lang gewacht, gezien een forse en langdurige klauwstand resulteert in verstijving van de vingergewrichten en verkorten van de pezen wat een volledige correctie verhindert.

De behandeling start het best wanneer u de hand en vingers niet meer plat op de tafel kan leggen.

Er bestaan twee behandelingsmethodes:

Percutane naaldaponeurotomie

In veel gevallen is een niet-operatieve behandeling mogelijk. De percutane naaldaponeurotomie is een zogeheten minimaal-invasieve behandeling. Met een fijne naald nemen we de harde strengen onder de huid door. Dit gebeurt onder lokale verdoving op de raadpleging.

Naaldaponeu

Nadien mag u onmiddellijk u vinger terug gebruiken. Af en toe adviseren we nadien een tijdelijke, nachtelijke strekspalk.

Met deze ingreep willen we de vingers zo recht mogelijk krijgen met een minimum aan ongemak en littekenvorming. We kunnen de ingreep indien nodig herhalen.

Operatie

Bij een operatie wordt de volledige streng weggenomen via één of meerdere insnedes in de handpalm. Deze ingreep gebeurt onder volledige narcose in het dagziekenhuis. Afhankelijk van de uitgebreidheid, dient de patiënt een nacht in het ziekenhuis te verblijven.

Handoperatie

Nazorg

Na de operatie krijgt u tijdelijk een gipsverband. Een wondcontrole wordt voorzien bij uw chirurg enkele dagen na de ingreep. Dan wordt het gipsverband verwijderd en mag u onmiddellijk de vingers bewegen.

In de meeste gevallen is dagelijkse verzorging van de operatiewonde via een thuisverpleegkundige nodig gedurende 2 à 3 weken.

‘s Nachts houden we de vingers gestrekt in een op maat gemaakte spalk gedurende minstens 3 maanden.

Indien nodig starten we kinesitherapie op.

De totale revalidatie bedraagt enkele maanden.


Aandoening

Een skiduim wordt veroorzaakt door een val of slag tegen de duim, dikwijls tijdens het skiën. Hierbij wordt het ulnair collateraal ligament van het metacarpofalangeale gewricht van de duim gescheurd.

Pijn, zwelling, krachtverlies en scheefstand zijn de typische klachten.

De diagnose wordt gesteld aan de hand van een klinisch onderzoek, radiografie en echografie.

De echografie is van belang om te weten of het ligament is omgeklapt, want indien dit het geval is, is een spontane genezing niet mogelijk.

Skiduim

Behandeling

De behandeling hangt af van de stabiliteit tijdens het klinisch onderzoek.

Een gedeeltelijke scheur of een volledige scheur zonder verplaatsing kunnen we behandelen met gipsimmobilisatie en aansluitend bracetherapie.

Een volledige scheur die omgeklapt ligt, moeten we operatief herstellen.

Via een insnede aan de binnenzijde van de duim wordt het afgescheurde ligament opnieuw gefixeerd aan het bot met behulp van een botanker. Dit is mogelijk bij acute scheuren. Wanneer echter de diagnose laattijdig wordt gesteld is soms een reconstructie met peesgreffe uit de onderarm noodzakelijk om het ligament terug te reconstrueren.

Deze ingrepen gebeuren onder volledige narcose via dagkliniek of met 1 overnachting.

Nazorg

De eerste 4 weken krijgt u een gips met de duim in, nadien kan worden overgeschakeld naar een afneembare brace gedurende nog eens 4 weken.

Twee maanden na de operatie mag u de brace progressief uit laten en de belasting van de duim verhogen.

Zwelling, stijfheid, pijn en verminderde kracht slepen mogelijk nog enkele maanden aan.

Brace


Aandoening

Duimartrose ontstaat door slijtage tussen 2 botjes in de hand, namelijk het os trapezium en de basis van de eerste metacarpaal (dit gewrichtje verbindt de duim met de hand).

Symptomen:

  • Belasting gebonden pijnklachten;
  • verminderde kracht t.h.v. de duim;
  • Misvormingen van de duim (bij zeer ernstige vormen van artrose)

De diagnose wordt meestal gesteld tijdens een klinisch onderzoek en een bijkomende radiografie.

Duimartrose

Behandeling

De behandeling bestaat uit

  • Het aanpassen van de activiteiten;
  • Gebruik van pijnstillers en/of ontstekingsremmers;
  • Dragen van een stabiliserende brace;
  • Inspuitingen met cortisone of hyaluronzuur in het gewricht

Wanneer deze behandelingsvormen de pijn onvoldoende verlichten, overwegen we een operatie.

Operatie

Er zijn grosso modo 2 operatieve ingrepen mogelijk. Welke voor u het meest aangewezen is, bepalen we aan de hand van het klinisch en radiografisch onderzoek, uw leeftijd, beroep en uw hobby’s.

  • Bij een duimprothese wordt het eigen versleten gewricht vervangen door een kunstgewricht. Na de revalidatie ontwikkelt u normale mobiliteit en kracht. Net zoals voor overige protheses (bijvoorbeeld heup en knie) geldt ook hier een kleine kans op loslating, ontwrichting of vroegtijdige slijtage.
Operatie duimartrose
  • Bij een trapezectomie nemen we het os trapezium weg en plaatsen we een stuk pees uit de onderarm in de plaats. Zodoende wordt de slijtage weggenomen. U mag na de revalidatie opnieuw een goede mobiliteit verwachten. De kracht van de duim neemt stapsgewijs toe tot meer dan een jaar na de ingreep.
Trapezectomie

Voor beide ingrepen blijft u 1 nacht in het ziekenhuis; de ingreep zelf gebeurt onder volledige narcose.

Nazorg

Zowel na het plaatsen van de duimprothese als het uitvoeren van een trapezectomie, gipsen we de duim twee weken in.

Na deze periode mag u de duim opnieuw bewegen.

Vanaf zes weken na de operatie mag u de duim opnieuw belasten.


Aandoening

Carpaal tunnelsyndroom is een klachtenpatroon dat veroorzaakt wordt door verhoogde druk op de middelste handzenuw (nervus medianus). Deze zenuw loopt samen met de buigpezen van de vingers in een tunnel ter hoogte van de overgang tussen hand en pols.

Carpaal tunnelsyndroom

Symptomen van het carpaal tunnel syndroom kunnen variabel zijn:

  • tintelingen, pijn en een slapend gevoel in alle vingers behalve de pink;
  • uitstralende pijn naar de onderarm.
  • een gevoel van onhandigheid en moeilijkheden met de fijne motoriek zoals het dichtdoen van knopen.

De symptomen komen voornamelijk in de ochtend en ’s nachts voor.

Bij ernstige zenuwbeklemming vermindert zichtbaar de spiermassa aan de basis van de duim (thenaratrofie).

De diagnose en ernst van het carpaal tunnelsyndroom wordt bevestigd door een zenuwgeleidingsonderzoek (EMG).

Behandeling

Conservatief

Lichte vormen van het carpaal tunnelsyndroom kunnen we behandelen met een nachtspalk of een infiltratie met cortisone.

Deze inspuiting vermindert de zwelling van het slijmvlies rond de zenuw, waardoor die meer ruimte krijgt.

Een operatie is nodig bij ernstigere vormen, of wanneer de nachtspalk en/of inspuiting onvoldoende verbetering brengen.

Operatie

Deze ingreep gebeurt via de dagkliniek onder plaatselijke verdoving of volledige narcose.

We maken een kleine snede in de handpalm om vervolgens het tunneltje waarin de zenuw loopt door te nemen.

Tenslotte sluiten we de huid en voorzien we een gipsverband.

Carpaal tunnelsyndroom operatie

Nabehandeling

Na de operatie krijgt u een kortdurende gipsimmobilisatie. Bewegen van de vingers is onmiddellijk toegestaan.

Een wondcontrole zal plaatsvinden bij uw chirurg of huisarts binnen de 2 weken na de operatie.

De hechtingen worden na 2 weken verwijderd.

Vermijd tot een maand na de ingreep hef- en wringbewegingen. Nadien mag u de normale activiteiten hervatten.

Het operatielitteken in de handpalm blijft de eerste maanden na de ingreep mogelijk wat verdikt en gevoelig. In sommige gevallen ervaren de patiënten in deze periode een gevoel van krachtverlies in de hand. Dit maakt deel uit van het normale genezingsproces en verdwijnt spontaan.

Kinesitherapie wordt enkel voorgeschreven indien de recuperatie moeizaam verloopt.

Bij de meeste patiënten verbeteren de tintelingen in de vingers snel na de ingreep. Bij ernstige vormen verbetert de zenuwfunctie pas meer dan een jaar later. Soms treedt er zelfs geen volledige recuperatie meer op. Stel een behandeling daarom niet te lang uit!


Aandoening

Een polscyste - of ganglion - is een zakje gevuld met vocht dat ontstaat door een uitpuiling van het gewrichtskapsel van de pols. Een cyste kan over verloop van tijd variëren in volume.

Bij jonge personen ontstaat deze cyste meestal door een overbelasting, een ontsteking van de diepe polsbandjes, vaak in combinatie met een overdreven soepelheid van het gewricht. Bij oudere patiënten ligt vaak slijtage aan de oorzaak.

Een polscyste kan zowel aan handrug- of handpalmzijde van de pols voorkomen, en uit zich meestal als een zachte wegdrukbare zwelling. Ze kan pijn geven bij bepaalde bewegingen of geeft continue last door een onderliggende ontsteking.

Polscyste foto

De diagnose wordt gesteld op de raadpleging met behulp van een radiografie en/of echografie. Bij twijfel wordt er een MRI aangevraagd.

Behandeling

Een polscyste is goedaardig en kan spontaan verkleinen of zelfs verdwijnen. Daarom adviseren we enkel een behandeling als u er last van heeft.

  1. Meestal starten we met een polsbrace, aanvullend met activiteitenbeperking en tijdelijke inname van ontstekingsremmers.
  2. Als u teveel hinder ondervindt, gaan we over tot een operatie. Via een kleine snede wordt de polscyste in zijn geheel verwijderd. Deze ingreep vindt plaats in dagziekenhuis en meestal onder volledige narcose.

Nabehandeling

Na de operatie krijgt u een 2-tal weken gipsimmobilisatie. Hierna zullen de hechtingen ook verwijderd worden. De eerste 6 weken dient belasting van de pols te worden vermeden.

Er bestaat een kans op herval van ongeveer 10 %.


Aandoening

De Quervain tendinopathie is een ontsteking van de pezen die lopen in de ‘loge van de Quervain’. Deze loge is een tunnel die loopt aan de duimzijde van de pols. Doorheen deze tunnel lopen de extensor pollicis longus en de abductor pollicis brevis, beide pezen van de duim. Overbelasting ligt meestal aan de oorzaak van deze ontsteking. Het ontstekingsproces zorgt voor zwelling van de pezen en het peesslijmvlies, waardoor ze geklemd geraken in de tunnel.

Quervain

Door continue wrijving van de pezen in de tunnel verergert de ontsteking en dus ook de klachten, die vaak lang bestaand zijn.

De symptomen:

  • pijn en zwelling ter hoogte van de pols in het verlengde van de duim;
  • Krachtverlies

De diagnose wordt meestal gesteld aan de hand van een klinisch onderzoek en echografie.

Behandeling

Conservatieve maatregelen

Conservatieve maatregelen bestaan uit een periode van rust, eventueel met brace of gips, ontstekingsremmers en kinesitherapie.

Inspuiting met cortisone

Dit is de volgende stap in de behandeling.

Operatieve behandeling

Als voorgaande maatregelen onvoldoende effect hebben, gaan we over tot een operatieve behandeling. Hierbij wordt de ‘loge van de Quervain’ geopend. Zo creëren we meer bewegingsruimte voor de pezen.

De operatie wordt uitgevoerd in dagkliniek onder lokale verdoving of volledige narcose.

Nabehandeling

Na de operatie krijgt u 2 weken gips, waarna de hechtingen zullen worden verwijderd. Onmiddellijk mag u de vingers bewegen. De eerste 6 weken na de operatie wordt best geen belasting op de pols en duim uitgevoerd. De geopereerde zone blijft tot enkele maanden na de ingreep gevoelig en mogelijk wat gezwollen.


Aandoening

Een polsbreuk is een breuk aan het uiteinde van de onderarmbeenderen (de radius ‘spaakbeen’ en/of ulna ‘ellepijp’). Meestal is enkel de radius gebroken, dit door een val op de uitgestrekte hand.

Er bestaan verschillende types van breuken waarbij de meest eenvoudige buiten het polsgewricht verloopt. Bij ongevallen met hoge impact kan het gewrichtsoppervlak van het spaakbeen volledig verbrijzeld geraken.

Dit heeft een gevolg naar latere leeftijd met mogelijk sneller optreden van artrose.

Polsfractuur

Behandeling

Gipsimmobilisatie gedurende 6 weken wordt toegepast bij quasi onverplaatste breuken.

Een verplaatste polsbreuk wordt geopereerd. Dit gebeurt in het dagziekenhuis of onder volledige narcose (in dit geval dient u 1 nacht in het ziekenhuis te blijven). In sommige gevallen wordt geopteerd voor het rechtzetten door manipulatie onder narcose met nadien gipsimmobilisatie.

Er zijn een aantal operatieve technieken:

  • stabilisatie door middel van inwendige pinnen;
  • plaat-en schroeffixatie;
  • uitwendige fixator

In de meeste gevallen wordt gekozen voor een inwendige plaat- en schroeffixatie. Het voordeel van deze ingreep is dat de pols na een kortdurende gipsimmobilisatie relatief snel mag worden bewogen.

Polsfractuur hand

Nazorg

U krijgt een kortdurende gipsimmobilisatie, waarna u snel mag beginnen bewegen met de pols. Vaak in combinatie met opstart van kinesitherapie en ondersteunende polsbrace.

Gezien de anatomische vorm van de plaat- en schroeffixatie ondervindt u meestal weinig hinder van het materiaal. Deze blijft dan ook ter plaatse en wordt enkel verwijderd wanneer er last zou ontstaan na ongeveer 6 maanden ten vroegste.


Aandoening

Polsartrose of slijtage van het polsgewricht ontstaat meestal ten gevolge van een vroeger ongeval waarbij er een breuk of ligamentscheur in de pols werd opgelopen.

De klassieke symptomen zijn:

  • belastinggebonden pijn;
  • zwelling;
  • bewegingsbeperking

Radiografie is het standaard onderzoek om de diagnose te bevestigen.

Polsartrose tekening

Behandeling

Conservatief beleid

In eerste instantie ligt de focus op maximaal conservatief beleid. Met name het dragen van een stevige polsbrace in combinatie met tijdelijke inname van pijnstillers of ontstekingsremmers. Af en toe kan een inspuiting met cortisone worden gegeven.

Operatie

Pas wanneer het conservatief beleid onvoldoende helpt, gaan we over tot een operatie.

Er zijn verschillende operaties mogelijk afhankelijk van het type slijtage, type werk en hobby’s van de patiënt.

  • Partiële of gedeeltelijke polsfusie
  • Proximale rij resectie
  • Totale of volledige polsfusie
  • Polsprothese

Bij deze operatie nemen we alleen de versleten glij-oppervlakken weg of zetten we deze vast zodat we de pijn verlichten. Het gezonde kraakbeen blijft bewaard, waardoor ongeveer de helft van de normale polsbeweeglijkheid behouden blijft. De kracht zal ook opnieuw verbeteren.

Hier wordt de eerste rij polsbeentjes verwijderd. Het resultaat is ongeveer hetzelfde als bij een scaofoïdectomie en 4 corner fusie.

Indien het polsgewricht volledige versleten is, dan zetten we de hele pols vast. Dit heeft als gevolg dat u de pols niet meer kan bewegen. U kan echter wel de onderarm volledig draaien en de vingers bewegen. Het voordeel van dergelijke operatie is dat zware belasting meestal mogelijk blijft.

In uitzonderlijke gevallen wordt gekozen voor een polsprothese. Bij dergelijke ingreep moet u de belasting van de pols beperken om vroegtijdige slijtage of loslating van de prothese te voorkomen.

Deze ingrepen gaan door onder volledige narcose en met één overnachting in het ziekenhuis.

Nabehandeling

De nabehandeling verschilt bij elke operatie. Uw arts geeft u op maat de nodige instructies.


Aandoening

Tenniselleboog is een chronische ontsteking van de aanhechting van de strekpezen van de pols. De aandoening kenmerkt zich door pijn ter hoogte van de laterale epicondyl (buitenzijde van de elleboog).

Typisch treden deze klachten op bij het dragen van een tas of koffer, het afslaan van een golfbal of bij het spelen van tennis. De oorzaak is een overbelasting van de pezen en hoeft niet enkel door tennis veroorzaakt te worden.

De diagnose wordt gesteld na een klinisch onderzoek en aanvullende radiografie en/of echografie van de elleboog.

Tenniselleboog

Behandeling

Een tenniselleboog is zelflimiterend en geneest meestal spontaan. Het kan echter enkele maanden tot een jaar duren. Een behandeling probeert voornamelijk deze hersteltijd in te korten.

Brace

Het belang van de behandeling is het vermijden van overmatige of verkeerde belasting. Een ondersteunende brace kan hierbij helpen. In combinatie met de juiste kinesitherapie waarbij gefocust wordt op stretching en oefentherapie om de pezen te versterken, heeft dit een succespercentage van 70%.

ESWT - PRP infiltraties

ESWT (shockwave) of PRP infiltraties worden ook vaak met succes geprobeerd bij deze aandoening.

Operatie

Wanneer er geen beterschap optreedt door bovenstaande behandelingen, behoort een operatie tot de opties.

Bij dergelijke operatie wordt de aanhechting van de spieren aan de buitenzijde van de elleboog deels losgemaakt en het ontstoken deel wordt verwijderd. Dit heeft een slaagkans van ongeveer 80%. De ingreep vindt plaat in dagziekenhuis onder volledige narcose.

Mogelijke complicaties zoals infectie, wondprobleem, zenuwletsels, ligamentletsel, ... komen slechts zelden voor (<1%).

U loopt 20% risico dat er in mindere of meerdere mate pijn aanwezig blijft. Iedere operatie aan de elleboog veroorzaakt mogelijk een elleboogverstijving.

Nabehandeling

Na de operatie volgt een kortdurende immobilisatie van de elleboog.

Het is van belang dat u de elleboog gedurende 6 weken na de operatie niet belast. Daarna is spieropbouw via de kinesitherapeut aangewezen. Na 3 maanden gelden er geen beperkingen meer.

Na de operatie houdt het krachtverlies drie tot zes maanden aan. Zelfs na een gelukte operatie kan een tenniselleboog na verloop van tijd steeds terugkomen.


Aandoening

Golferselleboog is een chronische ontsteking van de aanhechting van de buigpezen van de pols. De aandoening kenmerkt zich door pijn ter hoogte van de mediale epicondyl (binnenzijde van de elleboog).

Typisch treden deze klachten op bij het dragen van een tas of koffer, het afslaan van een golfbal of bij het spelen van tennis. De oorzaak is een overbelasting van de pezen en hoeft niet enkel door golfen veroorzaakt te worden.

De diagnose wordt gesteld na een klinisch onderzoek en aanvullende radiografie en/of echografie van de elleboog.

Golferselleboog

Behandeling

Een golferselleboog is zelflimiterend en geneest meestal spontaan. Het kan echter enkele maanden tot een jaar duren. Een behandeling probeert voornamelijk deze hersteltijd in te korten.

Brace

Het belang van de behandeling is het vermijden van overmatige of verkeerde belasting. Een ondersteunende brace kan hierbij helpen. In combinatie met de juiste kinesitherapie waarbij gefocust wordt op stretching en oefentherapie om de pezen te versterken, heeft dit een succespercentage van 70%.

ESWT - PRP infiltraties

ESWT (shockwave) of PRP infiltraties worden ook vaak met succes geprobeerd bij deze aandoening.

Operatie

Wanneer er geen beterschap optreedt door bovenstaande behandelingen, behoort een operatie tot de opties.

Bij dergelijke operatie wordt de aanhechting van de spieren aan de binnenzijde van de elleboog deels losgemaakt en het ontstoken deel wordt verwijderd. Dit heeft een slaagkans van ongeveer 80%. De ingreep vindt plaat in dagziekenhuis onder volledige narcose.

Mogelijke complicaties zoals infectie, wondprobleem, zenuwletsels, ligamentletsel, ... komen slechts zelden voor (<1%).

U loopt 20% risico dat er in mindere of meerdere mate pijn aanwezig blijft. Iedere operatie aan de elleboog veroorzaakt mogelijk een elleboogverstijving.

Nabehandeling

Na de operatie volgt een kortdurende immobilisatie van de elleboog.

Het is van belang dat u de elleboog gedurende 6 weken na de operatie niet belast. Daarna is spieropbouw via de kinesitherapeut aangewezen. Na 3 maanden gelden er geen beperkingen meer.

Na de operatie houdt het krachtverlies drie tot zes maanden aan. Zelfs na een gelukte operatie kan een golferselleboog na verloop van tijd steeds terugkomen.


Aandoening

Het cubitaaltunnel syndroom of inklemming van de nervus ulnaris ontstaat door verhoogde druk op de ulnaris zenuw in de ellebooggoot.

Een verminderd gevoel of pijnklachten aan de binnenzijde van de elleboog uitstralend naar de pink en ringvinger zijn typische symptomen.

Bij ernstige gevallen is er een permanent gevoelsverlies in de pink en de ringvinger, evenals atrofie (verdunning) van de intrinsieke handspieren en krachtverlies aanwezig.

De diagnose wordt bevestigd door een klinisch onderzoek, echografie en een zenuwgeleidingsonderzoek (EMG).

Cubitaal tunnel syndroom

Behandeling

Het vermijden van uitlokkende factoren zoals steunen op de elleboog kan helpen, echter meestal is een operatie aangewezen.

Deze ingreep gebeurt via daghospitalisatie onder locoregionale of algemene verdoving.

Via een insnijding aan de binnenzijde van de elleboog leggen we de zenuw vrij en stoppen we alle oorzaken van mogelijke zenuwcompressie.

In sommige gevallen (als de zenuw niet blijft liggen in de goot) verplaatsen we de zenuw naar de voorzijde (anterieur) van de elleboog.

Cubitaal tunnelsyndroom elleboog

Nabehandeling

Afhankelijk van de bevindingen tijdens de operatie krijgt u een kortdurende gipsimmobilisatie.

Een verbetering van de zenuwfunctie kan soms een tot twee jaar na de ingreep op zich laten wachten. De ernst van de zenuwbeschadiging bepaalt de snelheid van het herstel.

Bij ernstige gevallen treedt soms geen volledige zenuwrecuperatie meer op.